FAQs

Veelgestelde vragen

Wat doet het Filmfonds?

Het Nederlands Filmfonds is een van de cultuurfondsen die de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft ingesteld. Het Filmfonds zorgt met subsidie voor dynamiek en vernieuwing in de filmsector en verleent financiële bijdragen aan de ontwikkeling, realisering en distributie van speelfilms, documentaires, animatiefilms, onderzoek & experiment en korte films van nieuw en gevestigd talent. Daarnaast draagt het Fonds bij aan filmactiviteiten zoals festivals, filmbijeenkomsten, publicaties, onderzoeken en training buiten het directe maakproces om.

Anders dan de andere cultuurfondsen is het Filmfonds ook verantwoordelijk voor een aantal industriemaatregelen: Via de Netherlands Film Production Incentive verstrekt het Filmfonds een cash rebate voor productiekosten van films en high-end TV-series die aantoonbaar in Nederland worden besteed. Ook is het Filmfonds verantwoordelijk voor de Netherlands Film Commission, het servicepunt voor buitenlandse producenten die in Nederland (delen van) hun productie willen uitvoeren.

Ik heb een goed idee voor een film. Kan ik bij het Filmfonds geld aanvragen?

Met de subsidiewijzer kun je snel kijken of je in aanmerking komt, en zo ja, voor welke regeling.

Hoeveel subsidie kan het Filmfonds op jaarlijkse basis verlenen?

Het gemiddelde jaarbudget voor subsidieverlening inclusief het budget voor de Netherlands Film Production Incentive bedraagt 49,1 miljoen euro per jaar. In 2019 is het budget als volgt verdeeld:

  • 30,6 miljoen euro is bestemd voor de selectieve regelingen voor Ontwikkeling, Realisering, Distributie en Filmactiviteiten, waarbij de inhoudelijke kwaliteit en diversiteit van aanvragen centraal staat. Ook de productionele en zakelijke kwaliteit en het track record van aanvragers worden meegewogen. Van dit budget is 2 miljoen euro beschikbaar voor distributie en 2,9 miljoen euro voor filmactiviteiten.
  • 19,25 miljoen euro is geoormerkt voor de semi-automatische regeling de Netherlands Film Production Incentive, de industriemaatregel waarbij geen inhoudelijke beoordeling van het scenario plaatsvindt maar aanvragen uitsluitend productioneel, zakelijk en juridisch worden getoetst.

Lees hier het beleidsplan 2017-2020 inclusief de meerjarenbegroting.

Gedurende de huidige beleidsperiode zijn er verschillende extra impulsen beschikbaar gesteld uit de cultuurbegroting voor talentonwikkeling, vernieuwing, internationalisering en filmeducatie. Meer informatie over de wijze waarop het Filmfonds deze financiële impulsen besteedt lees je in de volgende drie nieuwsbrieven:

Nieuwsbrief Actualisering Beleid en Regelgeving 1 mei 2019
Nieuwsbrief Actualisering Beleid en Regelgeving 1 maart 2019
Nieuwsbrief Actualisering Beleid en Regelgeving 2019

Ik wil graag een film maken. Heb ik perse een producent nodig om geld te kunnen aanvragen bij het Nederlands Filmfonds?

Een productiemaatschappij is bij aanvragen voor filmproducties in de meeste gevallen de aanvrager, maar je hebt geen producent nodig als je voor een van de volgende regelingen aanvraagt:

  • Ontwikkeling speelfilm en lange animatiefilm: Scenaristen die eerder hoofdverantwoordelijk zijn geweest voor een in de bioscoop uitgebrachte speelfilm of lange animatiefilm kunnen zelfstandig aanvragen, zonder producent, in de fase scenario-ontwikkeling.
  • Oase: Regisseurs/scenaristen kunnen OASE aanvragen voor de ontwikkeling van lange documentaires met cinematografische kwaliteit.
  • Onderzoek & experiment: Bij de aanvraag van een fondsbijdrage tot € 30.000 voor Onderzoek & experiment (realisering en ontwikkeling), kan worden afgeweken van de eis dat de aanvrager een productiemaatschappij moet zijn. De aanvrager moet dan aantoonbare ervaring hebben en een ervaren uitvoerend producent bij de productie betrekken.
  • Afwerking New Screen NL: Aan te vragen als je vrije filmproductie is geselecteerd als voorfilm bij een bioscoopfilm of als er sprake is van selectie door een toonaangevend filmfestival, museum/galerie of platform. 
  • Filmfonds Wildcard: Ben je net afgestudeerd, dan kun je je afstudeerfilm insturen voor een Filmfonds Wildcard.
  • Training: Daarnaast ondersteunt het Fonds ook training buiten het directe maakproces om via labs, ateliers et cetera.
Waar moet een filmmaker of filmidee aan voldoen om voor een bijdrage van het Filmfonds in aanmerking te komen?

Dat verschilt per regeling. Kijk bij de subsidiewijzer voor welke regeling je in aanmerking komt en op welke wijze. Op de subsidiepagina’s staan de voorwaarden per regeling vermeld.

Als je een aanvraag voorbereidt is het goed om je te realiseren dat het Filmfonds veel aanvragen ontvangt en er maar een deel ervan kan worden gehonoreerd. In 2018 werden bijvoorbeeld 699 van de 1443 aanvragen gehonoreerd. Het audiovisuele landschap is bovendien sterk aan het veranderen. Dat betekent dat de lat hoog ligt: je moet je met je film niet alleen onderscheiden ten opzichte van andere Nederlandse films, maar ook de ambitie hebben om je te kunnen meten met het internationale aanbod.

Het Filmfonds hanteert per aanvraagmogelijkheid verschillende werkwijzen voor de beoordeling en selectie van aanvragen van filmproducties:
1) selectieve aanvragen bij filmconsulenten of een adviescommissie.
2) aanvragen via de semi-automatische Netherlands Film Production Incentive

Tenzij anders vermeld, worden selectieve aanvragen beoordeeld door filmconsulenten. Bij dit filmconsulentensysteem bieden wij potentiële aanvragers de mogelijkheid om voorafgaand aan een formele aanvraag voor de ontwikkeling van een nieuw filmplan eenmalig een informele ideecheck bij een van de filmconsulenten te doen. Een ideecheck vul je online in via het digitale aanvraagsysteem Frame, en is bedoeld om een eerste reactie te krijgen op het filmplan dat je voor ogen hebt. De link naar de ideecheck staat waar relevant op de individuele webpagina’s voor de regelingen voor ontwikkeling, bijvoorbeeld Ontwikkeling lange documentaire en Ontwikkeling speelfilm en lange animatiefilm.

Bij selectieve aanvragen die door een adviescommissie worden beoordeeld (bijvoorbeeld Ontwikkeling mainstream speelfilm en lange animatie) is een ideecheck niet mogelijk.  

Can I submit my application in English?

Applications should be written in the Dutch language.

The only exception is the application for international distribution and dubbing support. In case a foreign distributor wants to apply, this can be submitted in English. The application form is also in English.

Hoe kan het dat (internationale) commerciële filmprojecten geld krijgen van het Filmfonds?

De missie van het Filmfonds is het stimuleren van een divers en kwalitatief hoogstaand filmaanbod en het bevorderen van een voor de filmkunst ontvankelijk (productie)klimaat in Nederland.

De afzetmarkt is voor Nederlandse films is relatief klein. Dat komt door de beperkte omvang van Nederland, het begrensde taalgebied en de grote internationale concurrentie.  Net als in andere landen in Europa hebben nagenoeg alle films, zowel artistieke films als grote publieksfilms een financiële basis aan publieke middelen nodig om hun producties van de grond te krijgen. Die publieke financiering is het vliegwiel om vervolgens financiering van private partijen aan te trekken. De taak van het Filmfonds bestrijkt daarmee, anders dan bij de andere cultuurfondsen in Nederland, het hele spectrum aan filmproducties; van experimentele films tot grote publieksfilms. Het Filmfonds voert daarom zowel cultuurbeleid uit als industriebeleid, en hanteert daarvoor verschillende regelingen.

Enerzijds worden subsidiebijdragen verstrekt aan projecten via selectieve regelingen voor Ontwikkeling, Realisering, Distributie en Filmactiviteiten waarbij de inhoudelijke kwaliteit en diversiteit van aanvragen centraal staan en ook de productionele en zakelijke kwaliteit en het track record van de aanvrager worden meegewogen.

Anderzijds verstrekt het Filmfonds bijdragen via een semi-automatische industrieregeling; de Netherlands Film Production Incentive. Bij deze regeling vindt geen inhoudelijke beoordeling van het scenario plaats maar worden aanvragen uitsluitend productioneel, zakelijk en juridisch getoetst. Via de Production Incentive worden bijdragen verstrekt in de vorm van een cash rebate aan speelfilms, lange animatiefilms, lange documentaires, zowel aan arthouse en cross-over films als aan mainstream films, én daarnaast aan high-end TV-series. De cash rebate (max. 35% voor films, max. 30% voor high-end TV-series) wordt verleend op basis van kwalificerende bestedingen van productiekosten in Nederland.  Deze regeling heeft  specifiek tot doel de productie-activiteit (werkgelegenheid) in Nederland te bevorderen en de internationale concurrentiepositie te verbeteren. Niet alleen internationale coproducties komen in aanmerking, maar ook volledig Nederlandse producties.  Lees hier de laatste monitor van de Netherlands Film Production Incentive.

De financiering van filmproducties wordt door een producent bijeengebracht via tal van (internationale) partijen. Het Filmfonds vindt het belangrijk dat Nederlandse talenten en bedrijven zo veel mogelijk mee werken aan een filmproductie waar een bijdrage aan wordt verstrekt. Bijdragen van het Filmfonds aan producties moeten daarom in Nederland worden besteed.

Ik heb net een aanvraag ingediend, hoe lang duurt het voordat ik iets hoor?

Het Filmfonds streeft ernaar om, uitgezonderd de vakantieperiodes tijdens de zomer en de Kerst, binnen circa 8 weken na ontvangst van de aanvraag een besluit te nemen. De aanvrager wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van het besluit. De termijnen waaraan het Fonds zich moet houden, liggen vast in de Regeling vaststelling Aanwijzingen voor subsidieverstrekking. Dit betreft een periode van 13 weken, of 22 weken in het geval advies wordt ingewonnen.

Lees voor meer informatie het Algemeen Reglement van het Filmfonds.

Kun je bij het Filmfonds ook terecht voor lowbudget genrefilms/misdaadfilms/horrorfilms?

Ja, dat kan via de regelingen ontwikkeling en realisering. Ook heeft het Fonds hiervoor de specifieke  New Screen Low Budget regeling. Een van de eerste films die met de lowbudgetregeling is gemaakt, is de horrorfilm De Poel van Chris Mitchel. Ook Prins, de debuutfilm van Sam de Jong, die in de Amerikaanse bioscopen te zien was in 2016 en Light as Feathers van Rosanne Pel die in 2018 onderscheiden werd met de Prijs van de Nederlandse Filmkritiek zijn tot stand gekomen met ondersteuning van de lowbudgetregeling.

 

Mag je als maker risico nemen en falen, of kan je daarna niet meer bij het Filmfonds terecht?

Dat kan zeker. Het Filmfonds biedt nadrukkelijk ruimte om te mogen experimenteren en ook om te falen. Er zijn immers uiteenlopende factoren van invloed op het artistieke succes en publieksbereik van een film waar je niet rechtstreeks grip op hebt.

Omdat het realiseren van films een kostbaar traject is en er wereldwijd een groot aantal films wordt gemaakt, ligt de lat wel hoog voor de projecten die in aanmerking willen komen. Films moeten zich kunnen onderscheiden,  verleiden, uitdagen en een eigenzinnige kwaliteit hebben van internationaal niveau. Van teams wordt een hoog ambitieniveau, overtuigende motivatie, scherpe focus en realiteitszin gevraagd. Er moet tijd genomen worden voor optimale artistieke en productionele ontwikkeling van projecten, zo ook voor de productie, postproductie en uitbreng van de film die daarop volgt, waarbij alle noodzakelijke expertise wordt betrokken om de kansen op hoge kwaliteit en een optimaal bereik te vergroten.

Met verschillende regelingen biedt het Filmfonds expliciet vrije ruimte voor nieuwe en ervaren makers om hun talent en handschrift (door) te ontwikkelen: bijvoorbeeld via het Deelreglement Ontwikkeling en met specifieke aanvraagmogelijkheden, zoals de Filmfonds Wildcards voor pas afgestudeerd talent, of OASE voor gevestigde documentairemakers. Ook biedt het Filmfonds ruimte voor talentontwikkeling en verdieping buiten het directe maakproces om, door bijdragen beschikbaar te stellen voor deelname aan Talentlabs, Ateliers, Residenties.

Door de Fondsbijdrage (aan zowel films met een klein of groter budget), worden (financiële) risico’s in belangrijke mate beperkt voor het betrokken team.

Hoe verantwoordt het Fonds beleid, regelingen en besluiten naar filmmakers?

Het Fonds heeft reflectie, dialoog en evaluatie stevig geborgd. Regelingen komen tot stand na evaluatie en consultatie van de sector en besluiten over aanvragen worden schriftelijk gemotiveerd. Het Filmfonds biedt daarnaast ruimte aan teams voor een toelichtend gesprek, zowel als een aanvraag wordt gehonoreerd als bij een afwijzing.

Overleg met het veld wordt het gehele jaar structureel gevoerd met de ter zake deskundige stakeholders in Nederland en het buitenland, onder meer:

  • Tenminste 2 x per jaar individueel en gezamenlijk overleg met de belangenverenigingen van aanvragers uit de driehoek (scenaristen, regisseurs, producenten):
  • Tenminste een keer per jaar gezamenlijk overleg met alle belangenverenigingen in de filmproductiesector.
  • Tenminste jaarlijks overleg met stakeholders als Film Distributeurs Nederland (FDN), Nederlandse Vereniging van Bioscopen en Filmtheaters (NVBF), commerciële en publieke omroepen (en aan de publieke omroepen gelieerde fondsen), filmfestivals, private en buitenlandse fondsen.
  • Tenminste jaarlijks op samenwerkingsprojecten toegespitst overleg met stakeholders als Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, het Mondriaan Fonds, Fonds 21 en het Prins Bernard Cultuurfonds, de NPO (en het daaraan gelieerde CoBO en NPO-fonds) en de werkgroep drama en documentaire van de publieke omroep.
  • Rondetafelgesprekken en evaluaties in aanloop naar een nieuwe beleidsperiode en gedurende een beleidsperiode.
  • Bij discussie en evaluaties over regelingen die tenminste eens in de vier jaar plaatsvinden wordt altijd een ter zake kundige vertegenwoordiging uit het veld betrokken.
  • Tenminste eens in de vier jaar extern onderzoek onder aanvragers en andere stakeholders
  • Jaarlijkse sectorbrede beleidspresentaties en doorlopende informatievoorziening via onder mee nieuwsbrieven, jaarverslagen, facts & figures en onderzoeken.
  • Gedurende het jaar wordt een selectie van de gerealiseerde filmproducties geëvalueerd op resultaten en de rol daarin van scenarist, regisseur, producent, distributeur, omroep en van het Fonds zelf.
  • Deelname aan debatten of presentaties die door derden, waaronder beroepsverenigingen, festivals en opleidingen, worden georganiseerd.
  • Jaarlijkse deelname aan Medici, een internationale training voor fondsen. Het Fonds is daarnaast lid van de EFADs de associatie van Europese filmfondsen en van BPX een netwerk van fondsen binnen en buiten Europa, waarmee het meerdere malen per jaar overlegt, best practices uitwisselt en gezamenlijk optrekt in beleidsontwikkeling op Europees niveau. Ook vertegenwoordigt het Filmfonds Nederland in Eurimages, het coproductiefonds van de raad van Europa.

Tevens is het Fonds lid van de EFARN het Europese netwerk van fondsen en voor analyse en onderzoek.

Wat doet het Filmfonds voor de versterking van de arbeidspositie van filmprofessionals?

Het Filmfonds richt zich met zijn instrumentarium expliciet op de onafhankelijke filmsector en monitort of begrote kosten inclusief honoraria realistisch, marktconform en kostenefficiënt zijn gebudgetteerd. Ook vraagt het Fonds van aanvragers en de bij een aanvraag betrokken professionals en ondernemingen gedragsregels van de eigen beroepsverenigingen te respecteren, fair practice toe te passen en transparant, integer en professioneel te handelen.

Om de onafhankelijke filmsector en de positie van professionals die daarin werkzaam zijn, werkelijk te versterken is naast de inspanningen door het Fonds ook beleid en regelgeving noodzakelijk om een gezonde balans te bewerkstelligen in de verdeling van risico’s in de financiering van producties en de verdeling van inkomsten uit exploitatie. Daarvoor zijn afspraken nodig, waarin vastgelegd wordt dat eindexploitanten een deel van hun omzet afdragen voor de financiering van nieuwe producties van eigen bodem en het zichtbaar maken van deze producties. Daarnaast is het nodig dat er heldere afspraken zijn met rechthebbenden over de verdeling van inkomsten. Ook is het nodig dat het weglekken van inkomsten wordt tegengegaan door de verspreiding van illegaal aanbod actief tegen te gaan en de distributie van legaal aanbod actief te stimuleren.

Bij de ontwikkeling van beleid concentreert het Fonds zich daarom niet alleen op het eigen instrumentarium maar formuleert het ook een strategische agenda voor het sectorbeleid, en doet van daaruit voorstellen voor verbetering van beleid-, wet en regelgeving, zowel in Nederland als in Europees verband.

In het kader van de versterking van de arbeidspositie ondersteunt het Fonds de sector daarom ook via een integrale aanpak met overkoepelende activiteiten. Deze sluiten aan op voornemens uit het beleidsplan 2017-2020 in het kader van de professionalisering van de sector en de strategische agenda, de voorstellen die de SER en de Raad voor Cultuur naar voren brengen in hun rapport Passie Gewaardeerd, over versterking van de arbeidsmarkt in de culturele en creatieve sector. De aanpak is erop gericht het verdienvermogen in de sector te vergroten, de inkomenszekerheid te verbeteren, scholing te bevorderen en de sociale dialoog te versterken.

Lees meer over de Versterking Arbeidsmarktpositie Filmprofessionals.
Meer informatie en de Strategie voor de sector (pagina 8-9) is te lezen in het beleidsplan van het Filmfonds. 

Hoe staat het met de (culturele) diversiteit in de Nederlandse film? Wat doet het Filmfonds ter bevordering ervan?

In zijn beleid benadert het Filmfonds diversiteit inclusief, dat wil zeggen dat het gaat over leeftijd, gender, culturele achtergrond, mensen met een beperking etc. en ook in thematiek en doelgroep. Het Fonds stimuleert zowel bewustwording als actie in de sector zelf.

Lees hier de veelgestelde vragen rondom diversiteit. 

Bestaat er nog een regeling voor publieksfilms, zoals voorheen de Suppletieregeling?

Ja, de actuele regeling voor Ontwikkeling en Realisering van mainstream speelfilms en lange animatiefilms is op 1 mei 2019 gepubliceerd. Het verschil met de Suppletieregeling is dat deze niet semi-automatisch is; aanvragen worden door een adviescommissie ook inhoudelijk getoetst.

De Suppletieregeling Filminvesteringen Nederland die van 2007 tot 2013 van kracht was, en de opvolger daarvan, het Deelreglement Suppletie (tot en met 2017), heeft in de eerste jaren een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de mainstreamfilm in Nederland en het marktaandeel van de Nederlandse film als geheel. Vooral in de genres historisch drama, romantische komedie en boekverfilming is een aantal jaar grote successen geboekt. De laatste jaren bleven successen echter steeds meer uit. Investeringen uit de markt daalden, evenals productiebudgetten en het aanbod van Suppletiefilms werd minder divers. Omdat er geen inhoudelijke selectie van aanvragen door het Filmfonds bij deze regeling aan te pas kwam, en de sector niet in staat bleek dit tij zelf te keren is de regeling stapsgewijs afgebouwd en met ingang van 2018 stopgezet. Lees de evaluatie van de beëindigde Suppletieregeling.

Het marktaandeel van de Nederlandse Film in de bioscopen is in de afgelopen jaren gedaald. Waar ziet het Filmfonds kansen om dit tij te keren?

De audiovisuele sector gaat door uitzonderlijk zwaar weer. De markt is radicaal veranderd, het aanbod blijft groeien, opbrengsten slaan in toenemende mate neer bij eindexploitanten, investeringen van marktpartijen lopen terug en zowel online als in de bioscoop wordt de markt gedomineerd door grote internationale spelers. Producties van eigen bodem raken hierdoor steeds verder in de verdrukking. Deze ontwikkeling is niet uniek in Nederland; wereldwijd neemt de druk op onafhankelijke producties toe.

Het is noodzakelijk dat de kwaliteit en diversiteit van Nederlandse films omhoog gaat zodat een groter deel van het aanbod van eigen bodem dan nu het geval zich kan onderscheiden van, en meten met het grote internationale aanbod. Ook is het belangrijk de zichtbaarheid van het aanbod te verbreden door zowel de distributie als de marketing en promotie van producties actief te stimuleren. Dit vergt in de eerste plaats originele en onderscheidende filmplannen, een hoog ambitieniveau, scherpe focus, grote inzet en optimale samenwerking waarbij gebruik wordt gemaakt van de expertise van alle betrokken professionals en partijen. Met de aanvraagmogelijkheden die het Filmfonds biedt draagt het hier zo veel mogelijk aan bij. In aanvulling daarop zijn ook andere maatregelen nodig om het marktfalen tegen te gaan.

De circulariteit in die keten moet worden bevorderd door eindexploitanten te verplichten mee te betalen aan nieuwe creaties van eigen bodem. Daarnaast moeten er nieuwe afspraken komen voor een meer evenwichtige verdeling van inkomsten uit exploitatie in de keten. Ook moeten er afspraken worden gemaakt om producties van eigen bodem prominent onder de aandacht te brengen en de verspreiding van illegaal aanbod actief tegen gegaan. Tevens is integraal film- en mediabeleid essentieel, waarbij culturele audiovisuele producties van eigen bodem, van speelfilms en documentaires, tot animatiefilms en kwaliteitsseries in samenhang worden gestimuleerd.

Strategische samenwerking en extra inzet van sector, Filmfonds én overheid is nodig om een gezond Nederlands filmklimaat te creëren. De Raad voor Cultuur adviseert niet voor niets een pakket van forse maatregelen om de sector overeind te trekken het sectoradvies Audiovisueel, Zicht op zoveel meer, wat in februari 2018 is verschenen. Het creëren van een nieuw en duurzaam ecosysteem heeft tijd nodig heeft en vergt langetermijn-beleid.

 

Hoeveel middelen besteedt het Filmfonds jaarlijks aan beheer en overhead?

In de afgelopen jaren is niet alleen de wereld om ons heen sterk veranderd, maar zijn ook het takenpakket en verantwoordelijkheden van het Filmfonds aanzienlijk gegroeid. De kosten samenhangend met de uitvoering van het beleid, de zogenoemde apparaatslasten bedroegen in 2018 4,26 miljoen euro, 8% van de totale lasten. In relatieve en absolute zin is dit beperkt ten opzichte van de andere cultuurfondsen. Anders dan in het verleden omvatten de apparaatslasten niet alleen de personele en materiële beheerslasten (destijds gemaximeerd op 10%) maar ook de personele en materiële activiteitenlasten. De kosten die hiermee gedekt worden zijn de gebruikelijke kosten voor personeel, huisvesting en bureau- en communicatiekosten alsmede de ICT omgeving. Ook alle zaken die samenhangen met de uitvoering van een zorgvuldig bestuurlijk, financieel-administratief en juridische proces van subsidieverlening  maken hier deel van uit. Daarnaast omvatten de apparaatslasten de kosten die samenhangen met advisering door filmconsulenten en adviescommissies, de uitvoering van Film Production Incentive, de Film Commission, de vertegenwoordiging bij Eurimages, de EFADs, EFARN en op internationale markten en festivals.

Het beleid van het Filmfonds is erop gericht zoveel mogelijk middelen ten goede te laten komen aan de activiteiten. Het Filmfonds conformeert zich aan de kaders van de rijksoverheid ten aanzien van salariëring. Fondsbudget dat niet aan de eigen uitvoering wordt uitgegeven, dan wel vanuit subsidie terugvalt, komt direct weer ten goede aan nieuwe subsidieactiviteiten. Ook terugbetaalde subsidies uit inkomsten uit exploitatie komen niet ten goede van de apparaatslasten van het Fonds of het ministerie van OCW maar worden revolverend, en dus opnieuw, ingezet voor nieuwe films en het nakomen van afspraken van de producent met o.a. de scenarist en regisseur en investeerders, die op basis van hun afspraken anders pas aan bod zouden komen wanneer de productie geheel uit de kosten is.

Hoe werken revolverende middelen?

Het totaal aan bijdrage(n) van het Filmfonds dat in de filmproductie wordt geïnvesteerd moet worden terugbetaald uit exploitatie-inkomsten. De door het Filmfonds ontvangen inkomsten op deze positie zijn revolverend en worden door het Filmfonds in de vorm van een bijdrage opnieuw beschikbaar gesteld.

Daarvoor gelden de volgende kaders:   

  • Minimaal 50% tot 100% stelt het Filmfonds beschikbaar voor de ontwikkeling en/of realisering van nieuwe filmproducties van de subsidieontvanger. Het Filmfonds stelt daarbij dezelfde eisen als aan reguliere Fondsbijdragen.
  • Bij Nederlands majoritaire producties kan maximaal 50% door de subsidieontvanger worden ingezet voor het nakomen van afspraken met rechthebbenden, waaronder de regisseur en scenarist van de betreffende filmproductie, en met risicodragende investeerders. Bij het ontbreken daarvan dient minimaal 75% geherinvesteerd te worden.

Met de verenigingen is afgestemd dat wat betreft de revolverende middelen de afspraken die voorafgaand aan de productie zijn gemaakt met rechthebbenden worden gevolgd; zowel ten aanzien van het aandeel vanuit recoupment als ten aanzien van afspraken met betrekking tot de ontwikkeling of realisering van nieuwe films. Indien middelen geherinvesteerd worden in een volgende film, dan gaan deze mee in de nieuwe uitvoeringsovereenkomst met het Filmfonds of worden deze betaald op basis van een nieuwe overeenkomst met een scenarist of regisseur. Het Filmfonds benadrukt dan ook steeds het belang voorafgaand aan de productie heldere afspraken vast te leggen.

Lees hier meer over recoupment en revolverende middelen.

De werking van de revolverende middelen staat toegelicht in hoofdstukken 1 en 3 van het Financieel & Productioneel Protocol.

Wat is het beleid van het Fonds en hoe gaat het Fonds om met de constante veranderingen in de sector?

De audiovisuele sector staat onder grote druk. Door de radicale veranderingen onder invloed van digitalisering verschuiven inkomsten uit exploitatie steeds verder naar het eind van de waardeketen, waar grote internationaal opererende spelers de markt domineren. Gevolg is dat investeringen van marktpartijen fors teruglopen. Dit wordt versterkt door de omvang van illegaal up- en downloaden. Ook is de toegang tot publieke middelen afgenomen en is de infrastructuur in de film- en av-sector uitgedund. Zo verdwenen ontwikkelplekken voor talent als het NIAF en Binger Filmlab en andere zelfstandige fondsen, zoals het Rotterdam Mediafonds (2012) en het Mediafonds (2017). Met de implementatie van de Netherlands Film Production Incentive in 2014, is een deel van de achteruitgang opgevangen.

De impact van de veranderingen in de markt is echter dermate groot dat de druk op publieke middelen steeds verder toeneemt. De kwaliteitseisen van het publiek, dat overal en altijd toegang heeft tot een explosief gestegen aanbod, worden tegelijkertijd steeds hoger. Om internationaal aan sluiten is verhoging van de diversiteit en kwaliteit van producties van eigen bodem nodig én vergroting van de (inter)nationale zichtbaarheid en impact ervan. Dit vergt overheidsingrijpen met beleid- en regelgeving op meerdere terreinen vanwege de complexiteit van de sector om de positie van producties van eigen bodem te versterken. In de strategische agenda van het beleidsplan doet het Filmfonds hiervoor een aantal voorstellen. Lees het Beleidsplan 2017-2020 hier.

Bij het ter perse gaan van het beleidsplan 2017-2020 in januari 2016 kon de sector nog bogen op sterke resultaten van het bioscoopbezoek aan Nederlandse films in de drie voorliggende jaren (respectievelijk 6,3 miljoen bezoekers in 2013, 6,4 miljoen in 2014 en 6,2 miljoen in 2015). Desalniettemin waarschuwde het Fonds voor een verschuiving in het aanbod naar meer format-gedreven laagdrempelige projecten, die sprak uit aanvragen voor nieuwe projecten bij met name de semi-automatische Suppletieregeling. Terwijl om op te vallen binnen het grote internationale aanbod, juist van belang is dat films zich onderscheiden en van hoge kwaliteit zijn. Tegen deze achtergrond kondigde het Fonds aan het budget voor de semi-automatische Suppletieregeling terug te brengen, omdat deze niet langer zijn doel bereikte.

Om de druk op een gedegen en ambitieus ontwikkel- en productieproces van films tegen te gaan en focus te houden op verhoging van de kwaliteit en diversiteit van het filmaanbod in alle categorieën, heeft het Fonds de koers verlegd. Binnen het financiële kader en het eigen fondsinstrumentarium wordt niet alleen meer selectieve financiering vrij gemaakt voor een kleiner aantal films, maar is door verschuiving ook het totale budget voor ontwikkeling van projecten verhoogd. Daarmee beoogt het Fonds tegenwicht te bieden aan de voortdurende druk om te snel in productie te gaan, en ruimte te stimuleren voor creatieve, artistieke en productionele voorbereiding in de ontwikkelingsfase. Ook wordt er meer ruimte gemaakt voor talentontwikkeling via training buiten het maakproces om, en voor (nieuwe vormen van) distributie.