Governance en Financiën

Governance structuur

De benoeming van de leden van de Raad van Toezicht door de Minister van OCW geldt voor vier jaar. Conform de statuten is een eenmalige herbenoeming voor vier jaar mogelijk. Het dakpansgewijze aan- en aftreedschema en de nevenfuncties van de Raad staan in bijlage 1 op pagina 62.

De RvT en directeur/bestuurder handelen naar de splitsing in verantwoordelijkheden en taken, zoals deze zijn vastgelegd in de Code Cultural Governance. Dit betekent onder meer dat:

  • het audit comité (bestaande uit 2 leden) de bevindingen bij de jaarcontrole afzonderlijk bespreekt met de accountant en de opdracht voor de accountantscontrole goedkeurt;
  • het juridisch comité (bestaande uit 1 lid) de wijzigingen in de reglementen afstemt met de directie voordat de wijzigingen worden geagendeerd in de plenaire vergadering;
  • de voorzitter, samen met een lid, vanuit de rol als werkgever een jaarlijks functioneringsgesprek voert met de directeur/bestuurder;
  • de Raad een jaarlijkse zelfreflectie uitvoert;
  • de leden onafhankelijkheid borgen door belangen in de sector uit te sluiten;
  • de Raad een stimulerend en kritisch klankbord vormt voor de directeur/bestuurder.

De RvT hanteert een profielschets met aandacht voor aanwezige competenties en diversiteit in de samenstelling van de Raad. Deze wordt jaarlijks getoetst op actualiteit. De competentieverdeling per eind 2020 was als volgt:

functies

Per 1 maart 2020 trad de nieuwe directeur/bestuurder voor het Filmfonds Bero Beyer aan als opvolging van Doreen Boonekamp, wier dienstverband eindigde op 3 oktober 2019. Peter Schrurs trad tijdelijk terug uit de Raad en werd van 3 oktober tot 1 maart 2020 aangesteld als interim-bestuurder voor twee dagen in de week voor het Filmfonds. De dagelijkse directietaken werden gedurende de interim-periode in handen gesteld van de adjunct-directeur van het Filmfonds, waarmee de continuïteit in de organisatie werd gewaarborgd. De Raad, de betrokken actoren en de personeelsvertegenwoordiging van het Filmfonds zijn na evaluatiegesprekken tot de conclusie gekomen dat de waarnemingsperiode naar volle tevredenheid is afgerond. Per 1 maart 2020 is Peter Schrurs weer toegetreden als lid van de Raad van Toezicht.

Werkzaamheden 2020

De Raad kwam in 2020 vier keer plenair (na 12 maart digitaal) bijeen. Tijdens de vergaderingen werd een aantal vaste punten geagendeerd: in- en externe (beleids-)ontwikkelingen met mogelijke consequenties voor het veld en de rol van het Filmfonds, personeel & organisatie, financiën en juridische zaken. Het audit comité kwam dit jaar, naast de reguliere vergadering met de accountant, nog tweemaal (digitaal) bijeen voor de bespreking van de financiële stand van zaken van het Filmfonds, alsmede voor het doorlopen van de verschillende procedures en risicoanalyse. Deze vergaderfrequentie wordt in de komende jaren in elk geval voortgezet en waar nodig uitgebreid.

Met de nieuwe beleidsperiode 2021–2024 in het verschiet hebben strategische overleggen plaatsgevonden, waarin de uitdagingen voor het Filmfonds op korte en lange termijn werden besproken. Natuurlijk werd stilgestaan bij consequenties van de pandemie voor de filmsector en de daardoor in een stroomversnelling geraakte veranderingen binnen het film- en medialandschap.

Zo werd onder meer gesproken over de consequenties voor de zichtbaarheid van de Nederlandse film, mede in het licht van de opkomst van grote en kleine streamingplatforms, de vorm van samenwerking met de NPO en in samenhang met dit alles: de toekomstige rol van het Filmfonds en de keuzes die daarin gemaakt moeten worden.

Reflectie 2020

Bero Beyer trad op 1 maart aan als nieuwe directeur/bestuurder. Hij begon vol energie aan zijn nieuwe taak, zonder daarbij te kunnen bevroeden dat de coronapandemie zulke vergaande consequenties zou hebben voor de film-en cultuursector en zijn rol als directeur daar in. De implicaties waren, zowel voor de organisatie als voor de sector, ongekend. De directie en de overige medewerkers van het Filmfonds hebben in zeer korte tijd laten zien hoe flexibel, creatief en innovatief zij kunnen optreden en hebben zich intern fantastisch aangepast aan de nieuwe situatie. Het kantoor bleef met een minimale bezetting operationeel, terwijl de rest vanuit huis werkte.

Het Filmfonds stelde zich proactief en coulant op in de ondersteuning van de sector, die eveneens hard werd getroffen door het plots stilvallen van producties, het afgelasten van filmfestivals en de sluiting van bioscopen en filmtheaters, waardoor de distributeurs hun films niet meer kwijt konden. Al in de eerste paar weken van de lockdown werd door het Filmfonds met een versoepeling en verruiming van de bestaande regelingen, voorwaarden en verplichtingen, een reeks film-specifieke maatregelen afgekondigd. Revolverende middelen werden versneld uitgekeerd, betaaltermijnen werden vervroegd om crew en cast van filmproducties te kunnen betalen en met het speciaal opgezette steunfonds kon de financiële schade van direct getroffen filmproducties en filmactiviteiten opgevangen worden. Daarnaast ondersteunde het Filmfonds in gezamenlijkheid met Netflix filmprofessionals van films en series die door de crisis getroffen waren.

Het Ministerie van OCW volgde met het eerste pakket steunmaatregelen voor de culturele sector. Het Filmfonds ontving hieruit € 11,2 mln, waarmee er middelen beschikbaar werden gesteld voor individuele makers voor het ontwikkelen en realiseren van nieuwe filmplannen in coronatijd. Ook werd een matchingsregeling voor filmtheaters opgezet en kon een bijdrage geleverd worden aan een campagne in het kader van de heropening van de bioscopen. Voorts konden door het Filmfonds gesteunde producties voor de herstart van producties aanspraak maken op een aanvullende realiseringssubsidie. Daarmee konden de meerkosten gedekt worden die gepaard gaan met het werken binnen de kaders van het – in allerijl door de sector uitgewerkte – COVID-19 protocol AV Sector. Daarnaast werd, in afwachting van een landelijk aanpak van het pandemierisico, door het Filmfonds een garantieregeling pandemie opgezet. Filmproducties en series die niet langer verzekerd waren tegen pandemieschade konden zo weer van start gaan. Parallel hieraan liep de reguliere subsidieverlening voor alle regelingen gewoon door. In het najaar werden de maatregelen van de overheid met oplopende besmettingen aangescherpt.

Een tweede steunpakket kwam beschikbaar voor de culturele en creatieve industrie. Voor 2021 ontvangt het Filmfonds hieruit ruim € 30 mln aan extra middelen. Uit deze middelen worden de steunmaatregelen voor de herstart en meerkosten van films en series gefinancierd. Ook de continuering van de garantieregeling pandemie met een bijdrage van € 10 mln is een erkenning van de eerder opgezette regeling en geeft daarmee een bepaalde mate van rust en zekerheid aan de sector. De pilot voor high-end tv-series vanuit de Incentive regeling wordt in elk geval voor het eerste halfjaar van 2021 voortgezet. Een volgend kabinet zal een besluit moeten nemen over een structurele inbedding van deze succesvolle regeling. Conform het eerste steunpakket worden er weer regelingen opgesteld voor individuele makers, speciale lockdown-projecten met ruimte om nadrukkelijk de documentaire sector mee te nemen en specifieke regelingen, mede gericht op autodidacten en het vergroten van inclusiviteit in de sector. Ook zal de distributie van films extra aandacht krijgen.

Tegelijkertijd zal de sector zich terdege bewust moeten zijn van het feit dat dit geen structurele middelen zijn, maar specifieke coronasteun, die op den duur weer zal worden afgebouwd. De ervaringen die het Filmfonds daarbij opdoet worden meegenomen om de vaste regelingen te verbeteren.

Het Filmfonds realiseert zich dat ondanks alle steunmaatregelen de sector in zwaar weer blijft verkeren en dat de grootste uitdaging voor de toekomst de zichtbaarheid van Nederlandse producties is.
Het Filmfonds blijft flexibel en adequaat inspelen op nieuwe uitdagingen en ontwikkelingen.

Naast het aantreden van Bero Beyer als nieuwe directeur/bestuurder was 2020 ook het jaar van veranderingen in de personeelsbezetting binnen het Filmfonds en werd de structuur van de organisatie onder de loep genomen. We namen afscheid van elf medewerkers uit alle geledingen van het Filmfonds. Vier van hen - de hoofden Frank Peijnenburg (die voorlopig nog aanblijft als consulent) en Dorien van der Pas en de consulenten Nathalie Alonso Casale en Dick Tuinder, waren aan het einde van hun aanstellingstermijn. De andere collega’s hebben nieuwe uitdagingen gevonden buiten het Filmfonds. Gelukkig werden de ontstane vacatures snel ingevuld en traden nieuwe medewerkers toe tot het Filmfonds, waardoor de organisatie weer met nieuwe inzichten en ervaring versterkt werd. Onder hen vier nieuwe consulenten (Sherin Seyda, Rogier de Blok, Urias Boerleider en Robil Rahantoeknam) die ook weer op basis van tijdelijkheid worden aangesteld. Daarmee wordt nadrukkelijk gekozen voor het consulentschap voor de advisering over aanvragen. Per 1 januari 2021 start ook Iwana Chronis als hoofd Selective Funding. Iwana was voorheen consulent. Zij vormt een team met projectmanager Absaline Hehakaya. Daarmee worden de afdelingen Screen NL en New Screen NL samengevoegd tot de afdeling Selective Funding en krijgen het subsidiebureau en een afdeling productie een vaste vorm.

Het Filmfonds heeft met alle extra werkzaamheden en regelingen die betrekking hadden op de extra steunmaatregelen voor COVID-19, de sector grotendeels kunnen blijven ondersteunen en daarnaast de reguliere subsidieverlening op hetzelfde hoge niveau weten te houden.

Daarnaast zijn belangrijke stappen gezet in het toekomstbestendig maken van de interne organisatie van het Filmfonds.

De Raad van Toezicht spreekt haar waardering en dank uit aan alle medewerkers van het Filmfonds voor hun niet aflatende inzet in dit opmerkelijke jaar.

 

Laetitia Griffith, voorzitter

Het Filmfonds handelt naar de Governance Code Cultuur en Gedragscode Cultuurfondsen. Zo wordt toegezien op onverenigbare nevenfuncties en geheimhoudingsplicht van de medewerkers, de directeur/bestuurder en de leden van de Raad van Toezicht. Ook leggen alle medewerkers van het Filmfonds een eed af. De honorering van de directeur/bestuurder in schaal 16 is in lijn met de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen (semi)-publieke sector en met de kaders die voor de Rijkscultuurfondsen zijn gesteld. De aanstellingstermijnen voor de directeur/bestuurder tellen op tot maximaal tien jaar. Ook de aanstellingen van de hoofden van de selectieve subsidieprogramma’s en de filmconsulenten zijn beperkt in duur. De freelance bezoldiging van de interim bestuurder in de periode 3 oktober 2019 tot 1 maart 2020 bedraagt in totaal € 19.241 op basis van gemiddeld twee dagen per week en een marktconform dagbedrag. Sinds 2015 kent het Filmfonds een PVT. Deze bestaat volgens het protocol uit minstens drie werknemers, heeft een consulterende en adviserende functie en overlegt jaarlijks meermaals met de directeur/bestuurder en eenmaal met de voorzitter van de Raad van Toezicht.

Diversiteit en inclusie

Al in 2016 heeft het Filmfonds diversiteit en inclusie in de filmsector op de agenda gezet. Een gedeelde overtuiging in de gehele sector op dit thema is essentieel, want in onze projectindustrie telt elke schakel: de scenarist die de thematiek en de rollen (en hun namen) beschrijft, de regisseur en producent die samen het creatieve team samenstellen en de casting doen, de distributeurs die met hun marketingcampagne op zoek gaan naar publiek. Maar ook film- en kunstacademies, die met hun wervings- en aannamebeleid het talent van de toekomst opleiden. Vanuit onze rol als financier hebben we in de huidige beleidsperiode onze verantwoordelijkheid genomen en het onderwerp zowel bij concrete aanvragen aan de orde gesteld als er ook beleidsmatig en organisatorisch uitvoering aan gegeven, blijvend geïnspireerd door #metoo en de sterke aanwezigheid van de Black Lives Matter-beweging het afgelopen jaar. Zo ontstond onder meer vanuit de gehele filmsector Mores.nl dat medewerkers uit de filmsector mogelijkheid geeft om onrechtmatigheden, criminele activiteiten, seksuele intimidatie, misbruik of pesterijen te melden en uit te bannen.

In 2020 werd tijdens het jaarlijkse evenement Code Diversiteit & Inclusie een award uitgereikt aan de organisatie en professional die zich bijzonder hebben ingezet voor een meer inclusieve cultuursector. Deze prijzen worden mogelijk gemaakt door de rijkscultuurfondsen. Dans op Recept won de &Award Organisatieprijs en een bedrag van € 20.000 voor de geboden danslessen, speciaal voor mensen met Parkinson en hun mantelzorgers, vrienden en familie. Aiman Hassani was de winnaar van de &Award Persoonsprijs, plus een geldbedrag van € 5.000 omdat deze filmmaker mensen in beweging brengt door middel van films en interventies bij bedrijven en het onderwijs. Met diverse trajecten helpt Hassani jongeren, die een kloof ervaren, op weg om te studeren aan een kunstvakopleiding dan wel aan een baan in de cultuursector.

Het Filmfonds inventariseert voorts jaarlijks het aandeel vrouwelijke scenaristen, regisseurs en producenten, die verbonden zijn aan projecttoekenningen:

vrouwen

Naar Europese maatstaven is het aandeel van vrouwen hoog, maar nog zeker niet gelijk aan dat van mannen en significant lager dan bijvoorbeeld in de Scandinavische landen.

Er is ook onderscheid tussen de verschillende categorieën: documentaire kent bijvoorbeeld naar verhouding betere ratio's vrouwen dan speelfilm. Verder is het totale percentage aan vrouwelijke producenten de laatste vijf jaar gegroeid van 36% naar 41%. Het aandeel vrouwelijke regisseurs is daarentegen iets gekrompen van 39% naar 37% net als dat van scenaristen van 43% naar 42%.

Als organisatie heeft het Filmfonds zelf de afgelopen jaren ook stappen gezet, onder meer naar aanleiding van interne trainingen die we organiseerden rond unconscious bias. Het in huis hebben van verschillende perspectieven bij het beoordelingsproces is een verrijking en noodzakelijk. We hebben dan ook bij regelingen waar we werken met adviescommissies, bewust toegewerkt naar een goede balans in de samenstelling van die commissies. Daarnaast kennen we met alle wisselingen in tijdelijke en vaste aanstellingen over het afgelopen jaar momenteel een meer diverse samenstelling van de organisatie in leeftijd, gender en culturele achtergrond.

In 2019 onderzochten we tijdens interne sessies welke acties we voor beleidsperiode 2021-2024 richting aanvragers en op organisatieniveau willen toevoegen aan het huidige beleid. In 2020 hebben we deze lijnen verder uitgewerkt. Zo zijn instapeisen voor nieuwe makers onder de loep genomen en zullen deze zoveel mogelijk worden versoepeld in het Algemeen Reglement. Daarnaast zullen speciale oproepen worden gestart, al dan niet in het kader van corona steun, om de toegang tot subsidie voor nieuwe makers te vergroten en worden verschillende initiatieven ondersteund die zich inzetten voor het vinden en begeleiden van nieuw (en meer divers) talent voor en achter de camera.

Vanwege de wereldwijd veranderende verhoudingen en de groeiende onzekerheid voor onze onafhankelijke audiovisuele sector (zeker ook vanwege de coronacrisis in 2020), moeten we nog meer dan in het verleden onze stakeholders meenemen in de keuzes die we maken. Het Filmfonds blijft verbindingen zoeken met partners in binnen- en buitenland en input ophalen uit het veld door structureel overleg met de verenigingen van scenaristen, regisseurs en producenten, dat meerdere keren per jaar plaatsvindt.

Ook nodigen we regelmatig alle belangenverenigingen van filmprofessionals uit om hen te informeren over wat er speelt in de sector en hun visie op urgente thema’s te horen. In aanloop naar het beleidsplan 2021-2024 organiseerden we in 2019 een aantal ronde tafels over specifieke onderwerpen in wisselende samenstellingen en is met alle ontwikkelingen rond steunmaatregelen veelvuldig contact gezocht met de vertegenwoordigers van de verenigingen om hen te informeren en mee te nemen in de ontwikkelingen die van belang waren voor hun achterban.

Het Filmfonds legt verantwoording af aan de aanvrager met een gemotiveerd besluit. Het overzicht van toekenningen op de website wordt wekelijks geactualiseerd. Indien een aanvrager behoefte heeft aan een nadere toelichting op het besluit, dan biedt het Filmfonds zowel bij de toe- als de afwijzingen gelegenheid tot een gesprek. Een aanvrager die het niet eens is met een besluit kan daartegen bezwaar maken.

Bezwaren

Het Filmfonds kent een onafhankelijke bezwaarcommissie. De samenstelling van de bezwaarcommissie staat in bijlage 1 op pagina 62. Het aantal bezwaren ten opzichte van het jaarlijks aantal aanvragen is gering. Op een totaal van 1635 aanvragen ontving het Filmfonds negen bezwaren, waarvan er vier zijn ingetrokken en één niet-ontvankelijk was. Van de drie door de bezwaarcommissie behandelde bezwaren zijn er één niet-ontvankelijk, en twee ongegrond verklaard. Eén zaak zal nog door de externe bezwaarcommissie worden behandeld in 2021.

Beroep

In 2020 zijn drie beroepszaken door de rechtbank behandeld. Daarvan zijn twee ongegrond verklaard en is het Filmfonds nog in afwachting van de derde uitspraak. Twee beroepszaken die reeds in 2019 tegen het Filmfonds zijn aangespannen worden in 2021 door de Rechtbank behandeld maar hebben vertraging opgelopen door achterstanden bij de rechtbank.

Wob verzoeken

In 2020 heeft het Filmfonds twee verzoeken tot openbaarmaking op grond van de Wet openbaarheid van bestuur ontvangen. De verzochte informatie is (gedeeltelijk) openbaar gemaakt. Het Filmfonds heeft ter verduidelijking ook een richtlijn rond Wob-verzoeken op de website gezet en aangegeven wat het Filmfonds al publiek toegankelijk maakt.

Klachten

Het Filmfonds heeft in 2020 geen klachten ontvangen.

De communicatieafdeling informeert de belangrijkste stakeholders onder meer over het beleid van het Filmfonds, de ondersteunde projecten en (internationale) ontwikkelingen. De focus van de kernboodschap ligt daarbij op de beleidspijlers talentontwikkeling, vernieuwing, internationalisering en professionalisering. Het jaar 2020 stond ook qua communicatie merendeels in het teken van de steunmaatregelen voor de sector. In overleg met de afdeling communicatie van het Ministerie van OCW en de overige rijkscultuurfondsen zijn alle regelingen via nieuwsbrieven, de website, pers en social media bij de aanvragers terecht gekomen.

De middelen zijn efficiënt ingezet en dit is onder meer terug te zien in het gebruik van de website in 2020: er kwamen, ten opzichte van 2019, 40% meer bezoekers naar de website (117.606 in 2020 vs. 84.259 in 2019), met zichtbare groei vanaf maart 2020. De drie hoogste bezoekerspieken vonden plaats in april (samenwerking Netflix), juni (toekenningen Filmfonds Shorts, COVID-19 updates en de regeling Film Fast Forward) en augustus (aankondiging nieuwe consulenten).

Het bouwen aan het imago van een heldere, transparante, kundige en integere organisatie blijft een algemeen focuspunt. Hiertoe zet de afdeling middelen in als pers- en nieuwsberichten, interviews naar aanleiding van ontwikkelingen in de markt en de maandelijkse nieuwsbrief naar ruim 2500 ontvangers, waarvan 65% zeer regelmatig de mail opent en doorklikt. De social media kanalen werden intensiever ingezet, waardoor er meer volgers bijkwamen. Zo blijft het aantal volgers op Facebook gestaag doorgroeien: van 5873 volgers aan het begin van 2020 naar 6962 volgers begin 2021. In 2019 is besloten Instagram aan de social media kanalen toe te voegen, een plek waar de community nu het meest actief is en het meest open lijkt voor interactie. Het aantal volgers is binnen een jaar gegroeid tot 2400. Op Twitter, dat eerder voornamelijk werd ingezet voor de internationale markt tijdens festivals en waar het afgelopen jaar daarom minder beroep op is gedaan, steeg het aantal volgers van 1313 in 2019 naar 1411 in 2020.

In 2020 verzamelde het Filmfonds meer dan 2000 nieuwe volgers op LinkedIn, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het delen van vacatures, beleidsinformatie en sectorgerelateerd nieuws.

In juni, voor de start van de Marché du Film in Cannes, publiceerden we de jaarlijkse Film Facts & Figures, een referentiepublicatie die zowel door nationale als internationale filmprofessionals veelvuldig wordt gebruikt.

Daarnaast werd de samenwerking met Eye International voortgezet en werd een start gemaakt met de uitwerking van de gezamenlijke promotie tussen het Filmfonds, de Film Commission en Eye onder de noemer van SEE NL. Hierbij worden de internationale activiteiten verder op elkaar afgestemd en is er gestart met een nieuws- en online viewingplatform.

Ook werd de jaarlijkse Monitor van de Incentive door het Creatief Kapitaal opgeleverd. Verder heeft het Filmfonds de ontwikkeling van een exploitatiedatabase uitgevoerd en getest onder aanvragers met de intentie deze in 2021 operationeel te maken.

Samenvatting

Het Ministerie van OCW heeft voor de beleidsperiode 2017-2020 een totaalbedrag van 245,39 miljoen euro beschikbaar gesteld. Dit bedrag bestaat uit de jaarlijkse instellingssubsidie, tussentijdse verhogingen voor talentontwikkeling, innovatie en filmeducatie, loon- en prijsbijstellingen en eenmalige projectsubsidies. Zo heeft het Ministerie van OCW een eenmalige extra bijdrage verleend van € 5,5 miljoen om de pilot voor high-end tv-series voort te kunnen zetten. Ook is er 11,22 miljoen euro beschikbaar gesteld in het kader van het 1e steunpakket om de financiële gevolgen van COVID-19 voor filmproducties en filmactiviteiten in 2020 op te kunnen vangen.

In aanvulling op het budget dat door het Ministerie van OCW beschikbaar stelt, ontving het Filmfonds in 2017 een laatste bijdrage op grond van het BTW convenant (314.775 euro).

In 2020 heeft het Filmfonds een bedrag van 1 miljoen euro ontvangen van Netflix als bijdrage aan de steunmaatregelen voor filmproducties & high-end tv-series.

De activiteiten- en apparaatslasten over de jaren 2017-2020 zijn via de exploitatierekening ten laste gebracht van de beschikbare baten. Als subsidie verlenende organisatie bewaakt het Filmfonds een zorgvuldige balans tussen baten en lasten. Dat wil zeggen dat de beschikbaar gestelde subsidie en de apparaats- en activiteitenlasten tot elkaar in verhouding staan. De interne beheersmaatregelen en procedures met gescheiden mandaten en controlemomenten zijn erop gericht de ingeschatte risico’s die zouden kunnen optreden tot een absoluut minimum te beperken en de financiële stabiliteit te borgen. Ten tijde van de coronacrisis hebben zich in 2020 dan ook geen omstandigheden voorgedaan die de stabiliteit van het Filmfonds in gevaar brengen. Vanuit een solide financieel-zakelijke basis en een professioneel ingerichte organisatie was het Filmfonds zelfs in staat de eigen activiteiten te intensiveren en een breed pakket aan steunmaatregelen uit te voeren.

Naast de vorming van een Bestemmingsreserve Film Production Incentive van 7,26 miljoen euro in aansluiting op het doorlopende karakter van deze regeling wordt rekening gehouden met 2,5 miljoen euro aan nog te verlenen subsidies in het kader van coulance, zodat deze middelen alsnog ten goede komen aan door de coronacrisis getroffen filmproducties en filmactiviteiten. Daarmee rekening houdend sluit het Filmfonds 2020 af met een positief saldo van 2,67 miljoen euro vanuit de reguliere bedrijfsvoering. In lijn met de afspraken met het Ministerie van OCW omtrent reservevorming zal dit positieve resultaat, bestaande uit een bedrag aan lager vastgestelde bijdragen en resterende subsidiemiddelen, in eerste instantie aangewend worden ter aanvulling van de Algemene Reserve tot het vereiste niveau.

Activa

De materiële activa van het Filmfonds blijven beperkt tot de eigen inventaris en inrichting (inclusief computerapparatuur en database) die in vaste perioden worden afgeschreven. De projectdatabase (‘Frame’) is inmiddels afgeschreven. De ICT infrastructuur en beveiliging van het Filmfonds is, met de digitalisering van het aanvraagproces, in de loop der jaren geoptimaliseerd. De lopende kosten in het kader van onderhoud, hosting, opslag etc. maken onderdeel uit van de jaarlijkse beheerslasten van het Filmfonds. Onder de financiële vaste activa staat een waarborgsom opgenomen in verband met de huisvesting. Het Filmfonds heeft daarvoor een huurovereenkomst afgesloten met Gebloem Onroerend Goed Exploitatiemaatschappij II BV.

Vorderingen

De vordering subsidie OCW CuNo betreft de toegezegde, nog niet ontvangen meerjarige subsidie van het Ministerie van OCW zoals vermeld in de subsidiebeschikkingen. Alle subsidie voor de periode 2017-2020 is ontvangen. Afgezien van de voorwaardelijke vordering van het Filmfonds op het Ministerie van OCW van 5,13 miljoen euro zijn er verder geen bijzonderheden te vermelden.

Liquide middelen

In 2019 is het Filmfonds volledig overgeschakeld op het systeem van schatkistbankieren. Bij ABN AMRO houdt het Filmfonds nog wel een bankrekening aan voor reguliere betalingen en ontvangsten. Met de subsidie die het Ministerie van OCW per kwartaal aan het Filmfonds beschikbaar stelt blijft de liquiditeit positief. Het actuele saldo bij het Ministerie van Financiën bedraagt 98,45 miljoen euro. Dit bedrag is niet vrij beschikbaar maar dient ter dekking van de activiteiten- en apparaatslasten zoals vastgelegd in een goedgekeurde begroting en de beschikkingen die op grond van de subsidieregelingen van het Filmfonds zijn afgegeven. Het Filmfonds kent verder geen beleggingen in aandelen, obligaties of andere zaken die van invloed zijn op de financiën.

Eigen vermogen

De bedrijfsvoering is ingericht op de publieke taakuitoefening. Er zijn dan ook geen inkomsten uit commerciële of andere activiteiten die het eigen vermogen kunnen aanvullen. Het eigen vermogen wordt onderscheiden in de Bestemmingsfondsen OCW en een Algemene Reserve.

De Bestemmingsfondsen OCW omvatten het deel van het eigen vermogen, waaraan door het Ministerie een beperkte bestedingsmogelijkheid is gegeven. In het kader van talentontwikkeling is met instemming van het Ministerie van OCW vier jaar lang een jaarlijks bedrag van 462.000 euro onttrokken aan het Bestemmingsfonds OCW 2013-2016. Op 31 december 2020 zijn de middelen hiervoor nagenoeg uitgeput en resteert nog 53.943 euro. Het Bestemmingsfonds OCW 2017-2020 is met 195.986 euro bevroren op het niveau van 2017. Lager vastgestelde bijdragen en rente komen ten goede aan de Algemene Reserve om deze op het vereiste niveau te brengen.

De mogelijkheden om de Algemene Reserve te versterken zijn echter te beperkt gebleken. Met het systeem van dagelijkse saldoregulatie via Schatkistbankieren komen er geen rentebaten meer binnen. Ook zijn de baten vanuit teruggevorderde subsidie gering. Dat hangt samen met het gefaseerde systeem van beoordeling en monitoring die het Filmfonds hanteert waardoor de subsidie achteraf slechts in een beperkt aantal gevallen lager vastgesteld hoeft te worden. Ook stelt het Filmfonds verleende bijdragen die beperkt in omvang zijn, conform het Uniform Subsidiekader, direct vast. Om eventuele restrisico’s te kunnen ondervangen heeft het Ministerie van OCW toestemming verleend tot opbouw van de Algemene Reserve naar het streefpercentage van 3%. In december 2019 bedroeg de Algemene Reserve 534.035, nog geen 1% van het jaarbudget. Op basis van lager vastgestelde bijdragen kan daar in 2020 130.792 euro aan worden toegevoegd. Gezien de risico’s van een te lage reserve heeft het Filmfonds het Ministerie van OCW verzocht om de Algemene Reserve vanuit het resultaat uit de gewone bedrijfsvoering tot het vereiste niveau van 3% van de meerjarenbegroting 2021-2024 aan te vullen. Het surplus komt ten goede aan het Bestemmingsfonds OCW 2017-2020.

Exploitatierekening

De totale baten in 2020 bedroegen 89,23 miljoen euro. De instellingsbijdrage van het Ministerie van OCW, verminderd met een verlaging van het budget als korting op de apparaatskosten, vormt daarvoor de basis. Aan de instellingsbijdrage zijn in 2020 toegevoegd de extra middelen ten behoeve van de pilot voor filmeducatiehubs, talentontwikkeling en vernieuwing, de jaarlijkse projectsubsidies in het kader van Eurimages, internationalisering en het Internationaal Cultuurbeleid (ICB), de eenmalige projectsubsidie voor de pilot voor high-end tv-series (Incentive) en het steunpakket COVID-19 (RAOCCC). Op aanwijzing van het Ministerie van OCW wordt een jaarlijks bedrag van 462.000 euro voor filmproducties in het kader van talentontwikkeling niet in de baten opgenomen, maar ten laste gebracht van het Bestemmingsfonds OCW 2013-2016. Ook ontving het Filmfonds een eenmalige bijdrage van Netflix van 1 miljoen euro in het kader van steunmaatregelen.

In 2020 bedroegen de apparaatslasten 4,91 miljoen euro (6,2%). Dit percentage ligt onder de met het Ministerie van OCW overeengekomen norm van 7,6%. In verhouding tot de uitbreiding van het takenpakket van het Filmfonds, de extra regelingen en de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het 1e steunpakket zijn de apparaatslasten, ondanks de druk op de organisatie, slechts beperkt gestegen. Vooruitlopend op de versterking van de organisatie is geïnvesteerd in nieuwe medewerkers en de werving daarvan.

Een bedrag van 74,41 miljoen euro, ofwel 93,8% van de totale lasten, is besteed aan de subsidieverlening voor filmproducties, filmactiviteiten en overige activiteiten in het kader van het beleidsinstrumentarium van het Filmfonds. De verlening van subsidies via de verschillende deelreglementen verliep grotendeels volgens verwachting. Naast de reguliere subsidieregelingen hebben we – in het kader van het steunpakket - extra ruimte geboden aan individuele scenaristen en regisseurs en de productie en distributie van films en series kunnen continueren. Veel filmfestivals vonden geen doorgang of moesten kiezen voor alternatieven, waardoor ze inkomsten misliepen en hun publiek niet optimaal konden bereiken.

In het kader van coulancemaatregelen zijn bestaande subsidies gehandhaafd en zijn verschillende nieuwe initiatieven gesteund, zoals een dashboard voor de online omgeving van de festivals. Ook heeft het Filmfonds gesubsidieerde filmtheaters gesteund met een matchingsregeling. In het kader van de Film Production Incentive is 21,83 miljoen euro verleend aan filmproducties en high-end tv-series. Met de terugval van producties die o.a. door COVID-19 niet aan de financieringsvereisten konden voldoen resteert een bedrag van 7,26 miljoen euro. Dit bedrag wordt via een bestemmingsreserve toegevoegd aan het budget van de regeling in 2021. Dat geldt ook voor een bedrag van 2,5 miljoen euro aan subsidiemiddelen die door COVID-19 niet verleend konden worden.

Afgezien van de interne beheersmaatregelen en periodieke actualisering van de procedures kent het Filmfonds een zorgvuldig proces van beoordeling, monitoring en financiële beoordeling over meerdere schijven. Jaarlijks worden de bestaande en mogelijk nieuwe risico’s in kaart gebracht en besproken met het Audit Comité van de RVT. Aan de hand van de jaarlijkse accountantscontrole en een uitgebreide risicoanalyse wordt vastgesteld of de bestaande beheersmaatregelen van het Filmfonds nog effectief en afdoende zijn dan wel bijstelling behoeven. Door taken en verantwoordelijkheden duidelijk te scheiden en procedures en controlemomenten zorgvuldig toe te passen worden de meeste risico’s afgedekt door interne beheersmaatregelen. Met een wereldwijde pandemie was echter geen rekening gehouden. Het Filmfonds bleek in staat adequaat en effectief in te kunnen spelen op de gevolgen van de coronacrisis voor zowel de organisatie als de getroffen filmproducties en filmactiviteiten. De financiële schade is opgevangen en waar mogelijk zijn projecten gecontinueerd. In de jaarlijkse risico inventarisatie en daarbij behorende beheersmaatregelen zijn de risico’s bij onder andere natuurgeweld, een virustuitbraak en faillissementen in de sector toegevoegd. De resterende risico’s waarvoor interne beheersmaatregelen niet afdoende zijn en waarvoor ook geen verzekering mogelijk is, kunnen financiële gevolgen hebben.

De kans dat dergelijke restrisico’s zich daadwerkelijk voordoen is niet groot, de eventuele impact daarentegen wel indien het Filmfonds over onvoldoende eigen middelen beschikt om financiële tegenvallers te dragen. Om restrisico’s op te vangen heeft het Ministerie van OCW toestemming gegeven voor de opbouw van de Algemene Reserve naar het streefpercentage van 3% van de gemiddelde jaarbegroting cultuurnotaperiode 2017-2020.

WNT

De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT), die beloning van topfunctionarissen in de (semi-)publieke sector normeert en maximeert, geldt ook voor Rijkscultuurfondsen zoals het Nederlands Filmfonds. Het Filmfonds hanteert al sinds 2010 de indeling van de BBRA-schalen van de Rijksoverheid, zij het dat het Filmfonds in plaats van een 36-urige werkweek, een 38-urige werkweek hanteert. De Filmfondsschalen zijn in overleg met het Ministerie van OCW op de duur van de werkweek aangepast. De honorering van de directeur/bestuurder in schaal 16 is in lijn met de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen (semi-)publieke sector en tevens met de kaders die voor de bestuurders van cultuurfondsen zijn gesteld.