Aanpassingen Suppletieregeling 2012

De afgelopen twee jaar is de Suppletieregeling Filminvesteringen Nederland van het Nederlands Filmfonds grondig geëvalueerd.

Met de invoering van een aantal wijzigingen is de regeling beter toegesneden op de doelstelling: het bevorderen van de totstandkoming van bioscoopfilms, die een culturele waarde hebben en door hun toegankelijkheid in staat zijn grotere groepen van de bevolking te bereiken.

De regeling, waarbij de beoordeling niet artistiek-inhoudelijk plaatsvindt, maar op strikte financiële en juridische criteria, lijkt daar inmiddels goed in te slagen. Over de afgelopen twee jaar zijn acht van de tien best bezochte Nederlandse bioscoopfilms mede met steun van de regeling tot stand gekomen en leverden daarmee hun bijdrage aan de stijging van het Nederlandse marktaandeel in de bioscoop.

Inmiddels is het budget van de Suppletieregeling voor 2011 volledig besteed en doen nieuwe aanvragen automatisch een beroep op de middelen voor het volgend jaar, het moment waarop de herziene regeling in werking treedt. Zoals voor de zomer aangekondigd zal er een klein aantal noodzakelijke aanpassingen in de Suppletieregeling voor 2012 worden doorgevoerd. Hierover willen wij u bij deze alvast informeren.

De wijzigingen per 1 januari 2012 hangen primair samen met de noodzakelijke aansluiting bij de overige reglementen, die sinds 16 juni 2011 van kracht zijn. Zo worden de definities met elkaar in overeenstemming gebracht, evenals procedurele zaken. Verder wordt digitaal aanvragen ingevoerd, al blijft een papieren versie voor het moment van indiening wel verplicht. Bepaalde artikelen uit het Algemeen Reglement worden van toepassing op de Suppletieregeling. Het gaat om algemeen geldende zaken zoals bevoorschotting en verantwoording evenals algemene verplichtingen vastgelegd in artikelen 2, 16, 17, 19, 20 en 24 van het Algemeen reglement. In het Algemeen Reglement zal op 1 januari 2012 artikel 1 aangepast worden zodat het reglement ook op de Suppletieregeling van toepassing is.

Op verschillende punten wordt de regeling aangescherpt:

I. De mate waarin de resultaten van bioscoopfilms met suppletiesubsidie meetellen voor de nieuwe aanvragen. In het geval er op grond van deze regeling vanaf 1 januari 2011 subsidie is verleend aan een of meerdere reeds in de bioscoop uitgebrachte bioscoopfilms waarvoor de producent als aanvrager verantwoordelijk was, dan is het gemiddelde van het bioscoopbezoek aan de desbetreffende bioscoopfilm(s) met suppletiesubsidie en de bioscoopfilm met het hoogste publieksbereik van zeven kalenderjaren voorafgaand aan de aanvraag bepalend voor de hoogte van de aan te vragen subsidie.

II. Daarnaast wil het Fonds ter versterking van de filmsector en productiehuizen meer inzicht en duidelijkheid wat betreft de verdeling van opbrengsten en de mate waarin het Fonds en andere financiers daadwerkelijk terugbetaald worden uit inkomsten. Die verplichting rust bij de aanvrager. Dit is van belang gezien de middelen die uit exploitatie aan het Filmfonds worden terugbetaald opnieuw door het Filmfonds in filmproducties van de aanvrager geïnvesteerd kunnen worden en in beperkte mate aangewend kunnen worden voor het nakomen van afspraken met risicodragende investeerders en rechthebbenden van de betreffende filmproductie.

III. De minimum bioscoopbezoekersgrens in Nederland wordt verhoogd van 50.000 naar 100.000 bezoekers. Dit aantal bezoekers dient een voorgaande film van de aanvrager in de afgelopen zeven jaar minimaal behaald te hebben om een aanvraag bij de Suppletieregeling in te kunnen dienen. Films die de afgelopen jaren met suppletiesubsidie tot stand zijn gekomen trokken gemiddeld 250 duizend bezoekers en het gemiddelde aantal bezoekers in de afgelopen zeven jaar aan alle Nederlandse films bedraagt 135.000 bezoekers. Een verhoging van de minimum bezoekersgrens sluit wat het Fonds betreft beter aan op de resultaten van de sector en op de doelstelling van de regeling.

Bovengenoemde punten zijn met bestuur en directie van de Nederlandse Vereniging van Speelfilmproducenten besproken en zij kunnen zich hierin vinden. De wijzigingen zijn ook door de Raad van Toezicht goedgekeurd en zijn ter goedkeuring aangeboden aan het ministerie van OCW. Zodra de officiële goedkeuring een feit is zal het Fonds u daarvan op de hoogte stellen.

Mocht u nog vragen hebben dan kunt u zich wenden tot de medewerkers van het Nederlands Filmfonds, die verantwoordelijk zijn voor de Suppletieregeling.