Inleiding

Dit is het laatste jaarverslag uit de beleidsperiode 2017-2020 waarin het Filmfonds uitvoering gaf aan zijn beleid langs de pijlers talentontwikkeling, innovatie, internationalisering en professionalisering. Maar 2020 bleek ook het jaar te worden van een wereldwijde rampspoed. De COVID-19 pandemie kwam keihard binnen, waarna onze maatschappij, maar ook wij als Filmfonds, voor radicale keuzes kwamen te staan.

Ga naar de inhoudsopgave om de online versie van het jaarverslag te lezen of download hier de PDF inclusief alle bijlagen. 

Inleiding

Naast de wereldwijde impact op het dagelijks leven en het verlies van vele mensenlevens legde de coronacrisis in razend tempo allerlei zaken bloot in de filmsector, waaronder de onderlinge afhankelijkheid van alle schakels binnen de filmketen: van schrijvers, regisseurs, cast en crew tot aan producenten, distributeurs, vertoners en financiers. De filmindustrie is een fragiele biotoop. Dat is al jaren bekend, maar de complexiteit van al die dominosteentjes bij elkaar werd vele malen duidelijker naarmate de crisis langer duurde. Film is per definitie gebaseerd op samenwerking en dat inzicht weerklonk in 2020 overal binnen de sector. Vanaf de eerste steekwoorden die een filmmaker als het ware op een bierviltje krabbelt tot aan het intensieve productieproces, de bioscooprelease en de daaropvolgende vertoning op televisie of via een SVOD-kanaal; er hebben talloze professionals aan meegewerkt, inclusief het Filmfonds als financier. Vanuit deze gedachtegang hebben we als Filmfonds na het uitbreken van de pandemie direct een aantal steunmaatregelen opgezet om álle schakels in de filmketen zo goed mogelijk te ondersteunen zolang de coronacrisis aanhoudt. Een overzicht van alle (subsidie)regelingen en afspraken in de sector rondom COVID-19 zijn te vinden in in het volgende hoofdstuk over de Steunmaatregelen.

Ondanks, of misschien wel dánkzij dit ingewikkelde jaar hebben we veel positieve lessen geleerd. Met het besef van de onderlinge verbondenheid van alle spelers in de filmsector, kwam al snel het sleutelwoord solidariteit naar boven. Er is verregaande samenwerking nodig om gezamenlijk uit de crisis te komen. Het succes van de één helpt immers de ander.

Een mooi voorbeeld: toen de vier grote BIS-festivals zich realiseerden dat filmvertoningen in de zaal dit jaar nauwelijks een optie zouden zijn, werden de handen ineengeslagen voor de ontwikkeling van een digitaal platform waardoor het streamen van festivalfilms en events beter mogelijk werd. Een prijzenswaardige ontwikkeling, temeer daar het de sector kan voorbereiden op de nieuwe realiteit van filmervaring. Het is te verwachten dat 2021 het jaar van de kijkervaring wordt: waar en hoe kunnen culturele audiovisuele producties, films en documentaires worden gezien en op welke manier? Met het veranderen van ons kijkgedrag (voornamelijk op kleine schermen thuis in plaats van in filmtheaters en bioscopen) ligt een ‘slag om de schermen’ in het verschiet. Dit heeft consequenties voor onze rol als Filmfonds, dat in principe filmproducties met theatrale bioscoopambities subsidieert. Hoe zorgen we ervoor dat er een goede balans zit in de aanbodkanalen, on- en offline, opdat alle films hun publiek bereiken?

Het Filmfonds heeft met daadkracht en flexibiliteit geprobeerd de coronacrisis te trotseren. Ondanks alle tegenslagen is gebleken dat de veranderingen in beleid en de daaruit voortvloeiende subsidieregelingen, ingezet in de vorige beleidsperiode, effectief zijn geweest. Deze beleidsrichting willen we de komende jaren voortzetten. We blijven aandacht schenken aan eerlijke, artistieke, breekbare of juist toegankelijke producties met een zo hoog mogelijke kwaliteit. Daartoe wil het Filmfonds zo sterk en breed mogelijk het ontwikkelproces van producties steunen. Tegelijkertijd blijven we kritisch in onze selectie zodat we de meest kansrijke en waardevolle filmproducties zo goed mogelijk kunnen ondersteunen. Uitzonderlijkheid en kwaliteit zijn nodig om op te vallen binnen de filmsector die, mede door de komst van de vele streamingsplatforms, enorm is verbreed.

Het filmlandschap is – ook zonder de huidige coronacrisis – constant in beweging. Dat betekent dat het Filmfonds telkens opnieuw moet kijken naar zijn eigen rol en de invulling daarvan. Zo is, om even vernieuwend en flexibel te blijven als filmmakers zelf, onder meer een periodieke doorstroom van onze filmconsulenten noodzakelijk. Juist tijdens deze pandemie achtten we het cruciaal ook organisatorisch aanpassingen door te voeren.

Er staat nu een sterk team van filmconsulenten en fondsprofessionals die elkaar aanvullen met kennis, hun expertises, verschillende visies en perspectieven. Hiermee blijven we onze rol als publieke financier vervullen met een hele duidelijke missie om diversiteit, kwaliteit en originaliteit van het Nederlandse filmlandschap te stimuleren en te waarborgen.

Het Filmfonds heeft zich in de afgelopen jaren verder organisatorisch veranderd. Er was een bestuurswissel, een interim-directeur en vanaf 1 maart 2020 ondergetekende als directeur/bestuurder. Ondanks de coronacrisis werden de in de voorgaande jaren gesignaleerde noodzakelijke veranderingsprocessen binnen de organisatie verder doorgevoerd, wat onder andere betekende dat met verkenningen, gesprekken en het stroomlijnen van processen de voorbereidingen werden getroffen om per januari 2021 de afdelingen Screen NL en New Screen NL samen te voegen, de afdeling International effectiever aan te sturen en naast het subsidiebureau een afdeling productie op te zetten.

In sociaal opzicht heeft de coronacrisis blootgelegd dat er in onze maatschappij, maar ook in de filmindustrie, machtsongelijkheden zijn waardoor sociale verhoudingen op scherp worden gezet. Ook dit was al langer duidelijk, ook waar het de organisatie van het Filmfonds zelf betreft. Maar wat een beweging als Black Lives Matter in 2020 onderstreepte, en #metoo al eerder, is dat we allemaal een rol hebben om representatie, toegang tot kapitaal en netwerken steviger en structureel aan te pakken. Voor ons betekent dat o.a. dat we de ongelijke machtsverhoudingen binnen de filmsector moeten ontmantelen. Dat gaat niet vanzelf. Doortastend handelen is nodig, bijvoorbeeld door diversiteit en inclusiviteit in filmproducties te stimuleren via onze aanvraagprocedures en de filmmakers daarop aan te spreken.

Een begin is bijvoorbeeld dat de Caribische gebieden per 2021 structureel toegang hebben tot subsidie bij het Filmfonds. Een kleine stap om de diversiteit in de Nederlandse filmcultuur verder te vergroten, met als mooi voorbeeld natuurlijk de Nederlandse Oscarinzending Buladó van Eché Janga (winnaar Gouden Kalf 2020).

De Nederlandse filmsector is bij uitstek een internationaal opererende sector en het Filmfonds stimuleert dat. De artistieke en persoonlijke vrijheid van filmmakers is voor ons leidend in ons internationaal filmbeleid. Er wordt veel gecoproduceerd, onder meer met België, Duitsland, Ierland en Scandinavië. Er zijn artistiek-inhoudelijk en cultuurhistorisch natuurlijke banden met Zuid-Afrika en Suriname die verder versterkt kunnen worden. Maar we zien ook kansen in versterkte samenwerkingen met landen als Frankrijk, Canada en Indonesië. De meeste van die internationale samenwerkingsverbanden zijn echter door de huidige coronacrisis vertraagd of tot stilstand gekomen. We werken er hard aan (zo is ook te lezen in het hoofdstuk ‘Internationalisering’) om deze banden weer aan te halen. In de toekomst willen we blijven inzetten op deze samenwerkingsverbanden die meer gericht zullen zijn op het nastreven van de hoogst mogelijke cinematografische kwaliteit en artistiek/creatieve coproducties in plaats van financiële wederkerigheid tussen landen.

Met het crisisjaar 2020 achter de rug zien we onder meer de volgende uitdagingen voor de nabije toekomst en de komende beleidsperiode:

Filmmaking is a people’s business, ofwel een mensenzaak. Het is en blijft van het grootste belang om de menselijke maat centraal te stellen. Het blijft noodzaak om connecties te leggen, om samen belangwekkende films te maken waarin het publiek zich kan herkennen. Ook in tijden waarin intermenselijk contact lastig is. Gezien de extreme mate van polarisatie die we bij onze grote Atlantische buurgenoot aantreffen en de grote invloed van de algoritme gestuurde mediabubbels, is het aanmoedigen en tonen van verschillende perspectieven van het allergrootste belang. Diverse, eigenzinnige, kunstzinnige en menselijke cinema kan de op het spits gedreven discussies terugbrengen tot een gezond gesprek en een uitgestoken hand. Zelfs als je het niet met elkaar eens bent.

 

Januari 2021

Bero Beyer, directeur/bestuurder