Overzicht belangrijkste aanpassingen van aanvraagmogelijkheden

Overzicht belangrijkste aanpassingen van aanvraagmogelijkheden per 1 januari 2013:

ONTWIKKELING VAN FILMPRODUCTIES

De aanvraagmogelijkheden voor ontwikkeling worden op een aantal punten uitgebreid: voor documentaires biedt het Fonds de mogelijkheid een aanvraag te doen voor research, een documentaire script en het maken van proefopnamen. Voor de ontwikkeling van speelfilms biedt het Fonds naast de bestaande Vrijplaats voor ervaren scenaristen tevens een Vrijplaats voor beginnende scenaristen. Voor beide Vrijplaatsen gelden vaste indiendata.

Vanaf 15 januari 2013 kan voor nieuwe filmproducties, voorafgaand aan een formele aanvraag, een ideecheck worden gedaan bij een van de filmconsulenten. Na het insturen van een synopsis van maximaal 4 pagina’s, toelichting, planning en cv’s krijgt de producent een reactie van de filmconsulent. Een ideecheck vult u online in, is geen formele aanvraag en is bedoeld om een eerste reactie te krijgen van een filmconsulent op het filmplan dat de aanvrager voor ogen heeft.

De ideecheck en ontwikkelingsaanvragen kunnen het hele jaar gedaan worden, behalve tussen 1 december en 15 januari en tussen 1 juli en 1 september. In elke fase van ontwikkeling kan eenzelfde project maximaal twee maal worden ingediend.

REALISERING VAN FILMPRODUCTIES

Voor realiseringsaanvragen gelden vaste indienmomenten. Met uitzondering van realiseringsaanvragen voor filmisch experiment en voor minoritaire coproducties buiten het samenwerkingsverband met VAF en het HBF om, die het hele jaar ingediend kunnen worden, behalve tussen 1 december en 15 januari en tussen 1 juli en 1 september. Eenzelfde project kan maximaal twee maal voor realisering worden ingediend.

Bij realisering wordt voor alle filmproducties een gefaseerde behandeling gehanteerd:

Fase 1: Een voornemen tot subsidieverlening

Fase 2: Binnen maximaal 6 maanden nadat het Fonds zijn voornemen heeft uitgesproken volgt een toekenning tot subsidie, indien de verdere uitwerking van het filmplan en het cross mediaal marketing- en distributieplan sterk genoeg zijn en het Fonds kan instemmen met de definitieve en realistische begroting en het financieringsplan.

De financiering van een filmproductie dient volledig gerealiseerd te zijn binnen 12 maanden na het voornemen tot subsidieverlening.

De hoogte van een realiseringsbijdrage voor filmproducties wordt gedifferentieerd aan de hand van de ervaring van de betrokken regisseur. Voor speelfilmaanvragen geldt dat de maximale basisbijdrage verhoogd kan worden met een toeslag op basis van artistiek succes van de betrokken hoofdverantwoordelijke scenarist, regisseur en producent. Daarnaast kan de maximale basisbijdrage worden verhoogd met een matchingbijdrage op basis van bepaalde aangetrokken internationale financiering. De differentiatie van bijdragen komt uitgebreid aan de orde in het geactualiseerde Financieel & Productioneel Protocol dat medio december op de site wordt gepubliceerd en per 1 januari 2013 het huidige protocol vervangt.

Realiseringsaanvragen bij Screen NL Plus, in het kader van de Suppletieregeling Filminvesteringen Nederland zijn, afhankelijk van de beschikbare middelen, mogelijk tot 7 juni 2013. Na deze datum stopt de Suppletieregeling in de huidige vorm en wordt een herziene regeling voor de financiering van bioscoopfilms voor een groot publiek ingevoerd. Afhankelijk van de beschikbare middelen op dat moment worden aanvragen onder de herziene regeling in 2013 dan wel vanaf januari 2014 in behandeling genomen. 

De  Europese regelgeving voor maximale staatssteunpercentages blijft van kracht. Het Fonds hanteert een fondsaandeel in de financiering van 40% als totale bijdrage in een filmproductie. Voor artistieke filmproducties met een maximum productiebudget van 2 miljoen euro en beperkte economische waarde kan het Fonds besluiten een hoger percentage bij te dragen.

DISTRIBUTIE VAN FILMPRODUCTIES

Voor documentaires en speelfilms kan door een filmdistributeur samen met een producent een aanvraag voor een marketing- en distributiebijdrage worden ingediend, gelijktijdig met de gefaseerde aanvraag voor realisering. Dit komt in de plaats van de huidige mogelijkheid om een separate promotie & marketing bijdrage aan te vragen en een separate bijdrage voor distributie.

De voorwaarden voor ondersteuning van internationale distributie van Nederlandse films worden versoepeld: speelfilms met een maximaal productiebudget van 3 miljoen euro komen in aanmerking voor een bijdrage in de kosten voor onder meer dubbing- en/of buitenlandse distributie; een bijdrage in de kosten voor dubbing van films kan ook door de producent worden aangevraagd; en producenten van minoritaire coproducties komen ook in aanmerking voor een bijdrage in de reis-, en verblijfkosten bij festivalselectie.

Aankoop van buitenlandse arthouse films, waaronder jeugdfilms, wordt gesteund door middel van slatefunding voor minimaal 3 filmproducties ten behoeve van de Nederlandse theatrical release en bijbehorende kosten voor marketing en promotie.

Ook kan er projectsubsidie voor aankoop van buitenlandse arthouse films worden aangevraagd op basis van behaalde resultaten met een eerdere uitbreng. De aparte regeling voor buitenlandse jeugdfilms verdwijnt hiermee. Wel wordt met verschillende partijen in de sector gekeken naar een aanvullend en effectief model om de vertoning van buitenlandse jeugdfilms in Nederland te stimuleren.

FILMACTIVITEITEN

Vanaf 2013  kunnen aanvragen worden gedaan voor Filmfestivals, (internationale) Filmbijeenkomsten, Training, Publicatie & Onderzoek en Bijzondere bijdragen. De mogelijkheid voor ondersteuning van Filmtheaters komt te vervallen. Aanvragen voor training in het binnen- of buitenland op het gebied van productie, regie, scenario-ontwikkeling en innovatie van de filmsector komen in aanmerking voor een bijdrage. Prioriteit wordt gegeven aan internationale filmtrainingen gericht op kennisuitwisseling tussen filmprofessionals en het bevorderen van coproductie en/of trainingen gekoppeld aan specifieke filmproducties. Filmfestivals worden onderscheiden in jaarlijkse festivals met een breed publieksbereik, incidentele filmfestivals en festivals die zich richten op film en andere kunstdisciplines.

WERKWIJZE

Vanaf 2013 maakt de inhoudelijke beoordeling van subsidieaanvragen door commissies plaats voor de inhoudelijke beoordeling door filmconsulenten en/of externe adviseurs. De projectanalyse (zakelijk & productioneel) en het advies over de hoogte van de bijdrage geschiedt door het subsidiebureau onder leiding van het Hoofd Screen NL of New Screen NL. De directeur/bestuurder besluit, mede op basis van de advisering, over de mogelijke toekenning van een bijdrage. De Filmconsulenten hebben ieder een prioritair aandachtsgebied:

Bero Beyer - Filmconsulent speelfilm
Prioriteit: het stimuleren van onderscheidende en kwalitatief hoogstaande arthouse films en internationale coproducties
 
José van Doorn - Filmconsulent speelfilm
Prioriteit: het stimuleren van onderscheidende en kwalitatief hoogstaande cross over en mainstreamfilms

Monique Ruinen - Filmconsulent speelfilm
Prioriteit: het stimuleren van onderscheidende en kwalitatief hoogstaande kinder, jeugd- en familiefilms

Pieter Fleury - Filmconsulent documentaire Prioriteit: het stimuleren van onderscheidende en kwalitatief hoogstaande lange documentaires, die door hun cinematografische kwaliteit geschikt zijn voor bioscoopvertoning

Dorien van de Pas - Filmconsulent Talentontwikkeling
Prioriteit: het stimuleren van nieuw speelfilmtalent

Renée van der Grinten - Filmconsulent Filmisch experiment & documentaire
Prioriteit: het stimuleren van filmisch experiment in alle genres van debuterende en ervaren regisseurs evenals van debuterende documentairemakers

Peter Lindhout - Filmconsulent Animatie Prioriteit: het stimuleren van onderscheidende en kwalitatief hoogstaande korte animatiefilms en lange animatiefilms van debutanten en ervaren makers.

Aanvragen voor filmproducties zijn mogelijk via de programma’s New Screen NL, Screen NL, of Screen NL Plus. De programma’s worden door de volgende hoofden aangestuurd: respectievelijk Dorien van de Pas, Frank Peijnenburg en George van Breemen.

Eenzelfde aanvraag kan maximaal bij één programma worden ingediend. Een aanvraag voor een volgende fase van eenzelfde project kan pas worden ingediend als het besluit over een lopende aanvraag is genomen. Aanvragen worden ingediend door middel van het daarvoor bestemde aanvraagformulier bij het bestuur van het Fonds, vertegenwoordigd door Doreen Boonekamp, directeur/bestuurder.