Spring naar inhoud Spring naar footer

FAQs

Het filmidee

Ik heb een goed idee voor een film. Kan ik bij het Filmfonds geld aanvragen?

Via het subsidieoverzicht op kun je kijken of je in aanmerking komt, en zo ja, voor welke regeling.

Waar moet een filmidee aan voldoen?

Dat verschilt per regeling en categorie maar prioriteit wordt gegeven aan oorspronkelijke filmplannen en een kwalitatief hoogwaardig, divers en gedurfd aanbod. Op de subsidiepagina’s staan de voorwaarden per regeling vermeld. Als je een aanvraag voorbereidt is het goed om je te realiseren dat het Filmfonds veel aanvragen ontvangt en maar een deel ervan kan worden gehonoreerd. Het audiovisuele landschap is bovendien sterk aan het veranderen. Dat betekent dat de lat hoog ligt: je moet je met je film niet alleen onderscheiden ten opzichte van andere Nederlandse films in die categorie, maar ook de ambitie hebben om je te kunnen meten met het (inter)nationale aanbod.

Mag je als maker risico’s nemen en falen, of vermindert dat je kansen?

Dat kan zeker. Het Filmfonds biedt nadrukkelijk ruimte om te mogen experimenteren en ook om te falen. Er zijn immers uiteenlopende factoren van invloed op het artistieke succes en publieksbereik van een film waar je niet rechtstreeks grip op hebt. Met verschillende regelingen biedt het Filmfonds expliciet vrije ruimte voor nieuwe en ervaren makers om hun talent en handschrift (door) te ontwikkelen. Ook biedt het Filmfonds ruimte voor talentontwikkeling en verdieping buiten het directe maakproces om, door bijdragen beschikbaar te stellen voor training ten behoeve van deelname aan bijvoorbeeld Talentlabs, Ateliers, Residenties.

Omdat het realiseren van films een kostbaar traject is en er wereldwijd een groot aantal films wordt gemaakt, ligt de lat daar wel hoog. Films moeten zich kunnen onderscheiden, verleiden, uitdagen en een eigenzinnige kwaliteit hebben van internationaal niveau om een breed publiek, of juist een publiek van fijnproevers, aan te spreken. Van teams wordt een overtuigende motivatie, scherpe focus en realiteitszin gevraagd. Er moet tijd worden genomen voor optimale artistieke en productionele ontwikkeling van projecten, zo ook voor de productie, postproductie en uitbreng van de film die daarop volgt, waarbij alle noodzakelijke expertise wordt betrokken om de kansen op hoge kwaliteit en een optimaal bereik te vergroten.

Pitch filmidee

Waarom moet ik pitchen?

Met ingang van 2024 gaat het Fonds van start met een pitchpanel voor filmideeën voor speelfilms, lange documentaires en lange animatiefilm. Filmmakers die een idee hebben voor een speelfilm, lange animatiefilm, of documentaire pitchen hun filmidee aan een panel vóórdat ze een aanvraag indienen voor scenario-ontwikkeling. Met dit systeem van pitchpanels geeft het Filmfonds gehoor aan de wens van makers om ook zelf verantwoordelijkheid te nemen voor de keuze welke filmideeën interessant genoeg zijn voor een speelfilm, lange animatie of lange documentaire. Het biedt makers bovendien de kans om hun filmidee met bevlogenheid onder woorden te brengen, waarbij ze in dialoog kunnen gaan met panelleden.

Vallen er ook filmideeën af?

Ideeën die de panelleden niet weten te overtuigen vallen af en kunnen geen aanvraag voor scenario-ontwikkeling indienen. Met de feedback van de leden van het panel kunnen filmmakers hun voordeel doen. Hetzij om nog een keer terug te komen met een aangepast filmidee of door het mee te nemen bij de ontwikkeling van nieuwe filmideeën.

Waaruit bestaat een pitchpanel?

Het pitchpanel bestaat uit vijf leden afkomstig uit een grotere pool van professionals. Dat kunnen filmmakers of andere filmprofessionals vanuit de eigen sector zijn, maar ook makers uit Vlaanderen of de bredere culturele sector zoals de theaterwereld, literaire wereld of televisiesector. Van acteurs, editors en DoP’s tot programmeurs bij festivals, boekenschrijvers of filosofen, geen professie is uitgesloten. De samenstelling van de panels wisselt per kwartaal. De leden van het pitch panel kunnen niet zelf betrokken zijn bij nieuwe aanvragen voor scenario-ontwikkeling of een pitch, die in hetzelfde kwartaal zijn of worden ingediend bij het Fonds.

Krijgt een panellid betaald?

Ieder panellid ontvangt een vaste vergoeding van € 500 excl. BTW plus reiskosten per dag waarop de pitches plaatsvinden.

Mag een scenarist ook zelfstandig deelnemen aan een pitch? En mag deze scenarist dan ook nog een ander project met een producent aanmelden?

Ja, een in de betreffende categorie ervaren scenarist kan ook zelfstandig aan een pitch deelnemen als hij/zij niet in teamverband een aanvraag voor scenario zou willen doen. Als je je in een pitch ronde zelfstandig als ervaren scenarist aanmeldt, kan je slechts bij één ander project in diezelfde pitch ronde betrokken zijn.

Mag een regisseur bij meer dan 2 projecten per pitchronde betrokken zijn?

Regisseurs mogen bij meer projecten van producenten betrokken zijn. De producent heeft echter maar twee mogelijkheden voor deelname aan een pitch dus zal soms een keus moeten maken.

Hoe wordt de onafhankelijkheid van panelleden geregeld?

Het pitchpanel bestaat uit vijf leden afkomstig uit een grotere pool van professionals. Dat kunnen filmprofessionals vanuit de eigen sector zijn, maar ook de bredere culturele sector zoals de theaterwereld, literaire wereld of televisiesector. De leden van het pitchpanel kunnen niet zelf als producent, scenarist, regisseur of distributeur betrokken zijn bij nieuwe aanvraag voor scenario-ontwikkeling of pitch, die hetzelfde kwartaal zijn of worden ingediend bij het Fonds. Ieder panellid zal een verklaring moeten ondertekenen waarin wordt gevraagd of er een strijdig belang kan zijn bij de filmideeën die zijn aangemeld. Voor elke pitchronde zijn extra panelleden beschikbaar.

Ik heb eerder een project voor scenario-ontwikkeling ingediend en die aanvraag is afgewezen? Moet ik dan pitchen bij een herindiening?

Na een afwijzing mag je nog éénmaal een nieuwe aanvraag voor scenario-ontwikkeling indienen zónder pitch.

Hoeveel projecten kunnen er pitchen en maak ik meer kans op een pitchplek als ik me zo snel mogelijk aanmeld?

Er is geen maximaal aantal projecten dat kan pitchen per ronde en het maakt niet uit op welk moment je je project aanmeldt.

Je kunt je aanmelden voor een tijdslot en er zullen voldoende tijdslots beschikbaar gesteld worden voor de projecten die zich voor het verstrijken van de deadline hebben aangemeld.

Het doen van een aanvraag

Welke aanvraagmogelijkheden zijn er voor filmproducties?

In alle categorieën speelfilm, documentaire, animatie, onderzoek & experiment en korte film, kun je een aanvraag indienen. Per categorie zijn de aanvraagmogelijkheden opgedeeld in regelingen voor ontwikkeling, realisering, afwerking en distributie.

Zo zijn er binnen de aanvraagmogelijkheden ontwikkeling gericht op individuele scenario-ontwikkeling maar ook slatefunding en kan er een speciale ronde uitgeschreven worden voor research & development. Ook kun je – als je een film in eigen beheer gerealiseerd hebt – in sommige gevallen een aanvraag doen voor afwerking. Bijvoorbeeld als de film gericht is op bioscoopuitbreng of als je lange documentaire of vrije filmproductie (korte film) geselecteerd is voor een gerenommeerd internationaal filmfestival.

Via onze website en subsidiewijzer kun je alle regelingen bekijken. Volg ook onze nieuwbrieven met de meest actuele informatie over bijvoorbeeld tijdelijke regelingen.

Kan ik aanvragen als er al eerste opnamen van bijv. de documentaire zijn gemaakt?

Voor bijvoorbeeld documentaires en projecten in het kader van Onderzoek & Experiment kan het voorkomen dat er al voor een deel gedraaid is. In dat geval kan alleen een bijdrage aangevraagd worden voor de productiekosten die nog niet gemaakt zijn.

Can I submit my application in English?

Applications should be written in the Dutch language, unless stated otherwise.

Ik heb net een aanvraag ingediend, hoe lang duurt het voordat ik iets hoor?

Het Filmfonds streeft ernaar om, uitgezonderd de vakantieperiodes tijdens de zomer en de Kerst, binnen circa 8 weken na ontvangst van de aanvraag een besluit te nemen. De aanvrager wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van het besluit. De termijnen waaraan het Fonds zich moet houden, liggen vast in de Regeling vaststelling Aanwijzingen voor subsidieverstrekking. Dit betreft een periode van 13 weken, of 22 weken in het geval advies wordt ingewonnen.

Lees voor meer informatie het Algemeen Reglement van het Filmfonds.

De aanvrager

Worden er eisen gesteld aan de aanvrager?

Per subsidieregeling staat beschreven wie kan aanvragen en in het geval van een producent welke eisen worden gesteld aan het productiebedrijf. In het geval van de Film Production Incentive en de meeste realiseringsaanvragen moet de aanvragende productiemaatschappij een rechtspersoon zijn (dus geen eenmanszaak of VOF). We willen niet alleen dat de filmproducties en daarmee gemoeide fondsbijdragen goed geborgd zijn maar we willen ook niet dat aanvragers als kleine zelfstandigen te grote risico’s nemen en persoonlijk aansprakelijk zijn mocht er iets mis gaan. Vandaar ook dat alleen bij lagere fondsbedragen een eenmanszaak of VOF wel volstaat. De productiemaatschappij moet ook minstens twee jaar in het Koninkrijk der Nederlanden, een lidstaat van de EU, EER of in Zwitserland gevestigd zijn en in beginsel op continue basis films en andere audiovisuele producties produceren. Er zijn uiteraard ook regelingen waar beginnende producenten op aan kunnen sluiten.

Mogen mediabedrijven of eindexploitanten ook aanvragen?

Nee. Alleen filmproducties (cinematografische werken) of high end series die binnen de onafhankelijke professionele filmsector en onder verantwoordelijkheid van een onafhankelijke producent tot stand komen, kunnen bij het Filmfonds in aanmerking komen voor subsidie. Directe of indirecte subsidie aan mediabedrijven zoals omroepen, streamingdiensten of andere eindexploitanten is reglementair uitgesloten. Ook als een mediabedrijf/eindexploitant een te grote invloed heeft op de aanvrager dan wel op de inhoud van het beleid van de aanvrager of de productie, kan geen subsidie verleend worden.

Heb ik per se een producent nodig om te kunnen aanvragen bij het Filmfonds?

Een productiemaatschappij is bij aanvragen voor filmproducties in de meeste gevallen de aanvrager, maar er zijn ook regelingen waarvoor je geen producent nodig hebt:

  • Ontwikkeling speelfilm en lange animatiefilm: Scenaristen die eerder hoofdverantwoordelijk zijn geweest voor een in de bioscoop uitgebrachte speelfilm of lange animatiefilm kunnen zelfstandig aanvragen in de fase scenario-ontwikkeling.
  • Oase: Regisseurs/scenaristen kunnen een bijdrage aanvragen voor de ontwikkeling van lange documentaires met cinematografische kwaliteit.
  • Onderzoek & experiment, Korte filmproducties, Immerse\Interact: Bij aanvraag van een fondsbijdrage tot een bepaalde bijdragehoogte kan worden afgeweken van de eis dat de aanvrager een productiemaatschappij moet zijn. De aanvrager moet dan wel aantoonbare productionele ervaring en expertise hebben binnen de betreffende categorie.
  • Afwerking Korte Vrije Filmproductie: Aan te vragen voor een vrije filmproductie die is geselecteerd als voorfilm bij een bioscoopfilm of als er sprake is van selectie door een toonaangevend filmfestival, museum/galerie of platform.
  • Filmfonds Wildcard: Ben je net afgestudeerd, dan kun je je afstudeerfilm insturen om in aanmerking te komen voor een van de Filmfonds Wildcards.
  • Training: Het Fonds ondersteunt ook training buiten het directe maakproces om via labs, ateliers et cetera.
  • En volg de nieuwsbrief voor mogelijke speciale regelingen die het Fonds kan uitschrijven voor individuele aanvragers! Denk daarbij bijvoorbeeld aan het ontwikkeltraject in het kader van de Ateliers of Film Fast & Furious: scenaristen en regisseurs kunnen een bijdrage voor research & development aanvragen voor de eerste fase van een verder uit te werken filmidee.
Wat als structuur of hoofdcontactpersoon van mijn organisatie wijzigt. Wat moet ik doen?

Als er iets wijzigt binnen de formele structuur, directie, bevoegdheden etc. van de organisatie dan dien je dit direct te melden bij het Fonds. Het kan gevolgen hebben voor de al verleende subsidie aan het project, dan wel voor het doen van nieuwe aanvragen. Zo moet de onafhankelijkheid van de organisatie geborgd blijven en mag een aanvraag alleen ondertekend worden door de rechtsgeldige vertegenwoordiger van de organisatie. Bij veel regelingen worden ook specifieke eisen aan de aanvrager gesteld. Het Fonds moet beoordelen of de wijziging daarmee in overeenstemming is.

Mocht de hoofdcontactpersoon met instemming van het Fonds wijzigen voor de betreffende subsidieaanvraag, dan moet de organisatie een nieuwe account aanmaken waarin de nieuwe naam als hoofdcontactpersoon is toegevoegd. Dat kan hier. Aanvragen waarin de naam handmatig is aangepast, kunnen niet in behandeling worden genomen.

Is een ISAN verplicht en wanneer?
Iedere filmproductie, die met een realiseringsbijdrage van het Fonds daadwerkelijke geproduceerd wordt moet voorzien zijn van een zogenaamde ISAN codering met daarin opgenomen alle informatie samenhangend met de rechten op de productie. Daardoor kan de film door jou als producent/maker gevolgd worden. Registreren kan via https://isannl.org/ en kost maar een paar euro.

De beoordeling van jouw aanvraag

Hoe beoordeelt het Filmfonds jouw aanvraag?

Jouw aanvraag wordt na binnenkomst door ons op verschillende manieren beoordeeld. Allereerst wordt gekeken of je stukken compleet zijn en of je voldoet aan de specifieke voorwaarden van de regeling waarvoor je hebt aangevraagd.

Je aanvraag wordt vervolgens op drie aspecten beoordeeld:

1) De kwaliteit van jouw filmplan.

2) Je staat van dienst. Wat brengen jij en je creatieve team met je mee?

3) De bijdrage aan een divers filmklimaat. In hoeverre draagt jouw filmplan bij aan een divers filmaanbod en het versterken van de Nederlandse filmindustrie?

Hoe beoordelen we de kwaliteit van jouw filmplan?

Als het gaat om de kwaliteit van jouw filmplan kijken we naar de inhoudelijke kwaliteit en naar de zakelijke kwaliteit van jouw plan.

Bij de beoordeling van de inhoudelijke kwaliteit kijken we of jouw filmplan voldoende potentie heeft voor de fase waarvoor je hebt aangevraagd. We kijken hiervoor niet alleen naar de synopsis, het treatment, het scenario, het storyboard of documentaire-script dat je hebt ingediend. De samenhang tussen de inhoud van het filmplan, de artistieke vorm en het betrokken creatieve team staat bij de beoordeling centraal.

Bij de beoordeling van de zakelijke kwaliteit kijkt het Fonds naar de haalbaarheid van je financieringsplan, naar hoe solide de begroting is en of je filmplan productioneel uitvoerbaar is.

Waar let het Filmfonds op als het gaat om inhoudelijke kwaliteit?

Bij het beoordelen van de inhoudelijke kwaliteit van een filmplan kijkt het Fonds vanuit verschillende invalshoeken.

- Originaliteit in hoeverre is jouw plan onderscheidend of vernieuwend te noemen binnen het huidige filmaanbod?

- Urgentie: overtuigt de persoonlijke of maatschappelijke betekenis van je plan en jouw visie en motivatie hierbij?

- Authenticiteit: Overtuigt de geloofwaardigheid van de gekozen arena, de thematiek en de personages omschreven in het filmplan? En is het duidelijk hoe die geloofwaardigheid gedurende het maakproces wordt gewaarborgd?

- Zeggingskracht: overtuigt de zeggingskracht die onder meer spreekt uit de door jou gekozen thematiek, structuur, personages en verhaallijn?

- Cinematografische kwaliteit: spreekt uit de vorm en stijl een overtuigende cinematografische kwaliteit?

- Publieksvisie: voor wie maak je deze film? Wat is je visie op de positionering van de film ten opzichte van het bestaande filmaanbod en het beoogde publiek?

- Het creatieve team: vult het creatieve team elkaar goed aan in ervaring, vakmanschap en samenstelling? Spreekt uit de aanpak de eigenheid en herkenbaarheid van de artistieke signatuur van de makers?

Deze elementen beoordelen we niet los van elkaar om af te vinken, maar altijd in samenhang met de visie op het filmplan van de scenarist, regisseur en/of producent en het volledige werkplan. Welke elementen van het filmplan voor de beoordeling doorslaggevend zijn, kunnen per filmplan dus verschillen.

Bijdrage

Zijn er verplichtingen verbonden aan de subsidieverlening?

Als aanvrager word je geacht bekend en akkoord te zijn met de criteria, voorwaarden en verplichtingen die het Fonds op grond van de reglementen, de beschikking aan de subsidieverlening verbindt. Lees de brief (subsidiebeschikking) van het Fonds dan goed hierop na.

Wat voor subsidie verleent het Fonds?

De verleende subsidie heeft het karakter van een exploitatiesubsidie. Deze is niet onderworpen aan omzetbelasting. Om deze reden wordt bij toekenning van het subsidiebedrag geen rekening gehouden met omzetbelasting. Als het subsidiebedrag op enig moment toch, geheel of gedeeltelijk, onderworpen aan omzetbelasting blijkt te zijn, dan wordt het subsidiebedrag door het Filmfonds niet verhoogd. Het risico dat het subsidiebedrag is onderworpen aan omzetbelasting wordt dus door de ontvanger hiervan gedragen. Elke subsidieontvanger heeft een eigen verantwoordelijkheid om het karakter van de subsidie voor omzetbelastingdoeleinden te toetsen en bij twijfel hierover advies in te winnen. Het Filmfonds toetst niet in individuele gevallen of subsidies zijn onderworpen aan omzetbelasting.

Hoe ga ik als individuele aanvrager om met de belastingen als ik een bijdrage ontvang?

Als de bijdrage van het Filmfonds bruto aan een individuele aanvrager wordt uitgekeerd, dan is dat een bruto bedrag en zijn er dus geen belastingen en/of premies volksverzekeringen ingehouden. Deze bijdragen moeten door de aanvrager zelf als inkomen op het aangiftebiljet worden opgegeven. Gemaakte beroepskosten kunnen worden afgetrokken, zodat alleen belasting wordt betaald voor dat deel van de subsidie dat niet is gebruikt om de beroepskosten te dekken. Het Filmfonds kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor het in gebreke blijven van de aanvrager om de bijdrage op de juiste wijze als inkomen op te geven. Ons dringend advies is om je te laten adviseren door een goede fiscalist of boekhouder die bekend is met wet- en regelgeving en subsidies.

Hoe stuur ik een betaalverzoek?

Als een subsidie is verleend, dan staat in de beschikking van het Fonds onder welke voorwaarden de subsidie betaalbaar wordt gesteld. Voor vragen kun je daarover contact opnemen met de projectbegeleider of productiebeheerder vermeld in de brief. Betalingsverzoeken van de subsidieontvangers worden digitaal ontvangen via [email protected].

De betaalverzoeken dienen i.v.m. de digitale verwerking over vaste gegevens te beschikken:

  • Alle bekende bedrijfsgegevens/persoonsgegevens zoals naam, adres, woonplaats, logo, indien van toepassing de gegevens omtrent Kamer van Koophandel en BTW;
  • Bankgegevens en tenaamstelling van het banknummer;
  • De projectnummers van het Fonds bestaande uit een Administratienummer en Framenummer zoals vermeld in de beschikking (brief van het Fonds);
  • Inhoudelijke omschrijving;
  • Het bedrag is vrijgesteld van btw (je kunt geen btw heffen over dit betaalverzoek).
Er verandert iets aan mijn project (bijv. opleverdatum, begroting,…). Wat doe ik nu?

Het Filmfonds moet op de hoogte gehouden worden van belangrijke wijzigingen in het project. Dat staat in de beschikking ook als verplichting beschreven. Het Fonds heeft de subsidie namelijk verleend op grond van de concrete aanvraag en de unieke kenmerken van het filmplan. Wanneer veranderingen niet worden gecommuniceerd, of niet door het Fonds worden goedgekeurd, kan dat gevolgen hebben voor de verleende subsidie, zoals de hoogte van de bijdrage.

Ontwikkeling

Hoe vaak kan ik aanvragen met een filmproductie?

Een filmproductie kan per ontwikkelingsfase maximaal tweemaal ingediend worden voor een bijdrage. Dat is ongeacht of de aanvraag bij een filmconsulent of een adviescommissie van het Fonds wordt ingediend.

Welke fasen zijn er voor een reguliere aanvraag voor de scenario-ontwikkeling van speelfilms en lange animatiefilms?

Voor speelfilms en lange animatiefilms verloopt de ontwikkeling in twee fases, waarmee meer financiële armslag en ruimte aan teams wordt geboden. Tegelijkertijd vraagt het Filmfonds focus, kwaliteit en een hoog ambitieniveau in elke fase van ontwikkeling. De hoogte van de bijdrage voor de scenarist is in de fase van scenario-ontwikkeling €35.000 en in de projectontwikkeling €10.000.

1. Scenario-ontwikkeling

In de eerste fase kan een aanvraag worden gedaan om direct tot een scenario in een vergevorderd stadium te komen. Een aanvraag kan zoals gebruikelijk worden gedaan door een productiemaatschappij namens het betrokken creatieve team. Daarnaast is het in deze fase ook mogelijk voor een scenarist die eerder hoofdverantwoordelijk is geweest voor een speelfilm of lange animatiefilm, die in de bioscoop is uitgebracht, zelfstandig aan te vragen.

De daaropvolgende fase voor speelfilm en lange animatiefilm is projectontwikkeling. In deze fase verlopen aanvragen via de productiemaatschappij en moet er ook een regisseur aan het project verbonden zijn.

2. Projectontwikkeling

De projectontwikkelingsfase is expliciet bedoeld voor filmplannen met een scenario dat zich in een vergevorderd stadium van ontwikkeling bevindt en klaar is voor de laatste verdiepingsslag om het scenario en de rest van het filmplan op het allerhoogste niveau te krijgen.

In deze fase wordt inhoudelijk alle ruimte geboden aan de regisseur, scenarist en de rest van het team voor de creatief-technische uitwerking en verdieping van het filmplan. Denk aan het onderzoeken en bepalen van de visuele stijl en een verdere uitwerking van de positionering van de film.

Daarnaast onderzoek je in deze fase grondig de productioneel-zakelijke haalbaarheid van het filmplan en werk je deze uit om tot een zo overtuigend mogelijke aanvraag voor de realiseringsfase te komen. Denk hierbij aan het opzetten van (internationale) (co)financiering en het opstellen van een productiebegroting en productieplanning met een uitvoerend producent.

Welke kosten komen in aanmerking?

Het Fonds biedt - afhankelijk van de fase en categorie alsmede de aard en complexiteit van het filmplan en van het ontwikkelingsproces dat het team voor ogen heeft – niet alleen ruimte voor het schrijven maar ook voor het betrekken van een scriptcoach/adviseur, regisseur en vanaf projectontwikkeling (per regeling) specifieke creatieve, technische of productionele experts cq. heads of department bij de uitwerking van het filmplan. Ook is er indien noodzakelijk ruimte voor het maken van proefopnamen of voor researchactiviteiten. Bij animatie en onderzoek & experiment kan er gelijktijdig met de scenario-ontwikkeling aan de beeldontwikkeling worden gewerkt (artwork, karakterontwikkeling, beat- en storyboards).

Hoe vind ik een producent?

Voor een aantal regelingen, of voor fondsbijdragen die onderdeel zijn van een regeling, heb je een productiemaatschappij nodig om een aanvraag in te dienen. Onze tip: vind een filmproducent die past bij de soort films die je wil gaan maken. Een goede producent is ook bekend met de werkwijze van het Filmfonds, de regelingen die we hebben en kan je daarbij ook goed wegwijs maken. Een aantal tips voor het vinden van een producent:

  • Je kunt uiteraard uitzoeken wie jouw favoriete films geproduceerd hebben en dan contact leggen met meerdere producenten om te zien of er een match is.
  • Op de website van het Filmfonds vind je ook een overzicht van toegewezen bijdragen. Op deze pagina kun je filteren op categorie, bijvoorbeeld op animatie, korte film of documentaire. Dit is handig als je wil weten welke producenten eerder een bijdrage hebben ontvangen voor de categorie van jouw voorkeur. Ook op de website van de Nederlandse Audiovisuele Producenten Alliantie (NAPA) en op de website van de Nederlandse Content Producenten kun je op de ledenpagina's zien welke producenten gespecialiseerd zijn in welke categorieën.
  • Bekijk op de websites van de betreffende producenten of zij werk maken dat aansluit bij de film die jij wil gaan maken. Als je denkt een goede match te hebben gevonden, neem dan contact op met de producent.
Is er ook ruimte voor opslagen voor een producent?

Indien de aanvrager een productiemaatschappij is dan worden producers fee en overhead berekend over het subtotaal aan ontwikkelingskosten of zijn onderdeel van de totale bijdrage. Over aanvullende bijdragen wordt geen producers fee en overhead gerekend.

De hoogte van de producers fee & overhead per regeling is terug te vinden in hoofdstuk 2 van het Financieel & Productioneel Protocol.

Kan ik nog een ontwikkelingsbijdrage aanvragen als een realiseringsbijdrage is afgewezen?

De verantwoordelijkheid om te bepalen wanneer jouw project klaar is voor realisering ligt bij jou. Wanneer je een project voor een realiseringsbijdrage indient, dan gaat het Filmfonds er dan ook van uit dat de ontwikkelingsfase van jouw project is afgerond. Het is niet mogelijk om je project na een afgewezen realiseringsbijdrage opnieuw in te dienen voor een ontwikkelingsbijdrage.

Waar moet je als ontvanger van een ontwikkelingsbijdrage rekening mee houden?

Bij het verlenen van een subsidie wordt uitgegaan van de in in het Financieel & Productioneel Protocol opgenomen bijdragen waaraan de subsidie besteed moet worden en de voorwaarden en verplichtingen benoemd in de brief van het Fonds (de beschikking). Bij verlening van een ontwikkelingsbijdrage is een toekenningsgesprek verplicht en wordt minimaal één jaarlijks een voortgangsgesprek gedurende de ontwikkelfase ingebouwd waarin de voortgang in relatie tot het oorspronkelijke werkplan bij aanvraag wordt besproken. De verantwoordelijkheid voor het te ontwikkelen filmplan ligt bij de subsidieontvanger.

Wat kun je verwachten van een voortgangsgesprek?

Een van de wijzigingen die het Filmfonds in januari 2023 heeft doorgevoerd, is dat het ‘oplevergesprek’ aan het eind van de ontwikkelingsfase vervalt. In plaats daarvan heb je als maker een voortgangsgesprek bij het Fonds.

De focus van het voortgangsgesprek richt zich op het hele werkplan, zoals dat door jou bij de aanvraag is ingediend. Je neemt ons mee in het creatieve proces en je afwegingen daarbij als maker. Daarbij wordt aandacht gegeven aan de voortgang en keuzes van de scenarist, regisseur en producent. Je kan als maker zelf bepalen wanneer het voortgangsgesprek plaats vindt.

Met deze wijziging wil het Fonds jou als maker meer creatieve ruimte geven. Na toekenning van een ontwikkelingsbijdrage zal dan ook niet langer om oplevering van een script of opleverdatum worden gevraagd. Dit betekent ook dat je als maker na het voortgangsgesprek zelf bepaalt wanneer de ontwikkeling van jouw filmplan klaar is voor een volgende fase.

Realisering

Wanneer komt een filmproductie in aanmerking voor een bijdrage?

Alleen filmproducties die artistiek-inhoudelijk uitontwikkeld zijn kunnen in aanmerking komen voor een realiseringsbijdrage. Daarnaast is er sprake van een integrale afweging of de film niet alleen op basis van inhoudelijke kwaliteit overtuigt maar ook financieel-zakelijk (soliditeit/bereik) als ook op de andere criteria.

Waar wordt bij selectie voor realisering prioriteit aan gegeven?

Het Fonds geeft bij de selectie prioriteit aan oorspronkelijke scenario’s en selecteert op een kwalitatief hoogwaardig, divers en gedurfd aanbod dat zich (afhankelijk van categorie en genre) in potentie (inter)nationaal kan meten en onderscheiden.

Hoe vind ik een producent?

Voor een aantal regelingen, of voor fondsbijdragen die onderdeel zijn van een regeling, heb je een productiemaatschappij nodig om een aanvraag in te dienen. Onze tip: vind een filmproducent die past bij de soort films die je wil gaan maken. Een goede producent is ook bekend met de werkwijze van het Filmfonds, de regelingen die we hebben en kan je daarbij ook goed wegwijs maken. Een aantal tips voor het vinden van een producent:

  • Je kunt uiteraard uitzoeken wie jouw favoriete films geproduceerd hebben en dan contact leggen met meerdere producenten om te zien of er een match is.
  • Op de website van het Filmfonds vind je ook een overzicht van toegewezen bijdragen. Op deze pagina kun je filteren op categorie, bijvoorbeeld op animatie, korte film of documentaire. Dit is handig als je wil weten welke producenten eerder een bijdrage hebben ontvangen voor de categorie van jouw voorkeur. Ook op de website van de Nederlandse Audiovisuele Producenten Alliantie (NAPA) en op de website van de Nederlandse Content Producenten kun je op de ledenpagina's zien welke producenten gespecialiseerd zijn in welke categorieën.
  • Bekijk op de websites van de betreffende producenten of zij werk maken dat aansluit bij de film die jij wil gaan maken. Als je denkt een goede match te hebben gevonden, neem dan contact op met de producent.
Hoevaak kan ik aanvragen met een filmproductie?

Een selectieve projectaanvraag voor realisering die, ongeacht of deze ter beoordeling is voorgelegd aan een filmconsulent of adviescommissie, tweemaal eerder is afgewezen wordt niet meer in behandeling genomen. De druk op deze schaarse middelen (bijdrage 1,8 mio per film) zal namelijk heel erg hoog zal zijn en we willen voorkomen dat goede projecten door sterkte competitie een schaarse aanvraagmogelijkheid verspelen of geen aanvraag durven in te dienen.

Wanneer is er sprake van een financieringstekort en dus grond voor subsidie?

Als er nog een te overbruggen financieringstekort is voor een culturele filmproductie dat niet door de producent of vanuit de markt is te dichten. Subsidie dient uitsluitend ter dekking van kosten die binnen de Europese kaders voor staatsteun subsidiabel zijn en niet gedekt worden door derden. In tegenstelling tot producties die in opdracht of exclusief voor één specifieke opdrachtgever of platform geproduceerd worden, zijn filmproducties zoals speelfilms niet direct gefinancierd en primair gericht op bioscoopuitbreng en andere platforms om voorinvesteringen terug te verdienen en hun publiek in de breedte te bereiken. Deze filmproducties zijn zodanig kapitaalintensief en risicovol dat dan ook meerdere financiers nodig zijn om de productiekosten te voorfinancieren. Gezien financiering vanuit de markt (investeringen producent, filmdistributeur etc.) in de meeste gevallen niet voldoende dekkend is, verleent het Filmfonds subsidie. Filmproducties waar geen financieringstekort is zal het Fonds niet subsidiëren.

Is additionele financiering verplicht?

Ook voor (korte) films waarbij de fondsbijdrage doorslaggevend is voor de realisering en de commerciële potentie beperkt, is additionele financiering in veel gevallen belangrijk. Niet alleen omdat anders de basis aan financiering te smal is maar ook vanuit cultureel ondernemerschap en de zekerheid dat de film ook afgenomen en daarmee ook vertoond zal worden. De zichtbaarheid en een breder draagvlak voor de film is voor het Fonds cruciaal.

Kan er ook een lagere bijdrage dan aangevraagd verleend worden?

Er kan een lagere bijdrage worden verleend dat de gevraagde bijdrage indien bijvoorbeeld in de begroting kosten op onderdelen niet marktconform of subsidiabel zijn en/of indien wordt afgeweken van de door het Fonds eerder goedgekeurde begroting of van het financieringsplan, zoals bij verlaging van budget. Ook dient de noodzaak voor subsidie aanwezig te zijn.

Moet ik beschikken over de verfilmings-en exploitatierechten?

Als aanvrager moet je kunnen beschikken over de exclusieve verfilmings-en exploitatierechten om zeker te zijn dat de realisering, vertoning en exploitatie via alle mogelijke platforms verzekerd is. Dat kan middels een contractueel vastgelegde overdracht of licentie met rechthebbenden zoals de regisseur, scenarist, uitgeverij etc. Ook kan een samenwerking aangegaan zijn met een coproducent die over bepaalde rechten beschikt. Bij twijfel over hoe dat vast te leggen is het raadzaam om een daarin ervaren jurist te raadplegen. Het Fonds kan u daarin niet adviseren maar controleert bij de beoordeling van de aanvraag of de afspraken dekkend en sluitend zijn voor verfilming en exploitatie.

Is bevoorschotting mogelijk?

Betaalbaarstelling van realiseringssubsidie vindt pas plaats indien aan alle voorwaarden vastgelegd in de brief voor subsidieverlening (beschikking) is voldaan. Het kan gaan om oplevering en goedkeuring van de definitieve begroting, sluitende financiering en/of oplevering van bepaalde overeenkomsten met rechthebbenden. Bij een fondsbijdrage tot € 50.000 bedraagt de eerste betaling 80%.

Bij hoge fondsbijdragen vindt betaling pas plaats als een definitief besluit genomen is en alle definitieve stukken of voor het afsluiten van een uitvoeringsovereenkomst is voldaan. Bij complexe (internationale) filmproducties kan op basis van een (fase 2) besluit een gemotiveerd verzoek met bijbehorende deelbegroting ingediend worden voor een voorschot op de realiseringsbijdrage ten behoeve van de preproductie.

Moet de fondsbijdrage in Nederland besteed worden?

Bij een realiseringsbijdrage voor een filmproductie moet de subsidie van het Fonds volledig in Nederland besteed worden. Mocht dat op basis van het filmplan niet geheel haalbaar zijn dan kan het Fonds – wat betreft een selectieve fondsbijdrage - overwegen daar een uitzondering op te maken. De filmproductie moet in ieder geval een aanmerkelijke impact hebben op de ontwikkeling van getalenteerde creatieve en technische filmprofessionals en op de audiovisuele infrastructuur in Nederland. Filmprofessionals van elke nationaliteit kunnen behoren tot de Nederlandse cultuurgemeenschap. De regisseur of scenarist kan bijvoorbeeld op continue basis in Nederland werkzaam en gevestigd zijn dan wel de filmacademie of kunstopleiding in Nederland doorlopen hebben om de fondsbijdrage daaraan te besteden.

Bij de Film Production Incentive dat direct gekoppeld is aan productiebestedingen gelden uiteraard nadere eisen. Zie deze pagina.

Waaraan moet de financiële eindafrekening voldoen?

Een financieel verslag maakt onderdeel uit van de verantwoording van de meeste filmproducties. In de beschikking (de formele subsidieverlening) wordt als verplichting opgenomen of er een financieel verslag over de verleende subsidie, de gerealiseerde productiekosten en financiering opgeleverd moet worden en waaraan deze moet voldoen.

Eindafrekening kosten en financiering

De eindafrekening dient op dezelfde wijze als de door het Fonds goedgekeurde productiebegroting te worden opgesteld. De eindafrekening bevat in elk geval:

  1. Een kolom met de oorspronkelijke productiebegroting;
  2. Een kolom waarin de daadwerkelijk gerealiseerde uitgaven zijn opgenomen;
  3. Een kolom met variaties, d.w.z. het eventuele verschil tussen kolom 1 en 2.

Op dezelfde wijze worden het oorspronkelijke financieringsplan en de daadwerkelijk gerealiseerde financiering naast elkaar vermeld. Verder dient een toelichting op de eindafrekening te worden meegestuurd. Deze gaat met name in op de verschillen tussen de oorspronkelijke begroting en de daadwerkelijke uitgaven (de variaties in kolom 3). De toelichting is bedoeld om te verantwoorden hoe de subsidie is besteed en om het Fonds inzicht te geven in de keuzes die zijn gemaakt tijdens het productieproces.

Het Fonds kan bij fondsen met een beperkte fondsbijdrage steekproefsgewijs onderbouwing van de eindafrekening vragen, in de vorm van een mutatieoverzicht of onderliggende facturen/betaalbewijzen bij (delen van) de eindafrekening.

Bij filmproducties met een hoge fondsbijdrage kan het Fonds verplicht stellen dat de financiële eindafrekening meer detailinformatie geeft, bijvoorbeeld ten aanzien van bestedingen in territoria, en voorzien is van een controleverklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. In dat geval volgt de accountant het Handboek Financiële Verantwoording en onderliggende Controleprotocol Financieel Verslag en model controleverklaring van het Fonds.

Waaraan moet de oplevering van de uiteindelijke film voldoen?

In de beschikking (de formele subsidieverlening) wordt de uiteindelijke oplevering van de film

vastgelegd als ook waaraan de oplevering moet voldoen. Bij oplevering van de filmproductie gaat het daarbij minimaal om oplevering van de volgende zaken:

  1. Voor- en eindtitels ter controle (Hoofdstuk 4, Financieel & Productioneel Protocol);
  2. Ontvangstbevestiging van de EYE Verklaring van de filmkopie voor conservatie en eventueel publiciteitsmateriaal (Hoofdstuk 6, Financieel & Productioneel Protocol).
  3. En, indien van toepassing een link naar de film op een (online) platform naar keuze en/of premièrekaarten t.b.v. het Filmfonds.
Is de uitbreng voor alle categorieën en genres voor filmproductie gelijk?

Een filmproductie is een cinematografisch werk. Dat kan een speelfilm of een animatiefilm zijn of een lange documentaire, maar ook korte, experimentele en innovatieve films. Het verschilt per categorie en regeling van het Fonds welke eisen aan de uitbreng gesteld worden. Zo is bij de Film Production Incentive een bioscoopuitbreng verplicht en wordt bij selectief gesteunde films per categorie juist maatwerk geleverd want bijvoorbeeld een speelfilm kent een andere uitbreng dan een korte film.

Voor speelfilms en lange animatiefilms geldt dat deze films primair bestemd zijn voor bioscoopuitbreng. De beoogde uitbreng wordt per specifieke film door producenten (i.s.m. een filmdistributeur) in fasen aan het Fonds onderbouwd. Bij een arthouse speelfilm ligt daarbij de nadruk op de artistieke potentie en daarmee op de mate waarin de filmproductie nationaal en/of internationaal ontvangen en gedistribueerd zal worden, terwijl een mainstream film juist gericht moet zijn op het bereiken van een groot aantal betalende bezoekers in de Nederlandse bioscopen. Ook lange documentaires hebben de potentie om in bioscopen en filmtheaters vertoond te worden en hebben daarnaast een brede non theatrical release. Voor korte, experimentele en innovatieve films is de bioscoopuitbreng meestal niet het uitgangspunt en wordt naar de bredere vertoning en exploitatie gekeken.

Voor de categorieën korte films en experimenteel werk gaat het om een gerichte uitbreng van de filmproductie (stand alone) met (digitale) vertoningen en een focus op landelijke spreiding.

Wat als de filmproductie niet geschikt blijkt te zijn voor bioscoopuitbreng?

Voor alle filmproducties dient de distributie zo optimaal en breed mogelijk te zijn. Het uitgangspunt daarbij is dat de filmproducties primair bestemd zijn voor bioscoopuitbreng. Indien voor een specifieke filmproductie daarvan wordt afgeweken omdat een gedegen publiekspotentie ontbreekt of te beperkt is – denk bijvoorbeeld aan een kwetsbare artistieke film, minoritaire coproductie of documentaire met een beperkte commerciële potentie - dan dient dit ter beoordeling aan het Fonds te worden voorgelegd. In alle gevallen geldt een inspanningsverplichting om aantoonbaar verschillende mogelijkheden voor bioscoopuitbreng te hebben onderzocht. Bij een afwijkende distributiestrategie kan onder meer gedacht worden aan een eventrelease met een outreach campagne, een tourrelease langs filmtheaters door het land of een festivalrelease om het beoogde publiek alsnog te bereiken.

Moet de fondsbijdrage worden terugbetaald?

Of een fondsbijdrage moet worden terugbetaald wordt al dan niet in de beschikking van het Fonds meegenomen als verplichting. Zo hoeft een Wildcard-bijdrage niet te worden terugbetaald omdat deze in een competitie van beste eindexamenfilms wordt toegekend. Als die terugbetalingsverplichting er wel is dan is het in het voordeel van de aanvrager en betrokken filmmakers; je kunt het namelijk revolverend weer opnieuw inzetten!

Hoe werken revolverende middelen als ik een fondsbijdrage terugbetaal?

Het totaal aan bijdrage(n) van het Filmfonds dat in de filmproductie wordt geïnvesteerd moet worden terugbetaald uit exploitatie-inkomsten. De door het Filmfonds ontvangen inkomsten op deze positie zijn revolverend en worden door het Filmfonds in de vorm van een bijdrage opnieuw beschikbaar gesteld. Daarvoor gelden de volgende kaders:

  • Minimaal 50% tot 100% stelt het Filmfonds beschikbaar voor de ontwikkeling en/of realisering van nieuwe filmproducties van de subsidieontvanger. Daarbij gelden dezelfde eisen als bij reguliere Fondsbijdragen.
  • Bij Nederlands majoritaire producties kan maximaal 50% door de subsidieontvanger worden ingezet voor het nakomen van afspraken met rechthebbenden, waaronder de regisseur en scenarist van de betreffende filmproductie, en met risicodragende investeerders. Bij het ontbreken daarvan dient minimaal 75% geherinvesteerd te worden.

Met de Belangenverenigingen is afgestemd dat wat betreft de revolverende middelen de afspraken die voorafgaand aan de productie zijn gemaakt met rechthebbenden worden gevolgd; zowel ten aanzien van het aandeel vanuit recoupment als ten aanzien van afspraken met betrekking tot de ontwikkeling of realisering van nieuwe films. Indien middelen geherinvesteerd worden in een volgende film, dan maken deze middelen deel uit van het financieringsplan van de nieuwe filmproductie of worden betaalbaar gesteld op basis van een nieuwe overeenkomst met een scenarist of regisseur. Het Filmfonds benadrukt dan ook steeds het belang voorafgaand aan de productie heldere afspraken vast te leggen.

Lees hier meer over recoupment en revolverende middelen. De werking van de revolverende middelen staat toegelicht in hoofdstukken 1 en 3 van het Financieel & Productioneel Protocol.

Afwerking

Kan ik ook alleen een aanvraag voor afwerking indienen?

Ja, dat kan. Er zijn verschillende mogelijkheden

Afwerking lange documentaires gericht op bioscoopuitbreng:

Een aanvraag voor afwerking van een lange documentaire gericht op vertoning in bioscopen en/of filmtheaters kan worden gedaan door een filmproducent, waarbij producent en regisseur niet dezelfde persoon kunnen zijn. Aanvragen worden gedaan op basis van: een werkkopie; de montageversie. De werkkopie moet qua lengte, volgorde van scènes en thematiek representatief zijn voor het eindresultaat.

(zie deze pagina)

Afwerking lange documentaires geselecteerd voor gerenommeerd internationaal festival:

Voor de afwerking van een lange documentaire die geen theatrale uitbreng krijgt maar wel geselecteerd is voor tenminste één gerenommeerd internationaal filmfestival kan ook een bijdrage worden aangevraagd. Aanvragen kan alleen op basis van oplevering van een kopie van de voor vertoning gereed zijnde filmproductie met bevestiging van het festival (zie hoofdstuk 7 van het Financieel & Productioneel Protocol, Lijst Internationale filmfestivals – Afwerkingsbijdrage Vrije Filmproductie).

Afwerking Vrij filmproducties (Korte Film):

De regeling is bedoeld voor vrije filmproducties onder de 60 minuten, die zonder steun vanuit het Filmfonds of vanuit de omroepen zijn gerealiseerd en alsnog een bijzonder succes hebben weten te halen. De lat ligt aardig hoog. Aanvragen kan alleen als de filmproductie:

  • geselecteerd/genomineerd is voor een gerenommeerd (inter)nationaal festival. Voor de lijst met geldende festival selecties/nominaties verwijs ik je door naar hoofdstuk 7 van het Financieel en Productioneel Protocol, lijst 3; of
  • een toonaangevend internationaal digitaal videoplatform waarbij de curatoren de programmering bepalen en de filmproductie zich onderscheidt in bereik of waardering. Zie zelfde lijst als hier boven; of
  • een tentoonstelling/expositie van een gerenommeerd museum en/of galerie. Hier ligt de lat net zo hoog als een bij de festivallijst. Het gaat hier om gecureerde tentoonstellingen/exposities met een hoge (inter)nationale allure met verwachte hoge bezoekersaantallen; of
  • als voorfilm bij een hoofdfilm met een bioscoop uitbreng zal worden vertoond.

Er kan pas worden aangevraagd zodra er een bevestiging van de selectie/nominatie aan de aanvraag kan worden toegevoegd. De bijdrage van het Filmfonds kan wel nog met terugwerkende kracht worden ingezet voor afwerking en productie, promotie en distributie van de betreffende filmproductie. Meer info over de regeling vind je hier.

Netherlands Production Incentive

Is een voorgesprek van belang voor de aanvraag?

Een voorgesprek is niet verplicht, maar wordt wel geadviseerd. Je hebt daarmee de mogelijkheid om vragen voor te leggen en de Filmfondsmedewerkers kunnen je op hun beurt wijzen op specifieke veelvoorkomende knelpunten. Op basis van een voorgesprek kun je de eigen keuzes richting een aanvraag nog bijstellen om vervolgens zo optimaal mogelijk gebruik te maken van de regeling en de subsidie die op grond daarvan verleend wordt.

Je kunt een voorgesprek inplannen, door een e-mail te sturen naar [email protected]. We ontvangen graag vooraf een concept-dekkingsplan, synopsis, conceptbegroting en puntentelling. In het gesprek komt in ieder geval de financieringsopzet aan de orde (de drempel van 50% onvoorwaardelijk bevestigde financiering), de toezeggingen van derden en de beoogde productiebestedingen.

Mogen de opnames van de productie starten voordat de volledige financiering gegarandeerd is?

Je kunt pas starten met de productie wanneer de financiering, inclusief Film Incentive, voor 100% gegarandeerd en schriftelijk vastgelegd is en er voldaan is aan de verplichtingen genoemd in de beschikking van het Fonds. Voor filmproducties waarvan, bij aanvraag de volledige financiering onvoorwaardelijk schriftelijk is toegezegd en vastgelegd en een eventuele Incentive subsidie bij verlening niet zou leiden tot overfinanciering, kan voor eigen rekening en risico gestart worden met de opnamen indien het Fonds instemt met het verzoek tot ontheffing.

Mag ik bestaande financiering vervangen voor financiering vanuit de Incentive?

Voor producties, zoals minoritaire coproducties die al volledig zijn gefinancierd en in productie zijn gegaan, kan een aanvraag bij de Incentive gedaan worden ter vervanging van bestaande financiering (bijv. een fiscale regeling uit het buitenland). De Incentive dient dan ter dekking van kosten die dan nog gemaakt moeten worden, in de meeste gevallen de kwalificerende kosten in de postproductie.

Wanneer is er sprake van een financieringstekort en dus grond voor subsidie?

Als er nog een te overbruggen financieringstekort is voor een culturele filmproductie en high end series dat niet door de onafhankelijke producent of vanuit de markt is te dichten. Subsidie dient uitsluitend ter dekking van kosten die binnen de Europese kaders voor staatsteun subsidiabel zijn en niet gedekt worden door derden. In tegenstelling tot producties die in opdracht of exclusief voor één specifieke opdrachtgever of platform geproduceerd worden, zijn bijvoorbeeld speelfilms niet direct gefinancierd en primair gericht op bioscoopuitbreng en andere platforms om voorinvesteringen terug te verdienen en hun publiek in de breedte te bereiken. Deze filmproducties zijn zodanig kapitaalintensief en risicovol dat dan ook meerdere financiers nodig zijn om de productiekosten te voorfinancieren. Uitsluitend indien financiering vanuit de markt (investeringen producent, filmdistributeur etc.) niet voldoende dekkend is, verleent het Filmfonds subsidie. Filmproducties of high-end series waar geen financieringstekort is zal het Fonds niet subsidiëren.

Wanneer is een productie onafhankelijk?

Filmproducties of high end series dienen onafhankelijk te zijn om in aanmerking te komen voor de financiële bijdrage. Om die onafhankelijkheid te waarborgen, dient aan drie cumulatieve vereisten te worden voldaan:

  • Een eindexploitant, dan wel een rechtspersoon waarin een eindexploitant al dan niet door middel van een of meer dochtermaatschappijen een belang heeft, mag geen zeggenschap hebben over de aanvrager.
  • Een eindexploitant mag bovendien geen doorslaggevende inspraak hebben in de inhoud, productie en uitvoering van een filmproductie of high end serie.
  • Tot slot moet de aanvrager voldoende commerciële vrijheid hebben en behouden ten aanzien van de exploitatie en vertoning van de filmproductie of high end series dan wel een afgeleide daarvan.
Mogen mediabedrijven of eindexploitanten ook aanvragen?

Nee. Alleen filmproducties (cinematografische werken) of high end series die binnen de onafhankelijke professionele filmsector en onder verantwoordelijkheid van een onafhankelijke producent tot stand komen, kunnen bij het Filmfonds in aanmerking komen voor subsidie. Directe of indirecte subsidie aan mediabedrijven zoals omroepen, streamingdiensten of andere eindexploitanten is reglementair uitgesloten. Ook als een mediabedrijf/eindexploitant een te grote invloed heeft op de aanvrager dan wel op de inhoud van het beleid van de aanvrager of de productie, kan geen subsidie verleend worden.

Kan de subsidie na verlening nog naar boven bijgesteld worden?

Bij de subsidieverlening van het Fonds is het een gegeven dat eenmaal verleende subsidie alleen lager en niet hoger vastgesteld kan worden. Wel biedt het Fonds vanaf het vierde kwartaal van 2023 de ruimte om aanvullende kwalificerende kosten tot een maximum van 10% van de bijdrage additioneel toe te kennen bij vaststelling. Hiermee wordt gedurende de productie de ruimte geboden om onverwachte of aanvullende werkzaamheden in een later stadium alsnog mee te laten tellen en de bestedingen ten goede te laten komen aan de Nederlandse industrie.

Kan de verleende Incentive-bijdrage bij vaststelling verlaagd worden?

Net als bij iedere vaststelling kan de subsidie bij oplevering van de film of high end serie en eindafrekening naar beneden worden gesteld. De subsidie kan zelfs ingetrokken worden indien niet langer voldaan wordt aan de voorwaarden en verplichtingen. Het is dan ook belangrijk dat de voorgenomen bestedingen bij eindafrekening omgezet zijn in concrete en aantoonbaar kwalificerende productiekosten en dat het puntenaantal waarop beschikt is in stand is gebleven.

Wat zijn de resultaten van de Film Incentive?

De maatregel heeft als doel de productieactiviteit via onafhankelijke geproduceerde culturele filmproducties en high end series in Nederland te bevorderen en de internationale concurrentiepositie van de Nederlandse filmindustrie te versterken waarmee, naast het toevoegen van waarde aan producties, ook ruimte wordt gecreëerd voor de (door)ontwikkeling van talent en innovatie.

De maatregel heeft in de periode juli 2014 tot en met december 2021 ruim €697 miljoen aan Nederlandse productie-uitgaven gestimuleerd.

Voor de resultaten uit de jaarlijkse monitor, klik hier en voor de evaluatie van de Incentive door onderzoeksbureau Olsberg SPI, klik hier.

Wat is het maximale bedrag per aanvrager?

Een aanvrager kan maximaal € 3 miljoen aan Incentive-bijdrage per jaar aanvragen voor filmproducties. Daarnaast kan een aanvrager € 3 miljoen voor high end series per jaar aanvragen.

Mag ik gelijktijdig beroep doen op selectieve Fondssteun en Film Incentive?

Indien voor de financiering van de filmproductie beide bijdragen noodzakelijk zijn, dan dient eerst de selectieve fondsbijdrage op grond van het deelreglement realisering te worden aangevraagd. Alleen met een Fase 2 beschikking kan een aanvraag bij de Film Production Incentive worden ingediend. Klik voor alle deadlines hier.

Distributie

Wat wordt verstaan onder distributie en bioscoopuitbreng?

Onder distributie wordt de professionele uitbreng en exploitatie van filmproducties verstaan. Het gaat daarbij om alle mogelijke vormen van uitbreng via bioscopen en filmtheaters, de distributie op DVD of Blu ray, via televisie, Video On Demand, pay per view en online distributiekanalen. Het Fonds verstaat onder bioscoopuitbreng een gedegen landelijke distributie van een filmproductie via bioscopen en filmtheaters in Nederland. De definitie geeft daaraan verder invulling, namelijk dat de filmproductie na de première gedurende meerdere weken aaneengesloten en in een substantieel aantal bioscopen en/of filmtheaters voor een betalend publiek wordt uitgebracht.

Is de uitbreng voor alle categorieën en genres voor filmproductie gelijk?

Een filmproductie is een cinematografisch werk. Dat kan een speelfilm of een animatiefilm zijn of een lange documentaire, maar ook korte, experimentele en innovatieve films. Het verschilt per categorie en regeling van het Fonds welke eisen aan de uitbreng gesteld worden. Zo is bij de Film Production Incentive een bioscoopuitbreng verplicht en wordt bij selectief gesteunde films per categorie juist maatwerk geleverd want bijvoorbeeld een speelfilm kent een andere uitbreng dan een korte film.

Voor speelfilms en lange animatiefilms geldt dat deze films primair bestemd zijn voor bioscoopuitbreng. De beoogde uitbreng wordt per specifieke film door producenten (i.s.m. een filmdistributeur) in fasen aan het Fonds onderbouwd. Bij een arthouse speelfilm ligt daarbij de nadruk op de artistieke potentie en daarmee op de mate waarin de filmproductie nationaal en/of internationaal ontvangen en gedistribueerd zal worden, terwijl een mainstream film juist gericht moet zijn op het bereiken van een groot aantal betalende bezoekers in de Nederlandse bioscopen. Ook lange documentaires hebben de potentie om in bioscopen en filmtheaters vertoond te worden en hebben daarnaast een brede non theatrical release. Voor korte, experimentele en innovatieve films is de bioscoopuitbreng meestal niet het uitgangspunt en wordt naar de bredere vertoning en exploitatie gekeken.

Voor de categorieën korte films en experimenteel werk gaat het om een gerichte uitbreng van de filmproductie (stand alone) met (digitale) vertoningen en een focus op landelijke spreiding.

Wanneer is bioscoopuitbreng een verplichting?

Om in aanmerking te komen voor een realiseringsbijdrage voor een speelfilm, lange animatiefilm en lange documentaire dient de filmproductie primair bestemd te zijn voor bioscoopuitbreng. De cinematografische kwaliteit en de onderbouwing van de distributiestrategie moet zodanig zijn dat een uitbreng in bioscopen en filmtheaters haalbaar en waarschijnlijk kan worden geacht.

Voor filmproducties die (ook) een beroep doen op een financiële bijdrage via de Film production Incentive is bioscoopuitbreng verplicht. Uitsluitend aanvragen voor filmproducties met een bioscoopuitbreng in tenminste Nederland dan wel, in het geval van een minoritaire coproductie, een bioscoopuitbreng in het land van de hoofdproducent, komen in aanmerking voor een Incentivebijdrage. Een puur instrumentele of promotionele uitbreng waarbij het primaire doel niet de bioscoopuitbreng is, maar bijvoorbeeld de uitbreng op televisie of via een streamingdienst, kwalificeert niet als bioscoopuitbreng.

Zijn er voorwaarden verbonden aan de verschillende vormen van distributie?

Omdat het Fonds alleen filmproducties, zijnde cinematografische werken, steunt die in de onafhankelijke productiesector tot stand komen, steunt het Fonds geen films die in opdracht van een mediabedrijf tot stand komen dan wel films die exclusief voor vertoning op één videoplatform bestemd zijn.

Het Fonds heeft begrip voor de bedrijfseconomische overwegingen van een producent als zelfstandig ondernemer. Zo is het voorstelbaar dat een producent op enig moment nadat de film mede op basis van bioscoopuitbreng volledig gefinancierd en in productie is alsnog tot een andere commerciële afspraak komt met een internationaal videoplatform op basis van exclusiviteit en daarmee afziet van reeds bestaande afspraken met betrekking tot de financiering en uitbreng in bioscoop en andere platforms. In dat geval zal het zo zijn dat de reeds bestaande filmfinanciering, waaronder die van het Fonds, komt te vervallen. Indien de bestaande afspraken met filmdistributeurs, omroepen, fonds e.d. omtrent de productiefinanciering, realisering en de bioscoop- en verdere uitbreng wel in stand kunnen blijven omdat het platform alleen vrij beschikbare rechten aankoopt dan wijzigt uiteraard niets. Dan kan de producent naast de reeds aangegane rechten en verplichtingen de film in het kader van verdere exploitatie verkopen in het buitenland of in licentie aan een videoplatform.

Het Fonds streeft naar een zo optimaal en breed mogelijk publieksbereik via alle mogelijke distributiemogelijkheden. In de sector wordt traditioneel gewerkt met exploitatieruimte (windows) tussen bioscoopuitbreng, T-VOD/S-VOD en free TV. Op grond van die verschillende windows en exploitatievormen wordt financiering via filmdistributeurs, salesagents, omroepen en videoplatforms aangetrokken voor de realisering van de filmproductie. Zo bedraagt het gebruikelijke window tussen bioscoopuitbreng en S-VOD exploitatie minimaal 4 tot zes maanden en volgt free TV daarna. Bestaande windows en afspraken binnen de markt die zorgden voor continuïteit in financiering en (bioscoop)uitbreng zijn mede als gevolg van de coronacrisis verder onder druk komen te staan. Het Fonds is volgend in discussies over windows maar ziet het vanuit zijn eigen doelstelling ook als taak om te waken over een vitale en onafhankelijke filmsector.

Welke rol heeft het Fonds in de bescherming van bioscopen en filmtheaters?

Het Fonds heeft geen directe rol in de afspraken die producenten maken met distributeurs, exploitanten, sales agents, omroepen, videoplatforms en andere mediabedrijven. Producenten maken als zelfstandig ondernemers zelf hun eigen afwegingen. Voor het Fonds is de bioscoopuitbreng wel steeds het primaire doel voor (veel van) de in de realisering- en distributie gesteunde filmproducties. Ook staat het Fonds vanuit zijn doelstelling voor een onafhankelijke filmsector waarbij op basis van non-exclusiviteit de bioscoopuitbreng en verdere distributie van films zo optimaal mogelijk is, en de publiekspotentie volledig wordt benut.

Wat als de filmproductie niet geschikt blijkt te zijn voor bioscoopuitbreng?

Voor alle filmproducties dient de distributie zo optimaal en breed mogelijk te zijn. Het uitgangspunt daarbij is dat de filmproducties primair bestemd zijn voor bioscoopuitbreng. Indien voor een specifieke filmproductie daarvan wordt afgeweken omdat een gedegen publiekspotentie ontbreekt of te beperkt is – denk bijvoorbeeld aan een kwetsbare artistieke film, minoritaire coproductie of documentaire met een beperkte commerciële potentie - dan dient dit ter beoordeling aan het Fonds te worden voorgelegd. In alle gevallen geldt een inspanningsverplichting om aantoonbaar verschillende mogelijkheden voor bioscoopuitbreng te hebben onderzocht. Bij een afwijkende distributiestrategie kan onder meer gedacht worden aan een eventrelease met een outreach campagne, een tourrelease langs filmtheaters door het land of een festivalrelease om het beoogde publiek alsnog te bereiken.

Over het Filmfonds

Wat doet het Filmfonds?

Het Nederlands Filmfonds is een van de cultuurfondsen die de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft ingesteld. Het Fonds versterkt de Nederlandse filmcultuur langs de beleidslijnen: talentontwikkeling, vernieuwing, internationalisering en professionalisering. Het Filmfonds voert als zelfstandig bestuursorgaan het filmbeleid niet enkel uit, maar speelt ook een rol in de beleidsontwikkeling voor de betrokken bewindspersonen.

Het Filmfonds zorgt met subsidie voor dynamiek en vernieuwing in de filmsector en verleent financiële bijdragen aan de ontwikkeling, realisering en distributie van speelfilms, documentaires, animatiefilms, onderzoek & experiment en korte films van nieuw en gevestigd talent. Ook draagt het Fonds bij aan filmfestivals, filmbijeenkomsten, talent- en educatiehubs in heel Nederland.

Het Filmfonds organiseert verder internationale activiteiten, gericht op verbreding en verdieping van het internationale netwerk en de profilering van talenten en projecten op internationale festivals, labs en coproductiemarkten. Via onderzoek en analyse binnen een internationale context draagt het Filmfonds daarnaast bij aan de kennisopbouw over de sector.

Anders dan de andere cultuurfondsen is het Filmfonds ook verantwoordelijk voor een aantal industriemaatregelen. Via de Netherlands Film Production Incentive wordt een cash rebate verstrekt voor productiekosten van films en high-end TV-series die aantoonbaar in Nederland worden besteed. Daarnaast biedt de Netherlands Film Commission een servicepunt voor buitenlandse producenten die in Nederland (een deel van) hun productie willen uitvoeren.

Hoeveel subsidie verleent het Filmfonds op jaarbasis?

Het Filmfonds ontvangt subsidie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen op basis van de vierjaarlijkse Cultuurnota. Het budget voor het industriebeleid dat het Filmfonds uitvoert via de Netherlands Film Production Incentive, en daarmee samenhangend de Netherlands Film Commission, maakt hier deel van uit.

Op de volgende webpagina’s vind je de meest actuele informatie:

Budget
Subsidieplafonds
Financiële jaarrekening

Hoeveel besteedt het Filmfonds jaarlijks aan organisatiekosten?

De taken en verantwoordelijkheden van het Filmfonds zijn in de loop der jaren aanzienlijk gegroeid. De kosten die samenhangen met de uitvoering van het beleidsinstrumentarium, de zogenoemde apparaatslasten, bedragen gemiddeld 8% van de totale lasten. Anders dan in het verleden, omvatten de apparaatslasten ook de personele en materiële activiteitenlasten. Dat betekent dat nu ook de kosten voor de advisering door filmconsulenten en adviescommissies, de uitvoering van Film Production Incentive, de Film Commission en de vertegenwoordiging bij Eurimages, de EFADs, EFARN en op internationale markten en festivals hier deel van uitmaken. Het Filmfonds hanteert de kaders van de rijksoverheid ten aanzien van salariëring van de medewerkers van het Fonds. Het beleid van het Filmfonds is er echter op gericht zoveel mogelijk middelen ten goede te laten komen aan het beleidsinstrumentarium. Fondsbudget dat niet aan apparaatslasten wordt uitgegeven, dan wel vanuit subsidie terugvalt, komt direct weer ten goede aan nieuwe subsidieactiviteiten. Terugbetaalde subsidies uit inkomsten uit exploitatie komen niet ten goede van de apparaatslasten van het Fonds of het ministerie van OCW maar worden revolverend, en dus opnieuw, ingezet voor nieuwe films en het vervroegd nakomen van afspraken van de producent met o.a. de scenarist, regisseur en investeerders.

Hoe verantwoordt het Fonds beleid, regelingen en besluiten naar filmmakers?

Het Fonds hecht grote waarde aan dialoog, reflectie, en evaluatie. Zowel intern als met de sector. Zo komen regelingen tot stand na consultatie van de sector. Besluiten over aanvragen worden schriftelijk gemotiveerd. Het Filmfonds biedt daarnaast ruimte voor een toelichtend gesprek, zowel als een aanvraag wordt gehonoreerd als bij een afwijzing.

Overleg met de sector wordt het gehele jaar structureel gevoerd met relevante stakeholders in Nederland en het buitenland:

  • Doorlopend individueel en gezamenlijk overleg met de belangenverenigingen van aanvragers uit de driehoek scenaristen, regisseurs en producenten:
  • Tenminste een keer per jaar een gezamenlijk overleg met alle belangenverenigingen in de filmproductiesector.
  • Tenminste jaarlijks overleg met stakeholders als de vertegenwoordigers van filmdistributeurs, bioscopen en filmtheaters, commerciële en publieke omroepen, filmfestivals, private en buitenlandse fondsen, streamingsdiensten alsmede onze samenwerkingspartners (cultuurfondsen, NPO-fonds, CoBO en NPO).
  • Rondetafelgesprekken en evaluaties met vertegenwoordigers uit de sector in aanloop naar, en gedurende, een nieuwe beleidsperiode.
  • Bij discussies en evaluaties over regelingen die tenminste eens in de vier jaar plaatsvinden, wordt altijd een deskundige vertegenwoordiging uit het veld betrokken.
  • Tenminste eens in de vier jaar extern onderzoek onder aanvragers en andere stakeholders
  • Jaarlijkse sectorbrede beleidspresentaties en doorlopende informatievoorziening via onder meer nieuwsbrieven, jaarverslagen, facts & figures en onderzoeken.
  • Deelname aan debatten en presentaties die door derden, waaronder beroepsverenigingen, festivals en opleidingen, worden georganiseerd.
  • Jaarlijkse deelname aan Medici, een internationale training voor fondsen. Het Fonds is daarnaast lid van de EFADs de associatie van Europese filmfondsen en van BPX een netwerk van fondsen binnen en buiten Europa, waarmee het meerdere malen per jaar overlegt, best practices uitwisselt en gezamenlijk optrekt in beleidsontwikkeling op Europees niveau. Ook vertegenwoordigt het Filmfonds Nederland in Eurimages, het coproductiefonds van de Raad van Europa. Tevens is het Fonds lid van de EFARN het onderzoeksnetwerk van de Europese fondsen.
  • De benoeming van de Raad van Toezicht (RvT) van het Filmfonds door de Minister van OCW geldt voor vier jaar met de mogelijkheid van een eenmalige verlenging van vier jaar. De leden vergaderen ieder kwartaal. De RvT en directeur/bestuurder handelen naar de splitsing in verantwoordelijkheden en taken, zoals deze zijn vastgelegd in de Code Cultural Governance.
Wat doet het Filmfonds voor de versterking van de (arbeids)positie van filmprofessionals?

Professionalisering raakt aan veel onderwerpen en overlapt ten dele met arbeidsmarktknelpunten. Wat het Filmfonds betreft ligt daarbij een eerste en collectieve verantwoordelijkheid bij professionals in de filmsector, een standpunt dat ondersteund wordt door de regiegroep Arbeidsmarktagenda Culturele en Creatieve sector. Dat neemt niet weg dat we op thema’s als organisatiegraad, “fair pay” en continuïteit gericht activiteiten kunnen ondersteunen, waaronder het COVID-protocol dat in het pandemiejaar 2020 de continuïteit van het filmproces overeind hield.

Daarnaast richt het Filmfonds zich met zijn instrumentarium expliciet op de onafhankelijke filmsector en de autonomie van scenaristen, regisseurs en producenten ten opzichte van marktpartijen. De positie van documentaire regisseurs en -producenten staat ernstig onder druk, mede door de beperkte mogelijkheden bij financiering en de grote veranderingen in de sector. Daarom vraagt het Fonds van aanvragers en de bij een aanvraag betrokken professionals en ondernemingen om de gedragsregels van de eigen beroepsverenigingen te respecteren, fair practice toe te passen en transparant, integer en professioneel te handelen.

Ten behoeve van fair pay letten we er in het kader van de subsidieverlening op of kosten marktconform en efficiënt begroot zijn en of deze ook passen bij het filmplan. Daarbij wordt bijvoorbeeld ook gelet op het aantal draaidagen of de post die is begroot voor visual effects. We kunnen in beschikkingen opmerkingen maken dat posten te laag of te hoog begroot lijken, maar in de vrije markt schrijven we als Fonds geen vaste tarieven voor. In ons Financieel en Productioneel Protocol is een aantal artikelen opgenomen met betrekking tot honoraria en eventuele (rechten)vergoedingen en de positie van uitvoerenden.

Bij de ontwikkeling van beleid concentreert het Fonds zich niet alleen op het eigen instrumentarium maar formuleert het ook een strategische agenda voor het sectorbeleid, en doet van daaruit onderbouwde voorstellen voor verbetering van beleid-, wet en regelgeving, zowel in Nederland als in Europees verband.

Meer informatie en de Strategie voor de sector (pagina 34-35) is te lezen in het beleidsplan van het Filmfonds.

Hoe staat het met de (culturele) diversiteit in de Nederlandse film? Wat doet het Filmfonds ter bevordering ervan?

Sinds 2016 voert het Filmfonds een actief diversiteitsbeleid om bij te dragen aan een inclusieve filmsector. De Code Culturele Diversiteit is hiervoor leidend. We hebben diversiteit integraal onderdeel gemaakt van de beoordelingscriteria voor alle regelingen met een inhoudelijke toets. Daarnaast benaderen we representatie inclusief. Het gaat hierbij niet alleen over culturele of etnische achtergrond, maar ook over gender, seksuele geaardheid, leeftijd, sociaaleconomische en geografische achtergrond.

Lees hier meer over ons diversiteitsbeleid en veel gestelde vragen rondom dit thema.

Wat doet het Filmfonds om verduurzaming van de filmsector te stimuleren?

Het Nederlands Filmfonds heeft een verantwoordelijkheid om de Nederlandse filmsector te ondersteunen bij het verduurzamen van haar productieproces en industrie. Op dit moment worden producenten bij toekenningen gewezen op het belang van een duurzame filmproductie. Daarnaast is er in samenwerking met de stichting Green Film Making en de Universiteit van Utrecht de afgelopen jaren veel onderzoek uitgevoerd en ervaring opgedaan, zowel op de set als in andere sectoren en in het buitenland, die de basis zullen vormen van een toekomstige integrale duurzaamheidsstrategie van het Filmfonds.

Internationale samenwerking is cruciaal op dit thema. Daarom voert het Filmfonds ook strategisch overleg met Europese partners, zoals de Europese Filmfondsen gegroepeerd onder EFAD en EFARN en de Sustainability Study Group van Eurimages en vertegenwoordigt het de Nederlandse filmsector op nationale en internationale festivals en filmbijeenkomsten.

Lees hier meer over Green Film Making en activiteiten van het Filmfonds op het gebied van verduurzaming.

Welke informatie deelt het Fonds met derden?

Via nieuwsbrieven, persberichten en beleidsactualiteiten deelt het Filmfonds de meest actuele informatie. In onze jaarverslagen, de financiële jaarrekeningen, beleidsplannen en de jaarlijkse Film Facts & Figures vind je gedetailleerde achtergrondinformatie. Via de website delen we tal van onderzoeksrapporten, publiceren we de toegewezen bijdragen en wordt zoveel mogelijk informatie die relevant is voor aanvragers en geïnteresseerden ontsloten. Het Filmfonds geeft waar mogelijk inhoudelijk antwoord op vragen en deelt informatie waar het kan. Met informatie rond concrete aanvragen gaat het Filmfonds zorgvuldig en vertrouwelijk om. Vanuit die optiek hebben we een richtlijn opgesteld om een handvat te bieden indien een verzoek tot het delen van specifieke informatie aan ons wordt voorgelegd. Bij deze verwijs ik u naar de richtlijn met betrekking tot dergelijke Wob-verzoeken: https://www.filmfonds.nl/page/9474/richtlijn-wob-verzoeken

Zoals aangegeven gaan we in dat kader niet in op specifieke bedrijfsvertrouwelijke aspecten rond aanvragen. Situaties zijn ook niet vergelijkbaar en aanvragers moeten in het kader van de informatie-uitwisseling met het Filmfonds ervan uit kunnen gaan dat bedrijfsvertrouwelijke gegevens vertrouwelijk door het Filmfonds behandeld worden. Producenten zijn immers ook in concurrentie met elkaar en hun afspraken met derden zijn concurrentiegevoelig.

Sommige zaken zullen vanuit die vertrouwelijkheid dan ook niet openbaar gemaakt worden voor de buitenwereld.

Het marktaandeel van de Nederlandse Film in de bioscopen is in de afgelopen jaren gedaald. Waar ziet het Filmfonds kansen om dit tij te keren?

De Nederlandse film trekt nog steeds circa 4 miljoen bezoekers per jaar naar de bioscopen, net als in het succesjaar 2008. De Nederlandse film slaagt er echter niet in mee te profiteren van de stijging van het totaal aantal bioscoopbezoekers. Nederlandse documentaires, arthouse films en crossover films trekken meer publiek dan een aantal jaren terug, maar de Nederlandse publieksfilms trekken gemiddeld minder bezoekers.

Daarnaast gaat de audiovisuele sector door uitzonderlijk zwaar weer en is radicaal aan het veranderen. Zowel online als in de bioscoop wordt de markt gedomineerd door grote internationale spelers. Terwijl de DVD/Blu ray markt scherp daalt, groeit de VOD-markt in hoog tempo. Opbrengsten uit exploitatie komen in toenemende mate terecht bij eindexploitanten, die op hun beurt niet of nauwelijks investeren in nieuwe Nederlandse films. Investeringen in nieuwe Nederlandse films van marktpartijen zoals filmdistributeurs, sales-agents en omroepen lopen hierdoor terug, waardoor productiebudgetten dalen. Tegelijkertijd liggen de kwaliteitseisen van het publiek, dat altijd en overal toegang heeft tot een explosief gestegen aanbod, steeds hoger. Producties van eigen bodem raken hierdoor steeds verder in de verdrukking. Deze ontwikkeling is niet uniek in Nederland; wereldwijd neemt de druk op onafhankelijke producties toe.

Het is noodzakelijk dat de kwaliteit en diversiteit van de Nederlandse film omhooggaat, zodat ze zich beter kan onderscheiden van, en meten met, het grote internationale aanbod. Ook is het belangrijk de zichtbaarheid van het aanbod te verbreden door zowel de distributie als de marketing en promotie van producties actief te stimuleren. Dit vergt in de eerste plaats originele, onderscheidende en aansprekende filmplannen, een hoog ambitieniveau, scherpe focus, grote inzet en optimale samenwerking waarbij gebruik wordt gemaakt van de expertise van alle betrokken professionals en partijen. Het Filmfonds biedt hiervoor diverse aanvraagmogelijkheden en zet ook sterk in op filmeducatie, talentontwikkeling, vernieuwing, internationalisering en professionalisering.

In aanvulling daarop zijn er echter ook dringend aanvullende maatregelen nodig om de disbalans in de keten te doorbreken. De circulariteit in die keten moet in Nederland, net als in andere landen, worden bevorderd door eindexploitanten te verplichten mee te betalen aan nieuwe creaties van eigen bodem. Het Filmfonds maakt zich daarom sterk voor nieuwe afspraken voor een meer evenwichtige verdeling van inkomsten uit exploitatie in de keten. Daarnaast moeten er afspraken worden gemaakt om producties van eigen bodem prominent onder de aandacht te brengen en de verspreiding van illegaal aanbod actief tegen te gaan. Integraal film- en mediabeleid is daarbij essentieel, zodat culturele audiovisuele producties van eigen bodem, van speelfilms en documentaires tot animatiefilms en kwaliteitsseries in samenhang worden gestimuleerd. Lees hier meer over ons beleid inzake zichtbaarheid.

Strategische samenwerking en extra inzet van sector, Filmfonds én overheid is nodig om een gezond Nederlands filmklimaat te creëren. De Raad voor Cultuur adviseerde niet voor niets een pakket van forse maatregelen om de sector overeind te trekken in het sectoradvies Audiovisueel, Zicht op zoveel meer, dat in februari 2018 verscheen en een basis vormde voor Uitgangspunten Cultuurbeleid 2021-2024 uit 2019. Over verschillende maatregelen, zoals een mogelijke investeringsverplichting en de aansluiting van het mediabeleid op het cultuurbeleid voor film staan nog op de agenda van de Tweede Kamer. Vast staat dat het creëren van een nieuw en duurzaam ecosysteem tijd nodig heeft, met stabiele financieringsmogelijkheden, een gericht wettelijk kader en een daadkrachtig langetermijnbeleid.