Professionalisering

Professionalisering raakt aan veel onderwerpen en overlapt ten dele met arbeidsmarktknelpunten. Wat het Filmfonds betreft ligt daarbij een eerste en collectieve verantwoordelijkheid bij professionals in de filmsector, een standpunt dat ondersteund wordt door de regiegroep Arbeidsmarktagenda Culturele en Creatieve sector. Dat neemt niet weg dat we op thema’s als organisatiegraad, “fair pay” en continuïteit gericht activiteiten kunnen ondersteunen, waaronder het COVID-protocol dat in het pandemiejaar 2020 de continuïteit van het filmproces overeind hield (zie hieronder).

Belangenverenigingen van producenten, FPN, ApN, IPN en DPN vormden in 2020, met een bijdrage van het Filmfonds, een alliantie met een gezamenlijk bureau: de nieuwe belangenvereniging Nederlandse Audiovisuele Producenten Alliantie (NAPA). Een speciale werkgroep stelde een Intentieverklaring voor de audiovisuele sector op. Deze verklaring omvat gedragsregels rond professioneel handelen en is een sectorspecifieke aanvulling op de Fair Practice Code. In lijn met het regeringsbeleid worden ook de reeds binnen de sector gehanteerde codes voor fair practice, diversiteit en inclusie alsook cultural governance onderdeel van de subsidieverstrekking. Aangezien het Filmfonds slechts een van de financiers is en het productieproces van films en series kapitaalintensief en risicovol is, zal het een gezamenlijke inspanning van alle partijen in de sector vergen om hierin vooruitgang te blijven boeken. Dat het mogelijk is bewijst de totstandkoming van het COVID-protocol waarin NAPA een voortrekkersrol op zich nam en alle partijen in de sector bijeenbracht. Ook de gezamenlijke inspanning van alle belangenverenigingen, festivals, academies, broedplaatsen en financiers om te komen tot een nieuwe Ontwikkelinstelling voor Film & AV is een voorbeeld dat de sector eensgezind kan optreden. Het Filmfonds was al lange tijd een groot voorstander van een dergelijke instelling en heeft zich daar samen met Eye ook hard voor gemaakt maar zonder dit brede draagvlak had het niet gerealiseerd kunnen worden.

Tijdens de coronacrisis hebben we ons optimaal ingespannen om ervoor te zorgen dat betalingsverplichtingen in de sector nagekomen konden worden door onze betalingstermijnen te vervroegen. Ook hebben we tal van maatregelen genomen om een kwetsbare sector bestaande uit zelfstandigen en kleine ondernemingen via filmproducties en activiteiten tot steun te zijn en waar mogelijk verlies van werk en inkomsten te beperken. In het kader van subsidieverlening letten we er ook op of kosten marktconform begroot zijn en
of ze passen bij het filmplan. Dit om te voorkomen dat er onverantwoorde risico’s worden genomen.

We kunnen in onze beschikkingen opmerken dat posten te laag of te hoog begroot lijken, maar in de vrije markt schrijven we als Filmfonds geen vaste tarieven voor. In ons Financieel en Productioneel Protocol is een aantal artikelen opgenomen met betrekking tot honoraria en eventuele (rechten)vergoedingen en de positie van uitvoerenden. Het Filmfonds, CoBO en het NPO-fonds werken waar mogelijk samen ter borging van de financiële kaders. Inmiddels zorgen de drie publieke financiers voor betere aansluiting van de financiële kaders op punten als percentages, de kosten die begroot kunnen worden en bevoorschottingsritme.

Vanaf begin maart kon het Filmfonds, met behulp van het Ministerie van OCW verschillende steunmaatregelen lanceren die bijdroegen aan stabiliteit binnen de filmsector en daarmee de fair practice gedragscode overeind houden. Daarnaast bleek bevoorschotting mogelijk door soepele inzet van revolverende middelen, dekking van frictiekosten van stukgelopen producties, en herstart van producties op basis van marktconforme betaling en het COVID-19 Protocol AV Sector. Door dit steunpakket voor de culturele en creatieve sector konden de meerkosten van producties die door het Filmfonds waren ondersteund in belangrijke mate worden opgevangen en de werkomstandigheden op de filmset zo optimaal mogelijk worden gehouden.

De garantieregeling pandemie dient als tegemoetkoming in de kosten die tijdens de productiefase direct en aantoonbaar kunnen voortkomen uit ingrijpen van de rijksoverheid, dan wel uitval van regisseur, van essentiële castleden of hoofdpersonen, als gevolg van een eventuele pandemie tijdens het productieproces. Ook heeft het Filmfonds met ingang van 2020 meer ruimte gecreëerd voor producenten om internationaal te co-financieren. In het kader van de Steunmaatregelen Distributie (COVID-19) is er een verhoging van de reeds verleende distributiebijdrage voor een uitbreng op basis van matching mogelijk (zie ook hoofdstuk 0 over de Steunmaatregelen).