Versterking Arbeidsmarktpositie Filmprofessionals

Versterking Arbeidsmarktpositie Filmprofessionals

Om de arbeidspositie van filmprofessionals te versterken, ondersteunt het Fonds de sector via een integrale aanpak met overkoepelende activiteiten. Deze sluiten aan op voornemens uit het beleidsplan 2017-2020 in het kader van de professionalisering van de sector en de voorstellen die de SER en de Raad voor Cultuur naar voren brengen in hun recente rapport Passie Gewaardeerd, over versterking van de arbeidsmarkt in de culturele en creatieve sector. De aanpak is erop gericht het verdienvermogen in de sector te vergroten, de inkomenszekerheid te verbeteren, scholing te bevorderen en de sociale dialoog te versterken.

Begin 2016 stelden de SER en de Raad voor Cultuur in een verkenning vast dat de arbeidsmarktpositie in de cultuursector zorgwekkend is. In reactie daarop maakte het ministerie van OCW eenmalig middelen vrij om de verbetering ervan te ondersteunen. Naast een discipline-overstijgende arbeidsmarktagenda via onder meer Kunsten ’92, de Federatie Cultuur en FNV/Kunstenbond is er in 2017 ook ruimte gemaakt voor sectorspecifieke actielijnen die via de cultuurfondsen worden georganiseerd. 

De voorgestelde oplossingen van de Raden liggen in de volgende richtingen:

Vergroten verdienvermogen

SER & RvC: “De economische waarde die de sector […] creëert, moet meer bij de makers zelf terechtkomen.”

In het beleidsplan heeft het Fonds verbetering van de economische circulariteit in de keten als één van de belangrijkste punten op de strategie voor de sector omschreven. Om de positie van filmprofessionals op de arbeidsmarkt te versterken, zijn nieuwe verdienmodellen nodig, met een verbeterde balans tussen de kosten van audiovisuele producties en de vergoeding van openbaarmaking. De partijen uit de exploitatieketen dragen, anders dan in het buitenland, in Nederland nauwelijks bij aan de financiering van filmproducties. Bindende koepelafspraken tussen de overheid en de branche zijn noodzakelijk om transparantie en economische circulariteit in de keten stimuleren. En daarmee het verdienvermogen van de sector als geheel.

Lees meer over de strategie voor de sector in het beleidsplan. 

Inkomenszekerheid

SER & RvC: “Met de ontwikkeling van richtlijnen voor redelijke vergoedingen stijgen de verdiensten; een code voor goed werkgevers- en opdrachtgeverschap kan hierbij helpen.”

Het zijn vooral de inhoudelijke keuzes die bepalen of een filmproductie internationaal opvalt. Hiervoor is een optimale samenwerking tussen scenarist, regisseur en producent essentieel. Vanuit de beleidsprioriteit professionalisering heeft het Fonds aangegeven met de brancheverenigingen in gesprek te willen gaan over een code of conduct, waarin afspraken worden omschreven rondom goed ondernemerschap en samenwerking. 

Lees meer over professionalisering en een code of conduct in het beleidsplan.

Scholing bevorderen

SER & RvC: “Vanwege de versnippering in de sector en de vele zzp’ers en kleine organisaties is centrale organisatie [van voldoende op-, bij- en omscholingsmogelijkheden van kwaliteit] en een bundeling van middelen noodzakelijk.”

Met de medefinanciering van filmbijeenkomsten en (trainings)activiteiten beoogt het Fonds- internationale aansluiting te bevorderen en in te spelen op de innovatie van de sector. De gesteunde activiteiten moeten meerwaarde hebben voor kennisontwikkeling in en versterking van de sector als geheel.

Lees meer over scholing via Filmactiviteiten in het beleidsplan. 

Versterken sociale dialoog

SER & RvC: “De raden adviseren […] dat men zich beter organiseert en dat belangenorganisaties nog meer gaan samenwerken en initiatieven ontplooien.”

De omgeving waarin de filmsector opereert verandert in zo’n hoog tempo dat zakelijke afstemming over beleid en strategie cruciaal is. Producenten hebben als werkgevers in de productiesector een rol om overkoepelende belangen eenduidig en transparant te vertegenwoordigen.

Lees meer over professionalisering en werkgevers in het beleidsplan.

Deze uitgangspunten heeft het Filmfonds vertaald naar drie actielijnen ter versterking van de arbeidsmarktpositie van makers in 2017: