Spring naar inhoud Spring naar footer
Spring naar inhoud

Bioscoopuitbreng buitenlandse kwalitatieve kinder- en jeugdfilms in Nederland

Subsidie
Status:
Open tot en met

Nederlandse filmdistributeurs kunnen een projectsubsidie aanvragen voor de bioscoopuitbreng van een buitenlandse kwalitatieve kinder- en jeugdfilm in Nederland, die geselecteerd is op een internationaal filmfestival.

Wie komt in aanmerking?

Een filmdistributeur die gedurende tenminste twee jaar voorafgaand aan de aanvraag op continue basis films heeft uitgebracht in de Nederlandse bioscopen en filmtheaters.

Bijdrage
  • Maximaal € 25.000 ter ondersteuning van het P&A budget voor de uitbreng van de film;
  • Er kan een extra bijdrage van maximaal € 15.000 aangevraagd worden voor nasynchronisatie.

Per jaar zijn er drie indienrondes. Per indienronde kan iedere filmdistributeur één aanvraag indienen. Per ronde kunnen maximaal twee projectsubsidies worden toegekend. Per kalenderjaar zijn maximaal vier projectsubsidies beschikbaar. Een distributeur komt voor maximaal twee projectsubsidies op grond van deze regeling per kalenderjaar in aanmerking. Bij geen binnengekomen óf negatief beoordeelde aanvragen in een indienronde, kan één projectsubsidie per ronde worden overgeheveld naar de regeling Bioscoopuitbreng buitenlandse arthouse film of documentaire in Nederland.

Maximaal 15% van de fondsbijdrage mag besteed worden aan (ingehuurd) personeel en overhead. Minimaal 20% van de begrote kosten voor marketing, prints & advertising moet aantoonbaar door de aanvrager gedekt worden.

Alle richtbedragen staan in Hoofdstuk 2 van het Financieel en Productioneel Protocol.

Voorwaarden

Een filmdistributeur kan voor een financiële bijdrage in aanmerking komen indien:

  • de buitenlandse kinder- of jeugdfilm een uitgesproken, artistieke, kwalitatieve en onderscheidende internationale filmproductie is, met een toegevoegde waarde voor de filmcultuur in Nederland;
  • de film geselecteerd is geweest op tenminste één toonaangevend internationaal filmfestival dat is opgenomen in de lijst Internationale Filmfestivals – Internationale festivalselectie & Buitenlandse arthouse film en documentaires (hoofdstuk 7, Financieel en Productioneel Protocol van het Filmfonds), niet langer dan 1 jaar geleden voor de indiendeadline;
  • de film niet in sub-distributie wordt uitgebracht;
  • het marketing- en distributieplan met bijbehorende marketing- & distributiebegroting en onderliggende garanties omtrent de bioscoopuitbreng en non theatrical release van zodanige kwaliteit zijn, dat naar het oordeel van het bestuur sprake is van een haalbare, doordachte en realistische publieksbenadering op basis waarvan de filmproductie nationaal een optimaal bereik zal hebben.
  • de film een speelduur heeft van minstens 60 minuten (voor peuter- en kleuterfilms kan een uitzondering gemaakt worden op de speelduur).

Kinder – en jeugdfilms waarvoor reeds een distributiebijdrage op grond van een andere regeling van het Fonds is ontvangen komen niet in aanmerking voor een bijdrage op grond van deze regeling.

Over de theatrical release:

  • De film moet binnen 12 maanden na subsidieverlening een landelijke theatrical release krijgen;
  • Minimaal 60% van de theaters waar de film in release gaat, bekeken over de eerste vier weken van release, is een filmtheater;
  • De releasedatum wordt door de distributeur ter goedkeuring voorgelegd aan het Filmfonds. Spreiding van de titels over verschillende schoolvakanties wordt nagestreefd.

Met het oog op een landelijke release heeft het NFO (Nationaal Filmtheater Overleg) zich gecommitteerd aan een uitbreng via gemiddeld 16 filmtheaters met gemiddeld 160 vertoningen per film in schoolvakanties of in het weekend.

Deadlines

Een aanvraag indienen voor deze regeling kan t/m de dag van de deadline vóór 17:00 uur.

Let op: In verband met de looptijd van de aanvraag dient de uitbrengdatum niet eerder dan 8 weken na de indiendeadline gepland te staan.

Eerstvolgende deadlines

  • Bioscoopuitbreng buitenlandse kwalitatieve kinder- en jeugdfilms in Nederland
  • Bioscoopuitbreng buitenlandse kwalitatieve kinder- en jeugdfilms in Nederland
  • Bioscoopuitbreng buitenlandse kwalitatieve kinder- en jeugdfilms in Nederland
Procedure

De adviescommissie draagt samen met de projectmanager marketing en distributie zorg voor de inhoudelijke beoordeling van- en advisering over aanvragen. De afdeling Subsidiebureau toetst de productionele en zakelijke aspecten van aanvragen.

Op grond van artikel 3 van het Algemeen Reglement beslist de directeur/bestuurder over de aanvraag.

Reglementen en protocollen
Subsidie aanvragen

Aanvragen kan door de digitale versie van het aanvraagformulier met bijlagen in te dienen via Frame. Je aanvraag is geldig wanneer je in het formulier akkoord gaat met onze voorwaarden. Het is niet langer nodig het formulier te downloaden en ondertekend naar ons op te sturen. Uitsluitend volledige aanvragen worden in behandeling genomen. Gebruik deze checklist voordat je je aanvraag indient, zodat je zeker weet dat deze in behandeling wordt genomen.

Start met de aanvraag

Voor het indienen van de digitale aanvraag log je in op Frame. Als je nog geen inloggegevens hebt vraag je eerst een nieuw account aan. Vraag hier een nieuw account aan. Houd er rekening mee dat dit twee werkdagen kan duren. Heb je de aanmeldgegevens ontvangen? Start je aanvraag dan via onderstaande knop en volg deze stappen:

  1. Selecteer het Organisatie account waarmee je wil indienen.
  2. Klik op de categorie waarvoor je aanvraagt, in dit geval: Distributie.
  3. Kies voor Projectsubsidie Bioscoopuitbreng buitenlandse kwalitatieve kinder- en jeugdfilms in Nederland.

Veelgestelde vragen over distributie

Is de uitbreng voor alle categorieën en genres voor filmproductie gelijk?

Een filmproductie is een cinematografisch werk. Dat kan een speelfilm of een animatiefilm zijn of een lange documentaire, maar ook korte, experimentele en innovatieve films. Het verschilt per categorie en regeling van het Fonds welke eisen aan de uitbreng gesteld worden. Zo is bij de Film Production Incentive een bioscoopuitbreng verplicht en wordt bij selectief gesteunde films per categorie juist maatwerk geleverd want bijvoorbeeld een speelfilm kent een andere uitbreng dan een korte film.

Voor speelfilms en lange animatiefilms geldt dat deze films primair bestemd zijn voor bioscoopuitbreng. De beoogde uitbreng wordt per specifieke film door producenten (i.s.m. een filmdistributeur) in fasen aan het Fonds onderbouwd. Bij een arthouse speelfilm ligt daarbij de nadruk op de artistieke potentie en daarmee op de mate waarin de filmproductie nationaal en/of internationaal ontvangen en gedistribueerd zal worden, terwijl een mainstream film juist gericht moet zijn op het bereiken van een groot aantal betalende bezoekers in de Nederlandse bioscopen. Ook lange documentaires hebben de potentie om in bioscopen en filmtheaters vertoond te worden en hebben daarnaast een brede non theatrical release. Voor korte, experimentele en innovatieve films is de bioscoopuitbreng meestal niet het uitgangspunt en wordt naar de bredere vertoning en exploitatie gekeken.

Voor de categorieën korte films en experimenteel werk gaat het om een gerichte uitbreng van de filmproductie (stand alone) met (digitale) vertoningen en een focus op landelijke spreiding.

Wanneer is een bioscoopuitbreng een verplichting?

Om in aanmerking te komen voor een realiseringsbijdrage voor een speelfilm, lange animatiefilm en lange documentaire dient de filmproductie primair bestemd te zijn voor bioscoopuitbreng. De cinematografische kwaliteit en de onderbouwing van de distributiestrategie moet zodanig zijn dat een uitbreng in bioscopen en filmtheaters haalbaar en waarschijnlijk kan worden geacht.

Voor filmproducties die (ook) een beroep doen op een financiële bijdrage via de Film production Incentive is bioscoopuitbreng verplicht. Uitsluitend aanvragen voor filmproducties met een bioscoopuitbreng in tenminste Nederland dan wel, in het geval van een minoritaire coproductie, een bioscoopuitbreng in het land van de hoofdproducent, komen in aanmerking voor een Incentivebijdrage. Een puur instrumentele of promotionele uitbreng waarbij het primaire doel niet de bioscoopuitbreng is, maar bijvoorbeeld de uitbreng op televisie of via een streamingdienst, kwalificeert niet als bioscoopuitbreng.

Zijn er voorwaarden verbonden aan de verschillende vormen van distributie?

Omdat het Fonds alleen filmproducties, zijnde cinematografische werken, steunt die in de onafhankelijke productiesector tot stand komen, steunt het Fonds geen films die in opdracht van een mediabedrijf tot stand komen dan wel films die exclusief voor vertoning op één videoplatform bestemd zijn.

Het Fonds heeft begrip voor de bedrijfseconomische overwegingen van een producent als zelfstandig ondernemer. Zo is het voorstelbaar dat een producent op enig moment nadat de film mede op basis van bioscoopuitbreng volledig gefinancierd en in productie is alsnog tot een andere commerciële afspraak komt met een internationaal videoplatform op basis van exclusiviteit en daarmee afziet van reeds bestaande afspraken met betrekking tot de financiering en uitbreng in bioscoop en andere platforms. In dat geval zal het zo zijn dat de reeds bestaande filmfinanciering, waaronder die van het Fonds, komt te vervallen. Indien de bestaande afspraken met filmdistributeurs, omroepen, fonds e.d. omtrent de productiefinanciering, realisering en de bioscoop- en verdere uitbreng wel in stand kunnen blijven omdat het platform alleen vrij beschikbare rechten aankoopt dan wijzigt uiteraard niets. Dan kan de producent naast de reeds aangegane rechten en verplichtingen de film in het kader van verdere exploitatie verkopen in het buitenland of in licentie aan een videoplatform.

Het Fonds streeft naar een zo optimaal en breed mogelijk publieksbereik via alle mogelijke distributiemogelijkheden. In de sector wordt traditioneel gewerkt met exploitatieruimte (windows) tussen bioscoopuitbreng, T-VOD/S-VOD en free TV. Op grond van die verschillende windows en exploitatievormen wordt financiering via filmdistributeurs, salesagents, omroepen en videoplatforms aangetrokken voor de realisering van de filmproductie. Zo bedraagt het gebruikelijke window tussen bioscoopuitbreng en S-VOD exploitatie minimaal 4 tot zes maanden en volgt free TV daarna. Bestaande windows en afspraken binnen de markt die zorgden voor continuïteit in financiering en (bioscoop)uitbreng zijn mede als gevolg van de coronacrisis verder onder druk komen te staan. Het Fonds is volgend in discussies over windows maar ziet het vanuit zijn eigen doelstelling ook als taak om te waken over een vitale en onafhankelijke filmsector.

Welke rol heeft het Fonds in de bescherming van bioscopen en filmtheaters?

Het Fonds heeft geen directe rol in de afspraken die producenten maken met distributeurs, exploitanten, sales agents, omroepen, videoplatforms en andere mediabedrijven. Producenten maken als zelfstandig ondernemers zelf hun eigen afwegingen. Voor het Fonds is de bioscoopuitbreng wel steeds het primaire doel voor (veel van) de in de realisering- en distributie gesteunde filmproducties. Ook staat het Fonds vanuit zijn doelstelling voor een onafhankelijke filmsector waarbij op basis van non-exclusiviteit de bioscoopuitbreng en verdere distributie van films zo optimaal mogelijk is, en de publiekspotentie volledig wordt benut.

Wat als een filmproductie niet geschikt blijkt te zijn voor bioscoopuitbreng?

Voor alle filmproducties dient de distributie zo optimaal en breed mogelijk te zijn. Het uitgangspunt daarbij is dat de filmproducties primair bestemd zijn voor bioscoopuitbreng. Indien voor een specifieke filmproductie daarvan wordt afgeweken omdat een gedegen publiekspotentie ontbreekt of te beperkt is – denk bijvoorbeeld aan een kwetsbare artistieke film, minoritaire coproductie of documentaire met een beperkte commerciële potentie - dan dient dit ter beoordeling aan het Fonds te worden voorgelegd. In alle gevallen geldt een inspanningsverplichting om aantoonbaar verschillende mogelijkheden voor bioscoopuitbreng te hebben onderzocht. Bij een afwijkende distributiestrategie kan onder meer gedacht worden aan een eventrelease met een outreach campagne, een tourrelease langs filmtheaters door het land of een festivalrelease om het beoogde publiek alsnog te bereiken.

Kan er sprake zijn van overmacht zoals nu in coronatijd?

Als een filmproductie financieel-zakelijk, dan wel productioneel, zodanig in de problemen komt dat de voortgang - en daarmee ook de uitbreng - niet langer gegarandeerd is dan is er sprake van een noodsituatie. In dat geval zal alle aandacht in eerste instantie gericht zijn op de totstandkoming en goede afwikkeling van de film. De omstandigheden waaronder deze situatie kon ontstaan, en de vraag in hoeverre dan sprake is van verwijtbaar handelen van de producent bij het niet nakomen van verplichtingen (zoals bioscoopuitbreng), zal dan per geval worden bekeken en onderdeel zijn van de vaststelling van subsidie.

Ten tijde van de coronacrisis verkeerden vele films - buiten de invloedsfeer van de producent - plotseling in acute nood. Met de steunmaatregelen van het Fonds is directe schade tijdens de productie financieel opgevangen en zijn de meerkosten om de films tot een goed einde te brengen gedekt. Sommige films zijn bij de heropening van de bioscopen en filmtheaters in 2020 uitgebracht. De bioscoopuitbreng van andere films zijn door de tweede lockdown vroegtijdig gestrand of nog steeds niet gestart. Met het oog op de heropening van bioscopen en filmtheaters wordt door producenten en filmdistributeurs voor deze filmtitels gezocht naar de meest optimale – in sommige gevallen hybride - uitbreng via de bioscopen en filmtheaters. Gezien de voortdurende crisis en onzekerheid over de aanhoudende sluiting van bioscopen en filmtheaters volgt het Fonds de actuele situatie nauwgezet en wordt waar mogelijk een (her)start van de bioscoopuitbreng voor deze films op basis van maatwerk door ons ondersteund. Mocht de coronacrisis niet op afzienbare termijn herstellen en heropening van bioscopen uitblijven dan kan een situatie van overmacht ontstaan.

Zijn er ook steunmaatregelen voor de (her)start van de bioscoopdistributie?

Vanaf 1 januari 2021 zijn de steunmaatregelen distributie verder uitgebreid. Sindsdien kunnen ook majoritaire filmproducties die alleen gesteund zijn vanuit de Film Production Incentive deze steunmaatregelen aanvragen. Nederlandse speelfilms, lange animatiefilms en documentaires (majoritaire filmproducties) die met een reguliere realiserings- of afwerkingsbijdrage dan wel Incentivebijdrage van het Fonds tot stand zijn gekomen, maar waarvan de uitbreng als gevolg van de COVID-19 crisis geen doorgang heeft gehad, kunnen in aanmerking komen voor een steunbijdrage voor de distributie. De steunbijdrage is voor de (hernieuwde) distributie en marketing na heropening van bioscopen en filmtheaters.

Hulp nodig? We helpen je graag!

Heb je een inhoudelijke vraag over deze regeling? Neem dan contact op met:

Veerle Bovens

Projectbegeleider