
Visitatiecommissie prijst sterke band rijkscultuurfondsen met eigen sector
De visitatiecommissie stelt vast dat de rijkscultuurfondsen elk een sterke band hebben met aanvragers, het eigen veld en de culturele sector. De commissie benadrukt het belang van een duidelijke, strategische positionering van de fondsen, gebaseerd op een heldere beleidsopdracht van het ministerie. De specialistische kennis en signaleringsfunctie van de fondsen kunnen zo nog beter worden benut, in het belang van de verdere ontwikkeling van hun sector en om tijdig in te spelen op opkomende vraagstukken en veranderende omstandigheden. Ook kunnen de fondsen op deze manier beter op impact sturen.
Voorzitter Inge Brakman: ‘De kracht van de fondsen ligt […] niet alleen in het zorgvuldig uitvoeren van regelingen, maar ook in hun verbinding met makers en de samenleving. De cultuursector is als geen ander in staat om te verbeelden, te bevragen en te verbinden.’
Geografische spreiding vergroot
De visitatiecommissie concludeert dat zowel de geografische spreiding als de diversiteit van de aanvragers bij alle fondsen is vergroot. Ze is positief over de gemeenschappelijke aanpak in het Caribisch deel van het Koninkrijk, waar de fondsen o.a. met een meertalige website en specifieke regelingen, gemeenschappelijk hebben geïnvesteerd in zichtbaarheid, bereikbaarheid en ondersteuning. De commissie moedigt de fondsen aan om eveneens nauwer samen te werken aan overkoepelende uitdagingen zoals artificiële intelligentie en duurzaamheid.
De communicatie van de fondsen is verbeterd, door heldere verwachtingen te creëren bij aanvragers zowel voorafgaand aan de aanvraag als bij het uiteindelijke besluit. Tegelijkertijd ziet de commissie dat de druk op de beschikbare middelen in combinatie met toegenomen vraag richting de fondsen, binnen veel sectoren tot teleurstelling heeft geleid. Dit vraagt om keuzes over de prioritering van middelen en doelstellingen.
Nederlands Filmfonds
De commissie noemt het Filmfonds een betrouwbaar, flexibel en buitengewoon efficiënt en effectief uitvoerder van overheidsbeleid. De commissie ziet dat het Fonds binnen het complexe krachtenveld blijft opkomen voor de onafhankelijke makers en het specifiek Nederlandse verhaal. Daarnaast onderstreept de commissie de centrale positie van het Fonds binnen de Nederlandse audiovisuele industrie. De financiering van het Fonds werkt als een vliegwiel voor het aantrekken van andere vormen van financiering. De commissie vraagt wel nadrukkelijk aandacht voor het feit dat de mogelijkheden voor het aantrekken van private investeringen in de Nederlandse filmindustrie nog steeds ver achter blijven in vergelijking tot de ons omringende landen.
De commissie heeft lof voor de manier waarop het fonds draagvlak heeft gecreëerd voor de belangrijkste koerswijziging: het inzetten op hogere budgetten voor een kleiner, maar kwalitatief sterker filmaanbod. Dit beleid wordt inmiddels breed door de sector gedragen. Uit het waarderingsonderzoek blijkt dat onder aanvragers de algemene tevredenheid over het functioneren van het fonds aanzienlijk is gestegen vergeleken met de beleidsperiode hiervoor.
Het instrumentarium dat het Fonds gebruikt om aanvragen te beoordelen is volgens de commissie extra versterkt door de introductie van de pitchpanels en het integraal beoordelen van aanvragen waarbij ook positionering, publieksgerichtheid en uitbreng worden meegenomen. Hierdoor kan het Filmfonds beter sturen op de pluriformiteit van het aanbod, een belangrijke beleidsdoelstelling van het Fonds. Wel merkt de commissie op dat het Fonds nog steeds veel verschillende regelingen kent, alhoewel het overgrote merendeel daarvan wel een duidelijk doel dient.
Het Filmfonds gaat met de observaties en aanbevelingen van de visitatiecommissie aan de slag om de werkwijze verder te versterken. De bevindingen zullen ook meegenomen worden bij de ontwikkeling van het nieuwe beleidsplan.
Over de visitatiecommissie
De visitatiecommissie bestond uit Inge Brakman (voorzitter), Farid Tabarki, Irene Costera Meijer, Werner Schouten, Ann Overbergh en Maike Olij (secretaris). Het rapport van de visitatiecommissie is op 30 september in ontvangst genomen door Youssef Louakili, directeur-generaal Cultuur en Media op het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.