Spring naar inhoudSpring naar footer

Consulent jeugdfilm Lotte Bronshoff blikt terug: 'Publiek van jeugdfilms is het publiek van de toekomst’

Na vijf jaar als consulent jeugd- en familiefilm nam Lotte Bronshoff deze zomer afscheid van het Filmfonds. Nu haar termijn erop zit, blikken we met haar terug op haar tijd bij het Fonds. ‘Mensen zullen me vast wel eens een irritante mafkees gevonden hebben. Maar ik heb vooral heel veel hoop voor een spetterend jeugdfilm aanbod dat de komende jaren in de bioscoop te zien zal zijn.’

Je bent vijf jaar filmconsulent jeugd- en familiefilm geweest. Wat trekt je aan in jeugdfilms?

‘Ik ben gek op films met spektakel. Met plezier, of een soort gekte. Jeugdfilms kunnen een vrijheid bieden die je in andere films minder snel ziet. Je kan films maken over serieuze onderwerpen, maar tegelijkertijd hoeft het niet allemaal zwaar en serieus te zijn: er sijpelt in heel veel jeugdfilms een vrolijkheid door waar ik heel erg van hou.’

Hoe was het om als consulent de filmplannen van makers te beoordelen?

‘Ik vond echt niks leukers dan filmplannen lezen. Alle moeite die makers doen om ideeën op papier te zetten, de visies die erbij horen, de voorbeelden die ze aandragen. Hier mocht ik dat ongelimiteerd doen. Van speelfilms tot de Wildcards en Shorts. Als iemand me zou vragen om dat opnieuw te doen, zou ik meteen ja zeggen. De leukste momenten vond ik wanneer je merkt dat het idee van een maker klikt. Dat je zegt: volgens mij gaat het hierover. En dat iemand dan antwoordt: ja, dat klopt precies. Dan ben je samen aan het fantaseren over wat voor een film het kan worden en wat daarvoor nodig is. Voor speelfilms geldt dat ik nog wat geduld moet opbrengen om de resultaten te kunnen zien in de bioscoop, maar bij de korte films ging dat veel sneller. Zoals met Wildcard-winnaars die jeugdfilms zijn gaan maken. Bij Fort Buku van Loëlle Monsanto en Moustache van Idriss Nabil geldt dat het mooie resultaat er is en dat ik als consulent vanaf de zijlijn groot kan glimlachen: yes, nieuwe makers die stoere jeugdfilms durven te maken!’

Maar er zullen ook momenten geweest zijn waarop het niet klikte.

‘Ja, dan ben je als consulent ook een beetje verplicht om irritant te zijn. Je moet vragen stellen. Je moet kunnen zeggen: ik kom niet helemaal uit deze redenering in je plan. Soms ontbreekt er informatie. Soms begrijp ik iets niet, of begrijpt het team iets zelf nog niet. En uiteindelijk moet je als consulent keuzes maken over wat het Filmfonds wel en niet financiert. Dat brengt verantwoordelijkheid met zich mee, juist omdat er altijd meer plannen zijn dan er geld beschikbaar is. Mensen zullen me vast weleens een irritante mafkees gevonden hebben. Maar ik hoop vooral dat ik alles in redelijkheid goed heb kunnen uitleggen.’

Zijn er dingen waarover je je verbaasd hebt tijdens gesprekken met makers?

‘Soms werd ik wel wakker geschud door bepaalde frustraties die leven bij makers. Wanneer er bijvoorbeeld gedacht werd in beperkingen, terwijl ik juist in deze functie het gevoel heb gekregen dat er eigenlijk heel veel mogelijk is. Dat vond ik misschien wel het interessantste van het werk: de hele tijd nadenken vóór, namens en mét die projecten, terwijl je aannames van makers en van mijzelf steeds toetst en ook kijkt wat mogelijk is binnen de financiering. Dat vond ik een leuke dynamiek.’

"Dat vond ik misschien wel het interessantste van het werk: de hele tijd nadenken vóór, namens en mét die projecten"

Lotte Bronshoff

Had je bepaalde doelen in je hoofd toen je begon bij het Fonds?

‘Toen ik hier begon, was de Cinema junior regeling net afgeschaft en leefde de angst dat jeugdfilm naar de achtergrond zou verdwijnen. Nu heeft jeugdfilm met een streefaantal een vaste plek in het beleidsplan van het Filmfonds. Daarmee kunnen jeugdfilmmakers zich gesteund zien en heeft het Fonds een verantwoordelijkheid over die aantallen te nemen. Een doelstelling van het Fonds was onder andere diversiteit en inclusie, en dat is vijf jaar later nog steeds zo. In de jeugdspeelfilm zie ik nog niet per se veel meer makers met een cultureel diverse achtergrond. Qua representatie van de lhbtqia+ gemeenschap zijn we er ook nog niet. Ik denk wel dat er meer beweging is geweest bij de regelingen die gericht zijn op korte films. Dat daar moedige, leuke nieuwe jeugdfilmmakers zijn die veel kunnen en veel durven. Maar het zijn processen die tijd kosten, die geduld vergen. Dat is ook het gekke van deze functie: voordat sommige films in de bioscoop komen, ben je als consulent allang weg. Ik heb vooral heel veel redenen tot hoop voor een spetterend jeugdfilm aanbod dat de komende jaren in de bioscoop te zien zal zijn. Er is echt veel om naar uit de kijken: de chaos van Floddertje, het verhaal in een verhaal van Charlie het Bomenmeisje, of een prachtig onderduikverhaal van Hanneke en Fiet. Over alle projecten blijf ik ontzettend nieuwsgierig. Zullen de teams de financiering volledig rond gaan krijgen? Zijn ze al in montage? Wanneer komt die film uit? Dat blijf ik graag volgen.’

Naar welke projecten kijk je nog meer uit de komende jaren?

‘Er komen geweldige dingen aan. Verhalen over schildpadvaders en zeehondbroertjes, kinderen die uit een ei geboren zijn, kinderen die een ruimteschip bouwen om naar de toekomst te reizen, of moeten onderduiken in de dierentuin, kinderen die rouwen, maar ook kinderen die een gigantische rotzooi veroorzaken. Hoe gekker, hoe beter. Maar er valt zeker ook een lans te breken voor de kleinere intiemere vertellingen om juist een variëteit aan manieren van vertellen te bieden voor het jonge publiek. Wees eigenwijs. Wees een beetje vervelend. Kinderen hebben een enorme acceptatie voor rare plotwendingen en dingen die eigenlijk niet kunnen. Tegelijkertijd zijn ze ongelooflijk kritisch. Ze zien meteen wanneer iets niet klopt. Dat maakt het een heel open, maar ook heel veeleisend publiek. Ik kan niet wachten om straks de reacties te ervaren van kinderen op Tom Tippelaar, de verfilming van een minder bekend Annie M.G Schmidt boek, en wat er gebeurt in de zaal met het gelaagde Films die nergens draaien en De jongen die van de wereld hield. En het zal nog even duren, maar voor Nina Gantz’ Duifies zal ik ook een sprintje naar de bios trekken.’

Kon jij makkelijk in een soort kindermodus gaan wanneer je een filmplan las?

‘Het helpt me dat ik zelf kinderen heb, en dus op dagelijkse basis meemaak wat zij kijken en waar zij over praten. Maar ik besef ook dat mijn kinderen op geen enkele manier een goede meting zijn van wat het Nederlandse jeugdpubliek wil zien, dus ik probeer me constant bewust te blijven van de bubbel waar ik in zit. Ik heb vooral alles wat in die filmplannen stond heel serieus genomen, want ik geloof niet dat jeugdfilms een hele andere aanpak vragen op het gebied van dramaturgie, of wanneer iets spannend, grappig of ontroerend is. Natuurlijk is er een andere benadering op het gebied van zware onderwerpen, die pak je aan met een bepaald bewustzijn over het publiek. Wat dat betreft zijn makers van jeugdfilms zich vaak zeer goed bewust van wie de doelgroep is waartegen ze praten, en op welke manier ze dat doen. En het leuke is: kinderen zijn wellicht wat minder verbaasd als een zeehond een spion blijkt te zijn of wanneer kakkerlakken het huis overnemen, en je als 14-jarige een IJslandse berg kan beklimmen, maar het is er geen fractie minder spannend om.’

"Ik denk dat de Nederlandse jeugdspeelfilm zichzelf in principe altijd heel serieus heeft genomen, en dat dat ook een deel van het succes is"

Lotte Bronshoff

Zijn er trends die je zijn opgevallen in de vijf jaar als consulent?

‘Het viel me op dat bepaalde thema’s vaak terugkwamen: een teken van de tijd. Ik begon bij het Filmfonds te werken tijdens de coronacrisis. In de afstudeerfilms van de jaren daarna, die gemaakt werden door studenten die destijds in lockdown zaten, was eenzaamheid een heel prominent thema. Ik heb ook veel filmplannen gezien over rouwverwerking, met veel dode opa’s. Dat zijn belangrijke verhalen, maar je moet er ook rekening mee houden dat de keuze beperkt is en dat dus niet alle films over eenoudergezinnen met een sterfgeval kunnen gaan. We streven, op speelfilmgebied, naar het financieren van vier tot zes jeugdfilms per jaar. Het publiek van die jeugdfilms is het publiek van de toekomst. Kinderen groeien op met de films die ze zien, en hoe meer divers, verassend of bijzonder dat aanbod, hoe meer waarschijnlijk dat ze zullen zoeken naar die kwaliteit als ze ouder worden. Dus de noodzaak van een brede schakering aan verhalen voor kinderen is groot. We moeten ons daar hyperbewust van zijn, dat we een verantwoordelijkheid hebben om te zorgen dat er allerlei verhalen verteld worden.’

Wat hoop je verder de komende jaren te zien op het gebied van jeugdfilms?

‘We hebben als Nederland gelukkig een geweldige traditie van jeugdfilms. Ik denk dat we ervoor moeten zorgen dat we niet opeens worden ingehaald door andere landen, dat we ambitie en honger houden op dat gebied. Ik denk dat de Nederlandse jeugdspeelfilm zichzelf in principe altijd heel serieus heeft genomen, en dat dat ook een deel van het succes is. Het is aan de fondsen, de financiers en alle andere verantwoordelijken die daarover gaan, als het gaat over beleid, om de jeugdfilm even serieus te blijven nemen, altijd. Aan de andere kant hebben makers nog altijd te maken met het angstaanjagende spookbeeld dat ze met jeugdfilms minder waard zijn dan andere makers met films voor volwassenen: dat is echt onjuist. Het Filmfonds neemt het bloedserieus. Dat heb ik ook verlangd van alle makers die met hun filmplannen naar het Fonds kwamen: je mag een knotsgek plan hebben, maar zorg dat je kan uitleggen waarom het relevant is, waarom het gemaakt moet worden.’

Hoe ziet de toekomst er voor jou uit?

‘Ik zat hier vijf jaar met plezier. Maar ik denk echt dat het goed is dat het consulentschap niet langer duurt. Je wilt niet te lang op die beslissingsstoel zitten. Ik heb eigenlijk vooral weer zin om onderdeel te zijn van een team aan de creërende kant. Ik heb op de Filmacademie gezeten en het makerschap altijd ontzettend leuk gevonden. Daarnaast heeft dit werk me een soort uniek overzicht van het toekomstige aanbod gegeven en is mijn interessegebied altijd breed geweest. Op dit moment sta ik voor een heel groot zwembad met mogelijkheden – ik moet nog beslissen waar ik er precies in ga duiken.’

Op dinsdag 13 oktober geeft Lotte een presentatie tijdens Cinekid over thema's en genres van aankomende Nederlandse jeugdfilms. Klik hier voor meer informatie.