Spring naar inhoudSpring naar footer

Nena van Driel: ‘Ik ben nog elke keer het wiel aan het uitvinden’

Maar liefst drie van de zes Nederlandse films die in 2023 op de Berlinale in première gingen, werden geschreven door Nena van Driel: Kiddo, geregisseerd door Zara Dwinger, Magma door Luca Meisters en Ma Mère et Moi van Emma Branderhorst. Stefanie Kolks speelfilmdebuut Melk, óók geschreven door Nena, ging daarnaast in première tijdens het filmfestival in Venetie 2023 (Giornate degli Autori). Hoe kijkt Nena terug op zo’n bewogen jaar? En wat zijn haar bevindingen als beginnende scenarist als het gaat om jeugdfilm en het schrijfvak? Ze bespreekt het met Iwana Chronis, hoofd Selective Funding van het Filmfonds.

Iwana: Dit is een ongelooflijk goed jaar voor jou geweest, met drie films die in première gingen op de Berlinale en één in Venetie. Hoe heb je dat ervaren?

Nena: “Heel intens (lacht). Ik had nog nooit eerder zoiets meegemaakt en wist niet goed wat ik kon verwachten. Mijn werk aan de films zat er natuurlijk al een tijdje op. In Berlijn was ik net klaar met een ander script en de week van het festival voelde daardoor als een waas. En dan drie keer door die premièrehoepel: vooral die van Kiddo vond ik onvergetelijk. Tijdens het schrijven denk je veel na over wat een jeugdfilm nu maakt. Als je dan in de zaal zit en tijdens de Q&A de vragen en reacties van een zaal vol kinderen hoort… Dat was echt geweldig! Kinderen kunnen bijzonder goede analyses maken van zo’n film. Aan de andere kant ben ik ook meteen geconfronteerd met het feit dat de scenarist van een film weinig genoemd wordt. Dus dat is wel iets waar je over na gaat denken.”

Iwana: Hoe ga je eigenlijk te werk als je schrijft voor een jeugdfilm?

Nena: “Schrijven voor jeugdfilms is fantastisch. Perspectief is daarbij het belangrijkst: hoe ziet het jonge hoofdpersonage de wereld, hoe neemt ze de wereld waar en hoe gaat Zara dat vormgeven in de film? En Zara en ik spraken vanaf het moment dat we de film samen begonnen te schrijven af: we nemen ons publiek, de jeugd, héél serieus.

Op de filmacademie schreef ik ook al vanuit het perspectief van een kind of tiener. Ik wil me als schrijver niet beperken tot jeugdfilms, maar het is wel rijkdom om op zo’n speelse manier je fantasie in te kunnen zetten. Burny Bos was daarin natuurlijk een groot voorbeeld. Uit zijn koker zijn zoveel geweldige jeugdfilms- en series gekomen die Nederland op dat gebied op de kaart hebben gezet.”

Nena door Sjoukje van Gool

"Het terugbrengen van die edgy kant van de jeugdfilm, dat provocerende en eigenwijze binnen de nieuwe grenzen, dat is één van de grootste uitdagingen bij het schrijven van jeugdfilms."

Iwana: En daarmee ook de edgy kant van de jeugdfilm.

Nena: “Ja! Films voor de jeugd mogen best provocerend zijn. Een kind is continu op ontdekkingsreis, op zoek naar nieuwe grenzen. Neem nu De Heksen. Door die film heb ik vroeger veel geleerd over angsten en het hebben van een grote, levendige fantasie. Ik zie dat als iets waardevols, maar er zijn tegenwoordig mensen die vinden dat zulke films niet geschikt zijn voor kinderen.

Natuurlijk zijn er dingen terecht veranderd, op basis van bijvoorbeeld de kijkwijzer of het kinderprotocol. Dus het terugbrengen van die edgy kant van de jeugdfilm, dat provocerende en eigenwijze binnen de nieuwe grenzen, dat is één van de grootste uitdagingen bij het schrijven van jeugdfilms. Maar dat hele voorzichtige, daar ligt wat mij betreft niet de toekomst. De films van Burny zouden we weer meer als voorbeeld mogen nemen. Momenteel ben ik bezig met de boekbewerking van een jeugdfilm, dus ik ga daar zeker mee door.”

Iwana: We hebben een rijke traditie in Nederland als het gaat om jeugdfilm. Internationaal vinden deze nog altijd veel waardering op festivals, maar in de bioscoop heeft de Nederlandse kwalitatieve jeugdfilm het best moeilijk. Wat denk jij dat er nodig is om de Nederlandse jeugdfilm meer aandacht te geven?

Nena: “Marketing is zó belangrijk! Als Kiddo een groter marketingbudget zou hebben gehad, had de film misschien meer bezoekers kunnen trekken. Alle kinderen en ook het oudere publiek dat de film heeft gezien zijn enthousiast. Er had meer kunnen gebeuren wat betreft de zichtbaarheid van de film, want er is ook zo ontzettend veel aanbod.”

Iwana: Maar naast de uitdagingen in de jeugdfilm, lijkt mij het allerleukste van jouw vak dat je steeds een ander universum betreedt en dat eigen maakt.

Nena: “Compleet waar. Het is tegelijkertijd grillig en ongemakkelijk. Er is geen blueprint, je kunt niet voortborduren op wat je hiervoor hebt gedaan. En daarom hebben veel scenaristen ook last van het imposter syndrome. Elke keer dat je moet beginnen heb je zoiets van: ‘O nee, ik weet niet hoe dit moet! Nu komen jullie erachter dat ik helemaal niet weet hoe het werkt.’ En dat moet je elke keer weer opnieuw uitzoeken. Wel te gek, hoor.”

Nena door Sjoukje van Gool

"Er zijn heel veel geniale films gemaakt vanuit mannelijk perspectief, en nu is er gelukkig meer ruimte voor het vrouwelijke perspectief, daar is nog zóveel te ontdekken."

Iwana: In Melk, de speelfilm van Stefanie Kolk, is hoofdpersonage Robin op zoek naar een plek om haar borstmelk te doneren, dagen na de doodgeboorte van haar eerste kindje. Een heel intiem verhaal. Hoe verhoud je je tot die intimiteit en een onderwerp waar jij misschien wel wat verder vanaf staat? Ik kan me voorstellen dat dat best een zoektocht was.

Nena: “Zeker. Bij Melk kwam het idee van Stefanie, ze was op een filmfestival in Londen en kwam terug met dit verhaal, in eerste instantie voor een korte film. Toen ik het hoorde, zei ik direct: ‘Nee, dit is je speelfilm!’ Stefanie heeft daarna research gedaan en gesprekken gevoerd met vrouwen die iets soortgelijks hebben meegemaakt. Ik heb bij dit project bewust de afstand gehouden, zodat ik wat objectiever kon kijken naar wat wel of niet zou werken voor het verhaal. Ik dacht vooral na over hoe delen van het verhaal in de structuur van de film zouden passen. Stefanie schrijft veel zelf, ik was in de researchfase vooral haar sparringpartner en scriptcoach. Op een gegeven moment ben ik mee gaan schrijven, maar we waren allebei eigenlijk ondergeschikt aan dit verhaal. Dat was heel bijzonder om mee te maken en heeft wat mij betreft de film ook echt goed gedaan.”

Iwana: Is het toeval dat je een hele nauwe samenwerking hebt met voornamelijk vrouwen, of is dat een bewuste keuze?

Nena: “Nee, daar heb ik niet bewust voor gekozen. Zara, Stefanie - dat zijn vooral mensen waar ik heel nieuwsgierig naar was en waarmee ik wilde werken. We zijn op verschillende manieren op elkaars pad gekomen en hun films vertellen verhalen over een perspectief dat ik ken omdat ik zelf een vrouw ben. De afgelopen jaren zie ik wel dat er zoveel meer ruimte is voor verhalen vanuit een vrouwelijk perspectief. De Nederlandse selectie van vorig jaar in Berlijn bestond, op één film na, volledig uit projecten van vrouwelijke makers. Dat voelde als een momentum. En er zijn op alle filmfestivals vorig jaar veel vrouwen geselecteerd, dus er is volgens mij wel iets in beweging. Er zijn heel veel geniale films gemaakt vanuit mannelijk perspectief, en nu is er gelukkig meer ruimte voor het vrouwelijke perspectief, daar is nog zóveel te ontdekken. Dat is dus wel iets waar ik me nu bewuster van ben, maar in eerste instantie voelde het vooral gewoon logisch om scripts te schrijven met een vrouwelijk hoofdpersonage.”

"Ik wil me nu wel meer blijven uitspreken over de positie van de scenarist en dat we in het kader van fair practice eerlijk betaald krijgen voor het werk dat we doen."

Iwana: Hoe bouw je voort op het maken van zulke films met deze regisseurs, als je helemaal op elkaar bent ingespeeld?

Nena: “Ik hoop met zowel Zara als Stefanie nog een keer samen te werken. Maar mijn interesses zijn breed en er zijn nog zoveel dingen die ik wil uitproberen en ontdekken. Momenteel ben ik bezig met het script van de verfilming van De Geschiedenis van mijn Seksualiteit van Tobi Lakmaker en dat vraagt om een hele andere visie, en dus ook een andere regisseur. Het boek heeft een opvallende stijl, waarvan ik meteen denk: hoe kan ik diezelfde literaire geest omzetten naar filmtaal? Ik zie voor mezelf een nieuw uitdaging, ook qua vorm.”

Iwana: Het afgelopen jaar was voor jou een vliegende start van je carrière als scenarist. Wat valt je op? Wat heb je nodig?

Nena: “Meer tijd in een week (lacht). Daarnaast ontdek ik nu de waarde van het schrijven op acteurs. Ik zou acteurs daarom meer willen betrekken in de scenario-ontwikkelingsfase. Dat maakt het namelijk zo veel makkelijker om materiaal gelijk uit te proberen, om te experimenteren. Bijvoorbeeld tijdens table readings. Tijdens het schrijfproces zou daar meer ruimte voor mogen zijn.

Daarnaast is de sprong van lege bladzijde naar een treatment een investering van tijd en energie, waarvan je als schrijver nooit weet of je er iets voor terugkrijgt. Je doet dat dan zonder, óf met een hele kleine financiële bijdrage van de producent. Want als schrijver lever je al aan de start van een project materiaal aan als er nog helemaal geen financiering is. Dus as we speak zijn er nu al heel lang allemaal scenaristen onbetaald aan het werk. Als beginnend schrijver denk je: natuurlijk wil ik ook mijn idee ontwikkelen, dus ik heb niet echt een keus. Ik blijf wel bij de gyrostent werken en ondertussen ga ik onbetaald mijn werk als schrijver doen. Dat is natuurlijk scheef.

Ik schrik er ook weleens van als ik zie hoeveel projecten er worden ingediend. Dan denk ik: hè, waar komen al die mensen vandaan? Zo’n kleine industrie, waar moet je het allemaal laten? Er wordt ontzettend veel gemaakt en er is gelukkig veel vraag naar scenaristen. Maar je moet je wel realiseren dat het gewoon heel moeilijk is en dat je niet zeker weet dat je hier je brood mee kan verdienen. Ik wil me nu wel meer blijven uitspreken over de positie van de scenarist en dat we in het kader van fair practice eerlijk betaald krijgen voor het werk dat we doen. Zodat je ook wel je huur kunt betalen. Maar dat is best ingewikkeld.”

Iwana: Heb je nog wensen, voor jezelf of de sector?

Nena: “Ik hoop dat er ruimte blijft voor experiment, voor het uitproberen. Het kleuren buiten de lijnen. Dat die vrijheid niet verzuipt onder al het andere. En ik hoop dat er ruimte blijft voor de provocerende stem, de risico’s. En ja, voor mezelf, ik doe ook maar wat (lacht). Bij elk project denk ik nog steeds: hoe gaan we dit nu weer doen? Ik ben nog elke keer het wiel aan het uitvinden omdat elk project iets nieuws vraagt, maar dat maakt het natuurlijk ook gewoon een geweldig vak.”